Natte ogen

Het is een klassiek moment: op het scherm gebeurt iets heel moois, of iets heel tragisch, in ieder geval iets heel ontroerends, met of zonder muziek, en je voelt de bekende warme golf over je heen komen. Je keel trekt samen, je handen grijpen de stof van je broek, je ogen beginnen vochtig te worden, je neus begint te lopen en een eerste, voorzichtige traan glijdt over je wang. Bijna onwillekeurig kijk je naar degenen die naast je zitten.

Ben ik de enige? Snif, snif. Er zullen niet veel mensen zijn die nooit hebben zitten huilen in een donkere bioscoop, want geen enkele andere kunstvorm werkt zo sterk op de traanklieren als film. Literatuur ontroert, maar het is meestal alleen in een vroege periode in je leven dat je ook werkelijk gaat zitten janken om een boek; slechts een handjevol lievelingspassages of zinnen roepen die warme golf op. In een museum heb ik nog nooit iemand zien huilen voor een schilderij of sculptuur. Architectuur bezorgt je hoogstens een brok in je keel. Alleen de muziek is een serieuze concurrent (opera!). Vandaar dat de meeste hartstochtelijk sentimentele films doorgaans worden begeleid door een score die onbeschaamd leent uit de verzamelde werken van de meest 'traangevoelige' componisten: Puccini en Mahler.

In het echte leven zijn we geneigd onze tranen te bewaren voor werkelijk emotionele hoogtepunten, dus is het niet zo gek dat we het als heel bijzonder beschouwen wanneer we spontaan in tranen uitbarsten bij het zien van iets dat van het begin tot het einde onecht is, namelijk kunst. Maar paradoxaal genoeg zijn het nooit de onvoorwaardelijke meesterwerken die ons tranen in de ogen bezorgen. Integendeel, in de bioscoop moet de kunst eerst vermengd worden met een flinke dosis kitsch willen we werkelijk naar onze zakdoeken grijpen. Huilen is letterlijk larmoyant. Grote films laten onze ogen droog.

Overgave

Natuurlijk worden we gemanipuleerd, maar wat fijn om ons te laten manipuleren. Is het de muziek, zijn het de ogen van de hoofdrolspeler, is het het overlijden van de geliefde, of de dood van het lieve Tsjechische hondje van die twee mensen die het toch al zo moeilijk hebben, is het de liefde die beantwoord wordt of de liefde die eeuwig onvervuld zal blijven? In ons achterhoofd zien we meestal ook wel dat de filmmakers er alles aan gelegen is de tranen uit onze ogen te kloppen, maar het verhindert ons meestal niet ons er volledig aan over te geven; het is toch donker, niemand die het ziet.

Soms gaat het te ver. In sommige films wordt zo weinig subtiel een aanslag op onze traanklieren gepleegd, dat we ons verzetten en ongeduldig in onze stoel beginnen te draaien. Wat we op het scherm zien, herkennen we al te duidelijk als het equivalent van het zigeunerjongetje met de glanzende glycerinetraan op zijn wang. We halen nadrukkelijk onze schouders op, zodat de mensen naast ons merken dat we niet geroerd zijn, spreken misprijzend over een tear-jerker, maken nuchtere opmerkingen over kitsch; maar eigenlijk voelen we ons betrapt. In werkelijkheid hadden we onze larmoyante gevoelens graag ruim baan gegeven, graag hadden we onze zakdoeken getrokken en een potje gehuild. Alleen wilden we verleid worden, niet aangerand.

Huilen in de bioscoop is niet minder dan een loutering, net als lachen overigens. Het is zo aangenaam omdat we in een tijdsbestek van anderhalf uur alle emoties doormaken die ons in werkelijkheid in tranen zouden doen uitbarsten, maar niet echt, dat we ons betrokken voelen bij en ons herkennen in het lief en leed van anderen, maar niet echt. Het raakt ons, maar het raakt ons niet echt. We hoeven de scherven niet op te rapen, we hoeven de begrafenis niet te regelen, we hoeven het rouwproces niet door te maken, we hoeven die snoepige kinderen niet op te voeden, en toch wordt de gevoelige snaar diep in ons even flink geraakt. Snif, snif. A good cry en vervolgens als herboren de bioscoop uit. Het zijn emoties zonder consequenties.

Grote films veranderen ons leven, larmoyante films luchten op. De eerste soort dwingt ons om na te denken, de tweede ontslaat ons van de verplichting om na te denken; we kunnen er tranen met tuiten om huilen juist omdat ze ons leven onaangeroerd laten.