Uitspraak van het Hof is opsteker voor Europarlement

ROTTERDAM, 25 mei 'Het Hof is om. Het Europese Parlement heeft geen extra bevoegdheid bij gekregen.'

Deze reactie van de Nederlandse liberale Europarlementarier Floris Wijsenbeek is tekenend voor de voldoening die in het Europese Parlement heerst over een uitspraak die het Europese Hof van justitie dinsdag deed. 'Het was feest in de juridische commissie van het Parlement', zegt de christen-democratische Europese volksvertegenwoordiger Jim Janssen van Raay.

De vreugde betreft de opvatting van de Europese rechters over een door het Europarlement in 1988 aangespannen zaak tegen de ministerraad van de Europese Gemeenschap. Het Parlement vocht de eind 1987 genomen beslissing van de EG-ministers aan waarbij maximaal toelaatbare niveaus werden vastgesteld voor het gehalte aan radioactiviteit in voedselprodukten (de zogeheten Tsjernobyl-zaak). Het Europese Parlement was van mening dat de ministerraad zich ten onrechte had gebaseerd op artikel 31 van het Euratom-verdrag en vond dat artikel 100A van het EEG-verdrag aan het besluit ten grondslag had moeten liggen, omdat de werking van de 'interne markt' (1992) in het geding was. Dat laatste artikel geeft het Parlement veel meer gelegenheid tot inspraak. Terwijl het bij artikel 31 slechts vrijblijvend hoeft te worden geraadpleegd, is bij toepassing van artikel 100A de in de Europese Akte afgesproken samenwerkingsprocedure met twee lezingen vereist. Deze geeft het Europarlement veel meer gelegenheid invloed op de besluitvorming uit te oefenen.

De betekenis van de uitspraak van het Hof in Luxemburg is dat voor het eerst een aanklacht van het Europese Parlement ontvankelijk wordt verklaard die gericht is op vernietiging van een beslissing van de EG-ministers. Dat gebeurde op grond van artikel 173 van het EEG-verdrag, hetzelfde artikel dat voor het Europarlement eerder een doodlopende weg was gebleken. Vandaar dat er van een doorbraak kan worden gesproken.

Tot nu toe hadden de Europese rechters artikel 173 zeer formeel uitgelegd. Het geeft het Hof de bevoegdheid uitspraak te doen 'over elk door een lidstaat, de Raad of de Commissie ingesteld beroep' tegen de werkwijze van de EG-ministerraden en de Europese Commissie. En omdat het Europese Parlement niet in het artikel voorkwam had het dus geen recht van spreken.

In de zaak die dinsdag aan de orde was wilden de rechters deze redenering niet meer volgen. Anders dan bij vroegere parlementaire klachten vond het Hof dat nu de positie van het Europese Parlement zelf in het geding was. En omdat het volgens de Europese verdragen hun plicht is 'het evenwicht tussen de instellingen' in de Europese Gemeenschap 'te waarborgen' en 'de bevoegdheden van het Parlement te beschermen' openden de rechters in Luxemburg de deur voor het Europese Parlement als klagende partij.

Met deze uitspraak heeft het Europarlement de actieve klachtbevoegdheid tegen andere EG-instellingen verworven waar het al zoveel jaren naar verlangde. Wel is de bevoegdheid beperkt tot die gevallen waarin de rechten van het Parlement worden genegeerd of geschonden. Het is een belangrijk nieuw wapen tegen willekeur van de ministerraad nadat het Hof zich in 1985 achter het Parlement had geplaatst bij het in gebreke stellen van de ministers wegens 'stilzitten'. Het Europarlement vond toen dat de ministerraad in strijd met het EEG-verdrag had nagelaten een vervoerspolitiek vast te stellen.

Volgens Janssen van Raay, lid van de juridische commissie, zullen de ministers als gevolg van het arrest van dinsdag nu eerder geneigd zijn een akkoord met het parlement te bereiken over de rechtsgrondslag van te nemen besluiten, wat de status van het Europese Parlement ten goede komt.

Over de zaak zelf hebben de ministers hun 'Tsjernobyl-besluit' ten onrechte gestoeld op het Euratom-verdrag? heeft het Hof nog niet geoordeeld. Een uitspraak wordt in de herfst verwacht. Als de Europese rechters van mening zijn dat de samenwerkingsprocedure met het Parlement zoals voorzien in artikel 100A had moeten worden gevolgd, dan zal de beslissing nietig worden verklaard omdat zij tegen het recht ingaat.

Ook al zou dat oordeel ongunstig voor het Europarlement uitvallen, dat zal de parlementariers weinig deren. Zij hebben immers de buit al binnen. Of, zoals de Britse socialistische afgevaardigde David Martin, vooraanstaand lid van de institutionele commissie, tegen de Wall Street Journal zei: 'De uitspraak zal het Europese Parlement meer spierkracht geven'.

En dat is mooi meegenomen in het lopende debat over de politieke unie van de Twaalf en de daarmee samenhangende versterking van de EG-instellingen.