Immigratie van Sovjet-joden activeert Arabische militaire samenwerking; Israel riskeert vernietigingsoorlog

Op 15 mei, de dag dat 42 jaar geleden de staat Israel werd geproclameerd, zei de secretaris-generaal van de Islamitische Conferentie Organisatie (ICO), waarbij 42 staten zijn aangesloten: 'De campagnes om Sovjet-joden in het bezette Palestijnse land te vestigen zijn niet minder gevaarlijk dan de toevloed van joden die leidde tot de usurpatie van Palestina en de stichting van het zogenaamde Israel'.

Diezelfde dag waarschuwde de Arabische Liga de grote mogendheden voor de ernstige gevolgen van 'de nieuwe invasie' dat wil zeggen de immigratie van Sovjet-joden naar Israel. 'Zonder de militaire en financiele steun van de grote mogendheden zou de zionistische beweging in 1948 niet in staat zijn geweest het heilige land van Palestina te roven en zijn volk op de weg van de ballingschap te sturen'. De laatste jaren groeide in de Arabische wereld de neiging om met de staat Israel niet zozeer tot een vrede, dan wel tot een of andere regeling, een modus vivendi te komen. Niet omdat men Israel acceptabeler vond, maar omdat de prijs van oorlog te hoog was. Bovendien zou de joodse staat, dank zij de demografische factor die in het voordeel van de Palestijnen werkte, langzaam maar zeker tot kleinere proporties worden teruggebracht en zeker niet verder kunnen uitdijen. Er waren goede gronden voor dit getemperde optimisme. Israel werd niet langer door de joden in de wereld als immigratie-oord gekozen. Israelische joden verlieten in tegendeel bij bosjes hun land en hun natuurlijke bevolkingsgroei bleef ver onder die van de Palestijnen. Vandaar dat PLO-voorzitter Arafat keer op keer trots kon verklaren dat het Palestijnse volk, dank zij zijn snelle toename, 'een geheim wapen' had.

Bedreiging

De massale immigratie naar Israel uit de Sovjet-Unie die dit jaar op gang kwam, heeft aan deze optimistische toekomstverwachting een voorlopig eind gemaakt. Het trage 'de-zioniseringsproces' van Israel, zoals de Arabieren zich dat voorstelden, is tot staan gebracht.

De stroom joden uit de Sovjet-Unie wordt dan ook van Arabische kant als een ernstige bedreiging ervaren zeker als die immigratie plaats heeft in een periode dat in Israel rechts-nationalistische groeperingen de dienst uitmaken, groepen die van geen enkele concessie aan de Palestijnen willen weten, en dus evenmin van enige gebiedsafstand. Hun is juist alles eraan gelegen om zelfs het laatste stukje Palestina dat in aanmerking zou kunnen komen voor een Palestijnse staat, in elk geval niet aan de Palestijnen te gunnen. Vandaar dat het verzoek van Arafat om een Arabische top die de dreiging van de Sovjet-immigratie moest behandelen, fatsoenshalve door geen Arabische leider kon worden afgewezen.

Zelfs president Mubarak van Egypte, die niet graag grote woorden gebruikt, verkondigde dezer dagen tegenover de Socialistische Internationale dat de toevloed van Sovjet-joden 'een volledig eind kan maken aan het vredesproces en zelfs een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten kan ontketenen'. Irak en de PLO proberen nu het Arabische Defensie Pact nieuw leven in te blazen. Dit verdrag, dat alle leden van de Arabische Liga verplicht om elkaar in geval van externe agressie militair te helpen, heeft de afgelopen decennia buitengewoon weinig voorgesteld omdat de Arabische lidstaten in te veel onderlinge ruzies waren verwikkeld. De Arabische wereld kon dan ook geen vuist maken tegenover Israel.

Daaraan kan snel een eind worden gemaakt, vinden Irak en de PLO. Zij zullen op de Arabische topconferentie die maandag in Bagdad van start gaat, voorstellen indienen voor meer militaire samenwerking teneinde paal en perk te stellen aan het 'zionistische expansionisme'. Doel van het Iraaks-Palestijnse streven, dat met name door Egypte met zeer weinig enthousiasme wordt begroet, is om de militaire druk op Israel zodanig op te voeren dat het land bereid is politieke concessies te doen en onderhandelingen met de PLO aan te knopen over de ontruiming van de bezette gebieden en de stichting van een Palestijnse staat.

