'Bizar' idee hoogleraar L. Stevens: belasting op WIR-premie

DEN HAAG, 26 mei Terwijl de ministers Kok en Andriessen zich dezer dagen het hoofd breken over compensatie van de WIR-overschrijdingen door het bedrijfsleven, doet fiscaal hoogleraar L. G. M. Stevens de beide bewindslieden op de valreep nog een idee aan de hand. Hij suggereert in het volgende week te verschijnen 'Weekblad voor fiscaal recht' een WIR-premiebelasting in te voeren.

Stevens verwerpt de plannen van Financien om de eerste tariefschijf in de vennootschapsbelasting te verlengen en de gemengde kostenaftrek voor het bedrijfsleven verder te beperken van 75 tot 50 procent. Hierdoor worden ook bedrijven getroffen die part noch deel hebben gehad aan de miljardenoverschrijding in de investeringspremies.

De hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit pleit daarom voor een WIR-premiebelasting in de vorm van een zuivere profijtheffing. De verrekenbare WIR-premie geldt hiervoor als heffingsgrondslag. De heffing zou volgens Stevens moeten worden geintegreerd in de vennootschapsbelasting.

Bij volledige compensatie van de overschrijdingen vanaf 1 januari 1990, zoals in het kabinet al eerder is afgesproken, bedraagt de WIR-premiebelasting honderd procent. Een bedrijf dat WIR-premie ontvangt, betaalt in dat geval het volledige bedrag terug aan de fiscus. 'Iedere beginnende ondernemer weet dat hij bij een mogelijk al te aanlokkelijke aanbieding de 'op=op-clausule' moet hanteren. Waarom beschikt de overheid dan niet over deze primitieve notie', zo vraagt Stevens zich af. 'Een bizarre heffing? Ingewikkeld? Ongewenste materieel terugwerkende kracht? Allemaal akkoord! Maar weet wel dat de huidige kabinetsvoorstellen in feite even absurd zijn, zo niet nog botter.'