De derailleur

De racefiets dankt zijn populariteit ongetwijfeld aan de derailleur. Hoewel de sterken in het peloton er spaarzaam gebruik van maken, en veel liefhebbers en trimmers het versnellingsapparaat vooral misbruiken, is het genot dat een racefiets verschaft volkomen afhankelijk van een goed werkende derailleur.

Een derailleur moet zachtjes snorren, als een zoemend sneldraaiend elektromotortje dat de fietser voort schijnt te drijven door een mooi landschap - op een overigens geruisloze, glimmende en zonlicht weerkaatsende fiets.

Indien noodzakelijk doen derailleurs (de voorderailleur maakt uiteraard geen geluid) ook dienst om het verzet te wijzigen. Een grotere of kleinere versnelling te kiezen, zeggen sommigen nog wel, maar dat is niet juist. Versnellen doet de fietser zelf wel.

Met de derailleurs bepaalt de fietser hoeveel omwentelingen het achterwiel maakt als hij zelf de trappers eenmaal ronddraait. Het verzet is de verhouding tussen het aantal tanden van het voorblad en het achtertandwiel: een groot tandwiel voor, gecombineerd met een klein kransje achter geeft een groot verzet. Bergop is een klein verzet nodig, een klein voorblad gecombineerd met een groot kransje achter.

Alle racefietsen hebben van voren twee kettingbladen; af werkplaats meestal met 52 en 42 tandjes. Achter zijn zes kransjes tegenwoordig de standaard, maar systemen met zeven kransjes zijn aan de winnende hand en zelfs acht kransjes zijn niet meer ongewoon. De fietser combineert kransjes met 12 tot 24 tandjes. Meer kan ook, maar dan moet er meestal een derailleur met een lange arm op.

Een derailleur, het woord zegt het al, zorgt er voor dat de ketting ontspoort. Meestal komt de ontspoorde ketting op een naastgelegen tandwiel terecht. Ontbreekt dat dan gaat het mis. Op enkele centimeters van het grootste kransje flitsen de spaken van het achterwiel. Afstelschroefjes op de derailleurs voorkomen veel ellende.

De derailleur is een beweegbaar parallellogram waarmee twee geleidewieltjes onder de kransjes van het achterwiel zo kunnen worden bewogen dat de wieltjes, die de ketting geleiden en laten ontsporen, steeds in hetzelfde vlak als de achterkransjes terechtkomen. Dat moet omdat anders de ketting teveel in zijwaartse richtingen wordt verwrongen. De achterderailleur functioneert verder als kettingspanner. Er zitten veren in die er, in combinatie met een goed geconstrueerd parallellogram, ook nog voor zorgen dat de twee geleidewieltjes steeds ongeveer even ver van de kransjes af staan.

Vraag de racefietsspecialist naar de beste derailleur en hij zal antwoorden dat alle derailleurs van de drie grote merken, Shimano, Campagnolo en Suntour, tegenwoordig goed zijn. Daarna komen de verhalen. De derailleur verkeert in stormachtige ontwikkeling.

Jarenlang vereiste het schakelen met de derailleur vakmanschap. Met een soepele en snelle beweging moest op het goede moment een beslist rukje aan de versteller voldoende zijn om de ketting op het gewenste kransje te wippen. Iets ernaast leverde in het slechtste geval een ketting die nergens meer aangreep.

Niet alleen de juiste haal aan de commandeur was een kunst; het moment van schakelen was even belangrijk. Bij het schakelen moet de ketting draaien maar er mag niet te veel spanning op staan. Het juiste verzet moest worden gekozen voor aan een steile beklimming werd begonnen. Tijdens was te laat.

Shimano was de eerste fabrikant van fietsonderdelen die het indexschakelen introduceerde en daarmee het misschakelen vrijwel onmogelijk maakte. De commandeur is niet meer traploos verstelbaar, maar klikt van stand tot stand. Bij iedere klik springt de ketting naar een ander tandwieltje. Shimano heeft overigens de markt voor racefietsonderdelen vrijwel helemaal in handen. Racefietsen vanaf 1250 gulden worden vrijwel allemaal met remmen, crancks, en derailleurs van Shimano geleverd. De meeste mensen die meer dan 2000 gulden voor een fiets willen uitgeven kopen echter een frame, een stuur, wielen en iets wat een groep heet. Een groep bevat balhoofdstel, remmen, remhandels, derailleurs, commandeurs, kettingbladen, ketting, wielnaven, trapas, crancks, pedalen, stuurpen en zadelpen. Velgen en spaken komen meestal van andere fabrikanten. Topgroepen zijn Dura Ace van Shimano; Record van Campagnolo en Superbe pro van Suntour. De derailleurs in die groepen kosten ongeveer 300 gulden; de prijs varieert per handelaar soms wel enkele tientjes.

Bij een vrije keuze komen naast Shimano vooral het eerbiedwaardige Italiaanse merk Campagnolo, jarenlang de exclusieve leverancier van het hele profpeleton, en het Japanse Suntour in aanmerking. Zij volgen hijgend de innovaties van Shimano. Indexschakelen is nu bij bijna alle duurdere groepen van de drie merken leverbaar.

Het derailleren van de ketting, ook onder belasting, verbeterde Shimano door van de achtertandwielen de tandjes van vorm te veranderen en door op de voorbladen op twee plaatsen de tanden te verlagen. Als er met de voorderailleur wordt geschakeld loopt de ketting alleen bij de verlaagde tanden van het blad af. De kettingbladen worden zo gemonteerd dat die kettingovergang plaatsvindt op het moment dat de fietser de minste kracht op de pedalen kan uitoefenen - als zijn voeten bijna onder en boven zijn. Shimano noemt de systemen superglide (voor) en hyperglide (achter). Ook Suntour heeft de tandvormen aangepast om soepeler te kunnen schakelen en noemt het Accushift plus. Tot verdriet van de aanhang blijft Campagnolo nog achter.

De volgende stap is de integratie van remhandels en commandeurs. Suntour levert al derailleurverstellers die naast de remhandel kunnen worden geplaatst. Ze bestaan uit twee handeltjes, een voor lichter en een voor zwaarder schakelen. In tegenstelling tot commandeurs keren ze na iedere schakeling in hun oorspronkelijke positie terug. Shimano beslist na de Ronde van Italie of een systeem, dat enkele profploegen nu uitproberen, op de markt komt. Door de remhandel zijdelings te bewegen schakelt de renner 'op'. Terugschakelen gebeurt met een klein handeltje onder de remgreep.

De derailleur wordt dus onderdeel van een systeem waar ook remgrepen, ketting, achternaaf en tandwielen deel van uitmaken. Een goed selectiecriterium zijn de kunststof onderdelen. Net als bij camera's verminderen die de duurzaamheid. Op de derailleurwieltjes na is aluminium het enig toegestane materiaal. Boven 75 gulden zijn er geen slechte derailleurs. Er zijn natuurlijk verschillen, de geleidingswieltjes kunnen al of niet kogeillagers hebben, maar laat u bij aankoop gerust leiden door prestige, prijs en schoonheid van het ontwerp.