Vaandel

Het door Irak en de PLO aangedragen concept lijkt als twee druppels water op de 'strategie van de militaire gelijkwaardigheid', die president Assad van Syrie jaren lang verkondigde als het enige Arabische drukmiddel tegen Israel. Maar Assad, die de top in Bagdad wil boycotten omdat de bijeenkomst naar zijn smaak te zeer bijdraagt tot meer roem, eer en glorie voor zijn vijand, president Saddam Hussein, heeft de afgelopen tijd van zijn beschermer en bondgenoot, de Sovjet-Unie, buitengewoon weinig steun gekregen voor zijn idee van 'strategische gelijkwaardigheid' dat hij niet alleen in naam van Syrie en de Palestijnen verkondigde, maar in naam van de gehele 'Arabische Natie'. Saddam Hussein heeft dat vaandel van pan-Arabisch nationalisme thans van Assad overgenomen. De Iraakse krant Al-Jumhuriya schreef op 13 mei dat de Arabische top in Bagdad kan worden gehouden na de aankondiging van Irak dat er een nieuwe strategische pariteit op regionaal gebied is geschapen. De chemische en de bacteriologische wapens, die Irak met zijn verdragende raketten kan afschieten, de nucleaire wapens die het aanmaakt, alsmede de bereidheid die Saddam Hussein keer op keer heeft getoond om zijn dreigementen waar te maken, hebben hem tot de nieuwe sterke man van de Arabische wereld gemaakt.

De PLO heeft zich sinds enkele maanden steeds dichter genesteld aan de borst van deze nieuwe grote leider. Hoe zeer zijn macht op de PLO afstraalt, bleek een paar dagen geleden uit de woorden van Abdallah Frangie, de PLO-vertegenwoordiger in Bonn. Hij sprak als reactie op het door een Israelier veroorzaakte bloedbad in Rishon Lezion, waarbij zeven Palestijnen om het leven kwamen. 'Wij zullen niet zwijgen. Wij zullen antwoorden. Wij hebben de macht om te antwoorden.(..) Ik durf te voorspellen dat er in de komende jaren een vernietigingsoorlog zal komen en dat de degenen die daarvoor verantwoordelijk zullen worden gesteld Israelische politici zullen zijn'.

Gods dienaar

Misschien is deze oorlog dichterbij dan men vermoedt. Saddam Hussein werpt zich niet alleen op als de grote leider van de Arabische Natie, waarvan hij de belangen tegenover het Westen en tegenover Israel verdedigt. Hij probeert namelijk nu ook met zijn vijand Iran die hij tot voor kort veel gevaarlijker achtte, tot een vergelijk te komen.

Vorige maand stuurde hij een verzoeningsgezinde brief aan de Iraanse president Rafsanjani met het aanbod om om onder auspicien van de Sovjet-Unie directe vredesonderhandelingen met Iran te beginnen. In dat schrijven stelde hij voor het eerst dat er over de soevereiniteit van de (Iraaks-Iraanse) grensrivier Shatt el-Arab (waarover de oorlog was begonnen) best te onderhandelen viel. De brief, getekend door 'Saddam Hussein, de dienaar van God', was zo vriendelijk van toon dat Rafsanjani opmerkte dat er 'een paar tekenen van goede wil in te bespeuren waren'.

De oorlog met Iran had hij niet gewild, hij was er tegen zijn zin in verzeild geraakt door toedoen van machten met gevestigde belangen in de regio. Volgens diverse kranten in de Golf-regio stelde Saddam zelfs voor om met de Islamitische Republiek Iran een gemeenschappelijk Arabisch-islamitische front tegen de zionistische entiteit op te zetten. 'Saddam is niet tevreden met het oprichten van monumenten voor zichzelf', zegt de Iraakse kunsthistoricus Samir al-Khalil die een film over hem maakte. 'Hij wil integraal onderdeel zijn van de Iraakse legenden en geschiedenis'. Een vernietigingsoorlog om de Palestijnse kwestie voor eens en voor altijd op te lossen zou hem zeker tot een van de grootste legendarische figuren maken niet alleen in de geschiedenis van Irak, maar in die van de hele Arabische Natie.

Saddam Hussein: de Grote Leider van de Arabische Natie. (Foto: AP)