Links-rechts

De angst slaat de generaals om het hart. Hoe houden we, nu de vijand achter de horizon is verdwenen, de troepen in het veld? Het is een oud vraagstuk. De Romeinse centurions voor Massada lieten hun troepen zelf de versterkingen bouwen onder het motto 'ledigheid is des duivels oorkussen'. Overal in de wereld worden soldaten ingezet bij het binnenhalen van de oogst, het aanleggen van wegen enzovoorts. In Roemenie bijvoorbeeld hadden zij daardoor bijna het militaire handwerk verleerd.

Maar in het Westen mag zoiets alleen bij dijkdoorbraken en vergelijkbare calamiteiten. Nu de grote manoeuvres nog slechts op het computerscherm worden nagespeeld, rijst de vraag hoe 'onze jongens' en de financiers daarachter bij de zaak kunnen worden gehouden. Straks trekken de NAVO-landen hun contingenten terug, demobiliseren 'de hap' en wat rest is een soort nationale reserve, de jongelui die zelfs na hun achttiende verjaardag zo een kick krijgen van het soldaatje spelen dat zij er hun vrije tijd aan opofferen.

De strategische denkhoofden hebben nu iets nieuws bedacht: schep multinationale eenheden, professionals die er een eer in stellen het gemeenschappelijke te dienen. Op die manier laten we in Europa tevens zien dat het ons nog steeds menens is, niet zozeer aan de Russen als wel aan de Amerikanen die dan zullen besluiten nog een poosje te blijven.

Maar de slimmerds hebben het culturele zijtoneel van een dergelijk programma over het hoofd gezien. Ooit verloor Tsjiang Kai-sjek de slag om Peking omdat zijn rijst etende infanteristen in die omgeving te weinig van hun gading vonden. Ooit liep het Nederlandse oefenprogramma in het Franse La Courtine nagenoeg in het honderd doordat de verzamelde foeriers niet in staat bleken het dagelijkse rantsoen gevulde koeken te bestemder plaatse te krijgen. Onlangs publiceerde een Duitse krant een foto van het eerste experiment op dit gebied in Boblingen. Les poilus droegen hun baretje naar links, die Jungs naar rechts dat kan dus nooit wat worden.