Alles moet veranderen, maar wij hebben geen ervaring

BIALA PODLASKA, 26 mei 'Kijk om u heen, in de stad. Alles moet van de grond af aan worden opgebouwd. Alles moet veranderen. Het probleem is alleen: wij hebben ook geen ervaring.'

Jozef Zelent is morgen een van de kandidaten als de mensen hier in Biala Podlaska, net als overal in Polen, naar de stembus gaan voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zelent is een boer, want iedereen is hier boer, maar een wat grotere boer dan de rest. Hij droogt groenten in, zegt hij, hij exporteert zelfs, ook naar Holland.

Biala Podlaska ligt in Oost-Polen. Zestig kilometer verderop ligt Brest, het begin van de de Sovjet-Unie. Vlak landbouwland in Polens armste provincie, het gemiddelde inkomen bedraagt de helft van dat in Silezie. De velden zijn groen, maar de grond is slecht. Het zijn velden waarop niets gebeurt. De huizen zijn enkele maten kleiner dan elders en de meeste zijn van hout. Biala Podlaska oogt niet als een provinciehoofdstad. Er wonen 56.000 mensen. Wat flats aan de rand, de binnenstad is oud en geheel vervallen. De stad heeft geen verkeerslichten en ook bijna geen verkeer. Houten huizen zouden mooi zijn als ze sinds de bouw, honderd jaar geleden, eens zouden zijn geverfd. Vele huizen lijken op instorten te staan. Het hoogste gebouw in de binnenstad telt drie verdiepingen: de rechtbank. Een restaurant, twee kerken, een katholieke voor 99 procent van de bevolking, een Russisch-orthodoxe voor de rest. Er zijn twee kranten. Die van Solidariteit is net voor het eerst verschenen. Die van de gemeente is bijna failliet. Op een muur een aanplakbiljet van de dancing: bands met opwekkende namen als Dead Infection, Curse Ritual, Deathblow en Agnus Dei. Boerenkoppen op straat. Mode van decennia her. Op de gezichten in het restaurant, het cafe, het bierhuis, het park staat louter intense verveling. Vrouwen hebben hoofddoeken en brede, zware heupen. Niet ver buiten het centrum beginnen de velden. Vlak land, vlakke levens. Biala Podlaska is het eind van de wereld.

Hier treden morgen naast de ex-communisten met wie niemand rekening houdt twee kemphanen in het krijt: aan de ene kant Solidariteit, met 32 kandidaten, aan de andere kant een coalitie van de Boerenpartij PSL, de Democratische Partij SD, de katholieke organisatie PAX en de nationalistische Confederatie voor een Onafhankelijk Polen, KPN, ook met 32 kandidaten. De aanplakbiljetten van beide groepen op de muren van de stad zeggen hetzelfde: algemeenheden. Er moet industrie komen, in Biala Podlaska, meer sociale zorg, meer banen moeten er komen, meer cultuur, meer zorg voor het milieu, een sociale markteconomie, meer prive-initiatief, privatisering van gemeentelijke diensten. De vierpartijencoalitie doet er nog een vuilverbranding bij, die moet er ook komen.

Jozef Zelent en een andere kandidaat van Solidariteit, Andrzej Olszewski, halen de schouders op: 'Wat wilt u? Dit is een stad, natuurlijk willen we hetzelfde.'

Iedereen kent de problemen: een miljardentekort, een ontbreken van enige vorm van industrie, want, zegt Zelent, wat er aan voedselverwerkende industrie is kan de plaatselijke vraag niet eens aan, ons voedsel verdwijnt naar elders, we verdienen er niets aan.

Wij, zegt Zelent, zegt Olszewski, zullen alles doen om hier zo'n industrie te krijgen, we moeten een lokale bank stichten voor kredieten, we moeten de geografische ligging van Biala Podlaska uitbuiten, we liggen aan de weg naar de Sovjet-Unie, maar we hebben niet eens een hotel, of een camping. We moeten de financiele situatie verbeteren, dit is een van de vier provincies die worden gesubsidieerd, vanuit Warschau. Maar dat is niet geregeld, in het verleden vroeg de gemeente Warschau geld, en kreeg het, of kreeg het niet, socialisme noemden ze dat. Niemand, zeggen Zelent en Olszewski, weet bij benadering hoe groot het begrotingstekort eigenlijk is.

Het loopt niet lekker, met de verkiezingscampagne, geven ze toe. Zelent: 'De mensen zijn niet gewend aan de democratie. Ze hebben belangstelling voor kleine problemen: er zijn te weinig klaslokalen, het trottoir moet hersteld, de weg geasfalteerd. Ze denken niet aan de belangen van de gemeente, ze weten niet eens wat een begroting is.'

Geen wonder dat de verkiezingsbijeenkomsten slecht worden bezocht: als er vijftien mensen komen is het veel.

Zelent en Olszewski moeten diep en lang nadenken over de verschillen met het programma van de vierpartijencoalitie. 'Wij zijn van Solidariteit. Wij rekenen af met het verleden. Wij willen nieuwe structuren scheppen. Zij niet. Zij zijn conservatief en willen de oude structuren handhaven, het oude apparaat beschermen. Ze weten dat we in dat apparaat iedereen gaan vervangen. In elk geval de mensen met vuile handen.' De vierpartijencoalitie heeft vandaag van elk van de vier groepen een kandidaat opgetrommeld: Janusz Jasinski van de SD, Izabela Klusek van de KPN, en twee magere, ernstige jongemannen, Stanislaw Kowalczuk van de PSL en Szczepan Kalinowski van PAX. Het is een wat vreemde coalitie, want wat doet de rechtse, fel anti-communistische KPN, die Solidariteit altijd veel te gematigd heeft gevonden, in een coalitie met louter ex-bondgenoten van de communisten? Het is simpel, zegt Izabela Jasinski, 'ik zou met de duivel in zee gaan tegen de nieuwe nomenklatoera van Solidariteit'.

