VS-fabrikanten in Concorde-plan

PARIJS, 25 mei De Amerikaanse vliegtuigbouwers Boeing en McDonnell Douglas hebben besloten mee te doen aan de studies naar de haalbaarheid van een super-Concorde. Al op 19 mei tekenden zij een akkoord met de initiatiefnemers, British Aerospace en het Franse Aerospatiale, zo werd woensdag bekend gemaakt. Ook het Westduitse bedrijf Deutsche Airbus heeft getekend. Verder heeft Aeritalia laten weten belangstelling te hebben en de ondertekenaars hopen dat ook de Japanners en Russen aan het project meedoen. Over een jaar bekijken de ondernemingen of met het project zal worden doorgegaan.

Pikant is dat toen de eerste Concorde in 1967 op de markt, kwam de Amerikaanse vliegtuigbouwers geprobeerd hebben het geavanceerde toestel met alle middelen van Amerikaanse bodem te weren. De super-Concorde zal de huidige Concorde moeten vervangen die rond het jaar 2005 uit de markt zal worden genomen. Van dit vliegtuig, dat nooit een commercieel succes werd, vliegen 13 exemplaren in dienst van Air France en British Airways. De Franse en Britse constructeurs willen een nieuw vliegtuig, dat 2,5 maal het geluid kan vliegen, milieuvriendelijk is en geen kerosineslurper als de huidige Concorde. De prijs van een stoel in de super-Concorde mag niet duurder zijn dan in de eerste klas van de concurrentie, die de snelheid van het geluid niet haalt.

De nieuwe Concorde zal met ongeveer 250 passagiers non-stop van bijvoorbeeld Parijs naar Tokio kunnen vliegen in 5,5 uur. De motorenfabrikanten, Snecma (Frankrijk), General Electric (UK) en Pratt en Whitney (USA) werken met de Japanners aan een nieuwe supersonische motor.