Groengebieden

Rob Heldens (35), cultuurtechnicus: ' We zijn voor ongeveer 4000 hectare land verantwoordelijk, waar we onder andere voorzien in de aanleg en het beheer van een aantal recreatiegebieden. Niet alleen verantwoordelijk, zo eenvoudig is Nederland niet, sportparken doet de gemeente weer, we bemoeien ons er mee. Vergelijkbare organisaties zijn recreatieschappen, wij vinden echter dat we in ons werkgebied een bredere taak hebben dan het aanleggen en onderhouden van recreatiegebieden. Ons gaat het ook om landschapsbehoud.' Het is hier een veenweide gebied. Je hebt het bovenland met het oorspronkelijke middeleeuwse verkavelingspatroon. Daarachter is het uitgeveende benedenland, dat ligt twee a drie meter lager.

Elk gebied heeft zijn eigen geschiedenis en krijgt daardoor zijn eigen gezicht. Daar horen ook die stadsuitbreidingen bij. Daardoor zijn sommige buitengebieden stadsparken geworden.' We vinden dat in dit landschap een aantal elementen zijn die herkenbaar moeten blijven. Die rivierlinten bijvoorbeeld. In een recreatiegebied heb je beplanting nodig voor beschutting, laat je zo'n blok nu tot aan de rivier lopen, dan valt die rivier helemaal weg. Dan zie je niet meer dat de rivier een zelfstandig element in het landschap is. Ook als je tot de rivier toe alles vol plempt met huizen verdwijnt het hele karakter.' We maken bij de inrichting van het land een onderscheid in de mate van intensiviteit van recreatief gebruik. Dicht tegen de stad aan heb je eerst een strook intensief ingerichte recreatiegebieden, dan weer wat extensieve en daarna een strook agrarisch gebied waar we van 'recreatief medegebruik' spreken. Een gebied waar de landbouw moet kunnen functioneren maar waar je wel doorheen moet kunnen lopen of fietsen, recreatie vindt dus wel plaats, maar het gebied wordt er niet speciaal voor ingericht.' Het richtbedrag voor het beheer van de recreatiegebieden die aangelegd zijn mag niet meer dan drieduizend gulden per hectare zijn. Maar we hebben een park erbij gekregen dat veel intensiever is aangelegd. Het zit vol 'leuke dingen voor de mensen': gevarieerde beplanting, hagen, bijzondere beplantingselementen, verschillende soorten paden. Daarbij wordt het heel intensief gebruikt dus je hebt ook veel afvoer van afval. Er zit een waterspeelplaats bij waar veel aan onderhoud aan zit, er zijn fonteinen, zandplekken. Dat park zit op de zes a zevenduizend gulden. Als je er doorheen loopt met beheersogen zie je de guldens vallen. We zijn nu bezig om te kijken hoe het goedkoper kan. Van een aantal hagen en pergola's, van het rosarium en de vaste plantentuin is het de vraag of je die wel moet handhaven.' Een gebied dat intensief gebruikt wordt moet ook intensiever onderhouden worden en er moet meer in geinvesteerd worden om het geschikt te maken.

Speel- en ligweiden vergen nogal wat inrichtingsmaatregelen, mooi gras, goed droog, netjes glad. Je moet plannen maken waar en hoe vaak gemaaid moet worden. De speelweide wordt gedurende het zomerseizoen bijna wekelijks gemaaid, en stukken waarvan we aannemen dat mensen niet zovaak komen, worden veel minder gemaaid. En voor de begeleiding van de recreanten zijn er toezicht- onderhoudsmedewerkers nodig, onbezoldigde politieambtenaren die de boel in goede banen moeten leiden. Honden mogen bijvoorbeeld niet op de speelstranden vanwege de hygiene, daar hebben de toezichthouders nog een behoorlijke kluif aan. En paarden moeten op de ruiterpaden blijven zodat niet alles kapot getrapt wordt. Dat de pitbulls aan de takken hangen heb ik nog niet gehoord. Ik ken het verhaal wel van andere parken.' Gebieden die extensief gebruikt worden kunnen interessant zijn wat vegetatie betreft. Als er geen vee ingejaagd wordt worden ze heel nat en dras en daar groeien dan allerlei soorten bloemen die heel specifiek voor die plek zijn. Door op de juiste tijd te maaien kan je dat verder ontwikkelen.' Je ziet weleens van die door rupsen ingekapselde bomen, daar doen we niets aan. Over een poosje zijn de rupsen vlinders geworden en dan kan die boom weer uitlopen. Het zijn meestal kardinaalsmutsen waar die rupsen op af komen. Als je die rupsen niet wil hebben moet je die soort niet aanplanten.' We zijn onder andere bezig met een oude zand-veenplas, er is een stuk aangegraven om te kunnen zwemmen. Aan de zuidkant is wat gespeeld met diepe en ondiepe waterpartijen, daar hoef je haast niks te doen om het toch heel interessant te laten worden om naar te kijken.

Er komen allerlei plantjes en vogeltjes terecht. We zullen 'swinters de surfers van de plas af moeten jagen, want dan is het de bedoeling dat die plas afgesloten blijft. Dan overwinteren er smienten. De plas is veertig meter diep en vriest nooit dicht, en de smienten zoeken hun eten in de polders aan de andere kant. Het park om de plas is al hardstikke druk, maar we zijn officieel nog niet open, want we hebben nog geen toiletten, prullebakken e.d.' In de eerste fase van onze planning zat geen ruiterpad, maar het bleek dat er zoveel paarden het gebied doorkwamen dat het teveel onderhoud vergde om steeds allerlei dingen die die paarden kapot liepen te repareren. Dus hebben we toch maar snel een ruiterpad aangelegd. Onverwachte dingen gebeuren altijd wel. Verleden jaar is onze ballenlijn van honderdvijftig meter uit het water gehaald en gestolen. We hebben bij onze collega's van andere recreatieparken nog navraag gedaan. Je zou toch denken dat daar nauwelijks een markt voor is. Laatst werden we door een opzichter van Rijkswaterstaat gebeld dat er iemand met een motorzaag de banken aan het afzagen was.' We hebben een spartelmeer dat vorig jaar bijna het hele jaar droog heeft gestaan vanwege de waterkwaliteit. Het is eigenlijk een grote zandbak waar water doorstroomt, en de pomp die het water er door laat stromen bleek niet sterk genoeg. We hadden ons niet gerealiseerd dat er zomers zoveel kinderen in die sloot zouden plassen. Het water werd veel te vies. De gemeten waarde voor de colibacterie lag boven de toegestane norm zodat de plas dicht moest. Momenteel hebben we een sterkere pomp. Nu is zijn de vogels een probleem, die plassen en poepen ook, al zouden ze dat eigenlijk niet mogen.'