De oude nomenklatoera, die van de communisten, zegt ze, brengt zichzelf snel in veiligheid, niet voor niets heeft de burgemeester alle agenten van de vroegere geheime dienst in de stad een eigen winkel gegeven, die zijn onder dak. Maar de nieuwe nomenklatoera, die van Solidariteit, rijke jongens die meedoen om er nog rijker van te worden, werken hand in hand met de oude nomenklatoera. Toen er een gevolmachtigde van de regering moest komen om toezicht te houden op de hervormingen hier wisten alle partijen behalve Solidariteit wie daarvoor het geschiktst was, een plaatselijke jurist. Maar hij werd het niet, het werd de kandidaat van Solidariteit.

En bovendien, zegt PAX, op lokaal gebied kan de KPN heel goed met ons samenwerken, alleen op buitenlands gebied zijn er verschillen van mening. Zo geven we ook de pluriformiteit gestalte.

Ze lepelen hetzelfde verhaal op als eerder Solidariteit heeft gedaan, over de lokale problemen en wat eraan te doen valt, en hoe, dat hotel, die camping, die bank. Pas als de verschillen met Solidariteit te berde worden gebracht wordt er vinniger gepraat. De vier verwijten Solidariteit wat Solidariteit hen verwijt, want, roept KPN, en haar felblauwe oogschaduw blikkert ervan, Solidariteit is negatief, kijkt terug, concentreert zich op het verleden, wil wraak. Wij kijken juist vooruit, we willen opbouwen. Ze zeggen wel dat ze tegen de oude structuren zijn, tegen de mafia's en de klieken, maar bied je samenwerking aan, dan wordt die geweigerd. Er wordt nog heel wat afgescholden op de vrije vakbond, deze middag in Biala Podlaska, want, zegt de PSL, in 1980 heb ik zelf een staking geleid, die duurde drie dagen, terwijl de staking van Solidariteit maar een half uur duurde. KPN meent: onder de staat van beleg wilde ik me bij de ondergrondse Solidariteit aansluiten, maar er was helemaal geen ondergrondse, en nu hangen ze de held uit. En trouwens, er staan zelfs oud-partijleden op hun kandidatenlijst, nog uit de jaren zeventig.

Het is nog maar de vraag hoe duurzaam deze coalitie is, want dat de KPN slecht past in het gezelschap wordt in de loop van het gesprek duidelijk, als elke vraag in koor wordt beantwoord en de vier partners menigmaal onderling slaags raken over de beste oplossing, het juiste antwoord, het gezamenlijke plan. Men is het over veel oneens, ook over het lot van de oude bonzen in de gemeente. Het hele apparaat, roept de KPN strijdlustig, moet worden uitgewied, alle symbolen van de oude macht moeten eruit. Maar nee, roepen PSL, PAX en SD, geen revolutie maar evolutie, we moeten het niet doen als de communisten in 1949, die mensen een cursus van drie maanden gaven en daarna directeur maakten, capaciteiten en eerlijkheid geven de doorslag. En dat standpunt prevaleert, maar alleen omdat KPN zich even verwijdert om thee te zetten en ze haastig een conclusie formuleren.

Ook zij, de vier onzekere bondgenoten, klagen over gebrek aan belangstelling, dit zijn boeren, zeggen ze, ze verwachten nog altijd dat hun kandidaten door anderen worden benoemd en komen dan braaf stemmen. Nu hebben ze zelf geen kandidaten aangewezen en gaan ze niet stemmen omdat ze geen kandidaten hebben. Zo gaat dat hier, een uithoek is het.

Halasy is een gat in dit vlakke, vlakke land, een dorp, drie flatgebouwen, geen huizen, geen kerk, geen winkels, driehonderd mensen en verder zeer veel hemel, zeer veel land. Basia Kukiela is de dorpsonderwijzeres, een dikke, slordig ogende vrouw. Nee, zegt ze, die verkiezingen kunnen niemand wat schelen. Er is niet een bijeenkomst geweest, niet een pamflet verspreid. Hier staat een zetel in de raad van de gemeente Tlusciec op het spel, er zijn drie kandidaten, een boer uit het dorp, die als onafhankelijke uitkomt, een arts uit Tlusciec, die is van Solidariteit, en een derde, die kent niemand, die is hier nog nooit geweest. In dit gat gebeurt niets en niemand wil dat er iets gebeurt, zegt Basia Kukiela. Er is hier geen speeltuin, geen telefoon, geen kleuterschool, geen creche. Als je een creche wilt opzetten is er niet een vrijwilliger te vinden. Er is veel te doen maar niemand wil wat. Dit, zegt ze, is het Poolse Verre Oosten, die verkiezingen zullen ook niets uithalen. De kandidaten hebben ook geen programma, ze hebben alleen gemeld dat ze kandidaat zijn, dat is alles.

Het is een kwestie van mentaliteit, zegt Basia Kukiela, en ze kijkt uit haar raam uit over de nooit eindigende velden. De mensen hebben geen initiatief. De mensen hier zijn tevreden als ze een dak boven hun hoofd hebben. Meer hoeft niet. De mensen hier hebben geen droom.