De Bruin verzamelt ex-beursfondsen

ROTTERDAM, 25 mei Hij heeft meer bedrijven van de beurs gehaald dan de meeste banken er naar toe hebben gebracht. Zoals een jager hertekoppen aan de muur verzamelt, zo heeft drs. C. J. de Bruin aan de muur van zijn Rotterdamse kantoor een rij van ingelijste aandelen van fondsen die ooit de Amsterdamse beurs sierden.

MetaVerpa, DPW, Van Wijk en Heringa, Marchand Andriessen, de Gelderse Tramwegmaatschappij, Maatschappij Westelijk Handelsterrein en Maatschapij ter Exploitatie van Westplaat Buitengronden hangen er.

Niet alle trofeeen zijn voormalige beursfondsen. Ook Mijnbouwkundige Werken hangt er, maar is aan de beurs genoteerd net als De Bruins jongste aanwinst Holland Sea Search Holding waar hij eind vorig jaar meer dan vijftig miljoen gulden in investeerde. Ook de Molukse Handelsmaatschappij Amsterdam (MHV) die de Bruin volgende maand voor 500 miljoen gulden wil overnemen hangt al in het rijtje. De Bruin neemt bedrijven van de markt. Hij brengt ze niet naar de beurs. Hoewel alle participatiemaatschappijen zo'n beursgang zien als de kroon, vindt De Bruin een van de eerste venture capitalists, die hij in 1973 begon met overneming van een deel van Zwolsmans imperium Amsterdam daarvoor wat te klein. 'De meeste bedrijven die in Nederland naar de beurs worden gebracht zijn veel te klein. Als je hier wat hebt haal je er misschien vier of vijf keer je geld uit. Maar in de VS, Duitsland of Frankrijk zijn de multipliers veel hoger.' De Bruin doelt dan niet op de beruchte lage koers-winst-verhoudingen in Amsterdam. Hij meent dat een onderneming in andere markten groter kan worden. Als je er dan vanaf het begin inzit kun je dus ook meer verdienen, zegt hij.

Een van zijn grote klappen heeft De Bruin in Australie gemaakt. Daar hielp hij een kennis die net als hij ex-accountant was, R. J. Champion de Crespigny, een goudmijn (letterlijk) te kopen, die er ook figuurlijk een werd. Daardoor is De Crespigny thans in staat De Bruins activiteiten in bijvoorbeeld Holland Sea Search mede te financieren.

De Bruin financiert zijn activiteiten naar eigen zeggen nauwelijks met geleend geld. Hij werkt naar het voorbeeld van Amerikaanse investeerders als Forstmann Little. Die brengen een pool van kapitaal bijeen. Institutionele beleggers en particulieren stellen geld beschikbaar in de vorm van aandelenkapitaal of zogenaamde mezzanine finance, een soort van achtergesteld vermogen ergens tussen eigen en vreemd geld. De Bruin wijst er met nadruk op dat beleggers daar eigen geld in steken. Het is niet zoals met junk bonds, waarbij banken eerst een financiering doen en dan het geld terughalen door het in stukjes aan het publiek te verkopen.

Nederlandse institutionele beleggers doen inmiddels ook mee in dergelijke pools, maar dan in de Verenigde Staten en niet hier.

De Bruin wordt met eigen geld van mensen die in hem vertrouwen ook daadwerkelijk eigenaar van een onderneming en gaat daarmee aan de slag. Meestal bij een onderneming waarmee het heel slecht gaat. 'Je komt een hoop rotzooi tegen, ' aldus De Bruin. 'Onvoorstelbaar.'

Hij geeft voorbeelden van een beursfonds waarvan de directie in de gevangenis was beland en de bank het krediet opzegde. Of van managers die aan grootheidswaanzin leidden en hoewel het bedrijf eigenlijk failliet was een groot borstbeeld van zichzelf voor het gebouw plaatsten. 'Dat lieten we dus omsmelten en de opbrengst stopten we in de pot voor het eerstvolgende personeelsfeest. Niet dat dat echt zoden aan de dijk zet, maar dan laat je zien waarmee je bezig bent.' De Bruin toont zich trots op zijn werk. Vooral omdat alle ondernemingen die hij onder handen heeft genomen inmiddels florerende bedrijven zijn. Hij saneert ondernemingen die eigenlijk niets meer voorstellen. Dat doet hij als aandeelhouder/eigenaar. 'Dat is beter dan dat bedrijven onder falende managers maar gewoon doordenderen zonder dat aandeelhouders iets te zeggen hebben. Philips is misschien niet het juiste voorbeeld, maar toch. Ik geloof dat mensen zoals ik een nuttige functie vervullen. Iemand moet het doen.'

Hij omschrijft zijn eigen functie als: 'inspirator.' De Bruin ziet zichzelf niet als iemand die even snel geld verdient door een onderneming op te kalefateren. Dat gebeurt volgens hem met veel bedrijven die naar de beurs worden gebracht. 'Je ziet bedrijfjes komen die net een goed jaar hebben gehad en nog een goed jaar verwachten en dan hup naar de beurs.' Zoiets wil De Bruin niet op zijn geweten hebben. Hij moet het vertrouwen van zijn partners houden. Daarom vindt hij het ook niet vreemd dat de koers van Holland Sea Search of MHV nog niet erg positief reageerde op zijn bemoeienissen. De Amsterdamse beurs is volgens hem niet gewend op wat langere termijn te kijken. Hij vergelijkt het met iemand die een huis heeft. 'Als je het snel wil verkopen verf je snel even over het rotte hout heen. Maar als je het op wil knappen voor jezelf, dan vervang je de kozijnen en het riool en wat er maar moet gebeuren.'

Zo is het ook met ondernemingen: 'Wil je die herstructureren dan ben je zeker vijf jaar bezig.'