BROEIKAST

Dit boek is een van de eerste van een hele stroom van boeken die momenteel aan het verschijnen is over het broeikaseffect. Hieronder verstaat men het warmer worden van de aarde als gevolg van de grote hoeveelheden gassen die door menselijke activiteiten in de atmosfeer worden geloosd, met name kooldioxyde, chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's), methaan en distikstofoxyde (lachgas). Deze gassen hebben tot gevolg dat er meer warmte dan normaal door de aardatmosfeer wordt vastgehouden, waardoor het op den duur gemiddeld warmer gaat worden.

Over de vraag of het effect nu al merkbaar is en wat de precieze consequenties ervan zullen zijn, verschillen de onderzoekers van mening. Sommigen beweren dat de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur met een halve graad sinds 1880 betekent dat de opwarming al is begonnen en dat er dus snel iets aan de uitstoot van al die gassen (maar vooral aan het CO) moet worden gedaan. Anderen menen echter dat er eerst nog meer onderzoek nodig is, omdat de voorspellingen over wat ons te wachten staat en wanneer nog te veel uiteenlopen en omdat de opwarming in de afgelopen eeuw ook een gewone gril van het klimaat kan zijn.

Ook Fred Pearce vindt dat er nu al moet worden gehandeld. In Turning Up the Heat beschrijft hij wat ons allemaal aan verschrikkingen te wachten staat wanneer de temperatuur inderdaad gaat (of blijft) stijgen; smeltende ijskappen, stijgende zeeen, overstromende landen, uitdrogende landbouwgronden, het ontwrichten van samenlevingen en het uitsterven van plante- en diersoorten. Toch is het boek geen rampenboek. Pearce beschrijft vooral de wetenschap achter het broeikaseffect, zoals de processen die de 'hermostaat' van de aarde beinvloeden. En waar dat mogelijk is kiest hij voor een historische benadering, waarbij ook de wetenschappers achter de wetenschap belicht worden.

Opmerkelijk is dat Pearce, hoewel het broeikasprobleem een echt mondiaal probleem is, slechts een hoofdstuk wijdt aan de politieke aspecten rond het probleem en aan de mogelijkheden om er wat aan te doen. In dit (laatste) hoofdstuk, Turning Down the Heat getiteld, beschrijft hij ideeen als: het kunstmatig dichtstoppen van het ozongat, het afdammen van rivieren en onder water zetten van land om het stijgen van de zeespiegel af te remmen, het 'ecarboniseren' van de rookgassen van centrales, het opslaan van kooldioxyde diep in de oceanen en het bemesten van fytoplankton met ijzerverbindingen.

Heel in het kort komen dan ten slotte nog de herbebossing, energiebesparende maatregelen en alternatieven voor fossiele brandstoffen ter sprake, hoewel dat toch zaken zijn waarmee men het snelst zou kunnen beginnen. Uit deze ruimteverdeling blijkt hoe gefascineerd Pearce is door de zogeheten high-tech oplossingen en dat zullen vele milieu-minnende lezers ongetwijfeld jammer vinden.