Meevallende Voorjaarsnota geeft Kok geen reden tot rust

DEN HAAG, 25 mei Premier Lubbers was woensdag na het kabinetsberaad opvallend lakoniek over de toestand van 's rijks financien. De cijfers in de nog vertrouwelijke Voorjaarsnota zien er inderdaad niet slecht uit.

Het financieringstekort komt dit jaar naar de huidige inzichten uit op vijf procent, een kwart procent minder dan het schema van het regeerakkoord aangeeft. De collectieve lastendruk (belastingen plus premies) zal 53,1 procent bedragen, een half procent minder dan nodig.

Dit laatste is deels toe te schrijven aan tegenvallende belastinginkomsten. Minister Kok (financien) profiteert net als voorganger Ruding bovendien van de meevallende economische groei. Dat leidt tot een positief 'noemereffect, want budgettekort en lastendruk zijn een percentage van het nationaal inkomen.

Toch is er geen reden voor Kok om achterover te leunen. Nu zal hij dat bij zijn aantreden ook niet hebben verondersteld of anders is hij er de laatste maanden wel achtergekomen door tegenvallers in rente-ontwikkeling, WIR-uitgaven en kosten van de koppeling. De belangrijkste problemen zijn de al jaren slepende overschrijdingen op de onderwijsbegroting en de ook al van een vorig kabinet geerfde tegenvallers in de WIR-investeringspremies. Het kabinet wil zekerheid over een afdoende oplossing.

Onderwijs moet voor 1,1 miljard aan ombuigingsmaatregelen nemen. De betalingsachterstand aan het lager onderwijs van 350 miljoen gulden zal waarschijnlijk over enkele jaren worden uitgesmeerd. Ook voor het resterend deel van de overschrijding, die is ontstaan door een overmatig aantal wachtgelders (300 miljoen), een hogere onderwijsparticipatie (200 miljoen oplopend tot 950 miljoen in 1994) en de studiefinanciering (450 miljoen oplopend tot 1,1 miljard in 1994), moet minister Ritzen snel een pakket maatregelen op tafel leggen. Het kabinet zal zich er in de eerste week van juni over buigen, waarna de Voorjaarsnota in de Kamer aan de orde kan komen.

Bij de WIR gaat het om de uitwerking van de eerder in het kabinet gemaakte afspraak, dat het bedrijfsleven alle overschrijdingen vanaf 1990 compenseert. Minister Andriessen (economische zaken) zal wel spijt hebben van zijn persconferentie met Pasen, toen hij op grond van een extern onderzoek een WIR-tegenvaller van ruim 4,7 miljard gulden meldde. De bewindsman ('niemand is te houden aan het onmogelijke') greep de sombere boodschap aan voor een politieke draai; hij stemde in met compensatie. Nu de tegenvaller anderhalf miljard blijkt mee te vallen, wil hij de compensatie weer versoepelen. Maar Andriessen staat in het kabinet alleen. Besluiten worden begin volgende week genomen, voordat de definitieve versie van de Voorjaarsnota donderdag naar de Kamer gaat. Minister Kok wil de gemengde kostenaftrek voor bedrijven verder beperken en daarnaast de eerste schijf in de vennootschapsbelasting verlengen.

De dit jaar benodigde compensatie van een miljard gulden kan problemen geven, omdat de fiscale wetsvoorstellen nog het parlement moeten passeren. Het kabinet denkt daarom voor 1990 aan premieverhoging voor de werkgevers. Mogelijk zal slechts een deel van het miljard op deze wijze worden gecompenseerd, omdat hogere premies de werkgelegenheid nadelig beinvloeden wegens het oplopen van de arbeidskosten. Bovendien zou het midden- en kleinbedrijf worden gedupeerd, terwijl het aan de WIR-overschrijding part noch deel had. De rest van het miljard kan dan volgend jaar langs fiscale weg worden binnengehaald.

Het verloop van het financieringstekort biedt enige ruimte (een kwart procent of wel een miljard gulden) voor clementie met de ministers Ritzen en Andriessen. Maar het kabinet, en in het bijzonder minister Kok, zal hiertoe alleen (en in beperkte mate) bereid zijn, wanneer dqor de overschrijdingen in de volgende jaren een sluitende oplossing wordt gegarandeerd. De 'skeletten uit de kast' moeten dus eerst worden begraven. Een deel van het miljard aan ruimte wordt trouwens al opgesoupeerd, omdat het kabinet een eenmalige toename van het tekort in 1991 door een kasverschuiving wil wegwerken.

Voor Ritzen en Andriessen is er geen ontsnappen aan. Minister Kok houdt hun staatssecretaris Simons (Volksgezondheid) voor als lichtend voorbeeld. Deze heeft tussen neus en lippen door een pakket maatregelen uitgewerkt om dreigende overschrijdingen van een miljard gulden in de geneesmiddelenvoorziening weg te werken. Hij eist bovendien geen extra geld om de werkdruk in de gezondheidszorg te verlichten. Er zal hoogstens geld 'naar voren' worden gehaald. Simons is niet 'toko-gericht', zo wordt op Financien prijzend gezegd. De staatssecretaris heeft bij het departement van Kok zoveel krediet opgebouwd, dat hij wel eens zou kunnen worden beloond als in een later stadium alsnog extra geld op tafel moet komen voor het ziekenhuispersoneel.

Naast tegenvallers bevat de Voorjaarsnota ook een opvallende meevaller voor de schatkist. De uitgaven aan WWV (bijstand) vallen 200 miljoen lager uit dan geraamd. Dat is een direct gevolg van de gestage daling van de werkloosheid.

De Voorjaarsnota biedt ook voer voor economen. Bij de belastinginkomsten doet zich een merkwaardige ontwikkeling voor. Het was al bekend dat deze in 1990 bijna een miljard gulden achterblijven bij de ramingen als gevolg van de doorwerking van een tegenvaller uit het vorig jaar. Blijkens de Voorjaarsnota zal het nationaal inkomen in 1990 ruim drie miljard gulden hoger uitkomen dan de eerder geraamde 446,9 miljard. Dit blijkt echter geen enkel effect te hebben op de belastingraming. De economische onderzoekers kunnen dus aan het werk.