Geruchtenkrant door 'ss-decreet' grootste in Koerdisch deel Turkije

ISTANBUL, 26 mei De oplage van deze week van het linkse weekblad Torbine Degru (Naar 2000) is in beslag genomen op grond van een omslagverhaal gewijd aan het instituut van de interne verbanning, die periodiek in het Koerdische zuidoosten van Turkije wordt toegepast. Het Decreet 413, door de regering afgekondigd na de grootscheepse onlusten van maart en later omgezet (volgens velen verhard) in de Decreten 424 en 425, geeft de supergouverneur van de dertien Koerdische provincies, Hayri Kozakcioglu, ondanks zijn voorafgaand jarenlang falend beleid, praktisch ongelimiteerde bevoegdheden, die zich mede uitstrekken over de rest van Turkije. Volgens de gewijzigde versie kan hij zelfs militair en rechterlijk personeel op eigen gezag verplaatsen.

Dit decreet, dat buiten het parlement om in werking is getreden, wordt door de vele tegenstanders het SS-decreet genoemd, naar de beginletters van sanzur (het verturkste woord voor censuur) en sargun (interne verbanning), die er wederom in wordt mogelijk gemaakt. Op aanwijzing van de supergouverneur kunnen personen zonder gerechtelijk vonnis uit hun woonplaats of uit het hele gebied worden verwijderd en kunnen publikaties worden verboden en persorganen vervolgd als zij 'onware' dan wel 'de openbare orde in gevaar brengende' berichtgeving of commentaren brengen.

Als sanctie kunnen zelfs drukpersen in beslag worden genomen. 'Reeds werkt', zo schreef een commentator, 'in het zuidoosten nu de grootste krant: de geruchtenkrant'. Die meldt bij voorbeeld dat van Koerdische zijde Turkse helikopters zouden zijn neergehaald, en dat van Turkse zijde tegen Koerdische dorpen de chemische oorlog zou zijn geopend.'Naar 2000' kon enkele weken niet verschijnen omdat het bedrijf waar het werd gedrukt het risico niet aandurfde. Toen president Ozal werd gevraagd naar commentaar hierop, zei hij openhartig: 'Hieruit blijkt dat het decreet aan zijn doel beantwoordt'. Het weekblad was in sommige opzichten wel wat eigenaardig, bij voorbeeld waar het de ideeen van de inmiddels ondergedoken hoofdredacteur Dogu Perincek over Roemenie betrof. Maar qua informatie over de situatie in het zuidoosten kon, of durfde, geen ander periodiek of krant ermee concurreren. Het was dan ook al vele malen in beslag genomen voordat het Decreet in werking werd gesteld.

De laatste weken verscheen het weer, vanuit een kleine drukkerij. Maar de onthullingen die het in zijn laatste nummer over de ene S bracht, stelde ook de andere S in werking. Het pagina's lange en met illustraties verluchte artikel kwam met allerlei onbekend materiaal over de 'verbanningsgolven' eerder deze eeuw. Zo onthulde het dat de huidige minister van staat, Kamuran Inan, een Koerdische sjeik uit Bitlis die de regeringspolitiek heftig steunt, tijdens een treintransport in een beestenwagen is geboren.

Tijdens het Ottomaanse rijk werden lastige Koerden naar Saoedi-Arabie, zelfs naar Mekka, verbannen. De eerste grote golf onder de Republiek van Ataturk had plaats na de grote, religieus geladen Koerdenopstand van 1925 en '26 onder sjeik Said, die zelf met 44 andere leiders op het centrale plein van Diyarbakir werd opgehangen. Ongeveer 1.500 families moesten elders gaan wonen. De tweede, na de plaatselijke opstand van 1937 in de provincie Dersim sindsdien op zijn Turks Tunceli genoemd was veel massaler, anoniemer; zij eiste mensenlevens en benaderde het begrip deportatie. Nog tot 1962, weet 'Naar 2000' te melden, functioneerde het dorp Sason in West-Turkije als oord voor ballingen, verboden voor bezoekers.

De derde golf, van kort na de militaire staatsgreep van mei 1960, was weer heel anders van opzet. Zij gold 55 vooraanstaande personen uit het betreffende gebied, meest Koerdische aga's (grootgrondbezitters), en de hele actie stond zogenaamd in het kader van de 'liquidatie van het feodalisme'. De personen om wie het ging, hadden echter wel degelijk een Koerdisch-politieke rol gespeeld binnen het ten val gebrachte regime van de Democratische Partij. Aga's uit de in 1960 teruggekomen Republikeinse Volkspartij werden ongemoeid gelaten.

Het artikel poneert dat twintig huidige parlementsleden alsmede de in Diyarbakir geboren minister van binnenlandse zaken Abdulkadir Aksu kunnen worden beschouwd als 'produkten van de surgun'. Deze werd ook buiten de 'golven' incidenteel toegepast. Nog vorig jaar moest een advocaat, Zubeyir Aydar, voor zes maanden zijn woonplaats Siirt verlaten nadat hij had bijgedragen tot de onthulling dat zich even buiten zijn stad een droge vallei, de zogeheten Slagersrivier, bevond waar lijken van Koerdische guerrillastrijders werden achtergelaten.

    • Frans van Hasselt