Procedure van weduwen werknemers asbestfabriek

ROTTERDAM, 25 mei De weduwen van drie overleden werknemers van de asbestfabriek Eternit in Goor zijn een procedure begonnen tegen het bedrijf. Ze proberen het bedrijf aansprakelijk te stellen voor het overlijden van hun echtgenoten tengevolge van 'veelvuldig en onbeschermd contact met asbestvezels tijdens hun dienstverband bij Eternit'. Volgens de vrouwen heeft het bedrijf onvoldoende beschermende maatregelen genomen. Hun mannen overleden tussen 1987 en vorig jaar aan longziektes.

In het verzoekschrift dat hun echtgenotes bij het kantongerecht in Amersfoort hebben ingediend, vragen ze om genoegdoening voor 'de materiele zowel als de immateriele schade die ze hebben geleden en nog zullen lijden' door de dood van hun echtgenoten. Als de rechtbank beslist dat er inderdaad een oorzakelijk verband bestaat tussen de dood van de werknemers en de werkomstandigheden bij Eternit, zullen de weduwen schadevergoeding eisen.

De advocaat van de drie vrouwen, mr. J. de Wit, zegt: 'Twee van de mannen werkten jarenlang als losser van asbest. Bij het lossen kwam nogal wat asbest vrij, dat ze moesten opvegen. De besmetting is waarschijnlijk lang geleden ontstaan, toen de veiligheidsmaatregelen nog veel soepeler waren. Een van de mannen is overleden aan mesoteleoom, een ziektebeeld dat alleen optreedt ten gevolge van contact met asbest'. Directeur A. Jansen van Eternit onderstreept dat het bedrijf zich altijd strikt aan de veiligheidsvoorschriften heeft gehouden en wijst verantwoordelijkheid van de hand. Jansen: 'Het asbestgebruik in ons bedrijf wordt stelselmatig teruggedrongen. Momenteel zitten we in de laatste fase van het gebruik van asbest als verstevigingsmiddel. In 1992 moet onze produktie asbestvrij zijn. De artsen moeten maar vaststellen in hoeverre de asbestverwerking bij Eternit schadelijk is voor de werknemers'.