Alles verandert, maar ik verander niet

De schrijver Andrzej Szczypiorski slaagt erin optimistisch te blijven hoewel niemand weet waar Polen heen gaat. Juist nu wordt van schrijvers iets verwacht, vindt hij, ook al is het moeilijker geworden om boeken uit te geven. Zijn eigen uitgever verkoopt vis om papier te kunnen kopen. Het kapitalisme is niet gemakkelijk. 'Mensen zeggen op tv: waarom krijg ik geen woning van de staat?' De Westerse literatuur is de literatuur van de navelstaarders, zegt hij, de literatuur van de slapeloosheid: het resultaat van jullie welvaart. Hier in Polen wordt de literatuur bedreigd door vele gevaren, maar als we ergens voorlopig niet door worden bedreigd is het wel de welvaart.

Andrzej Szczypiorski lacht, leunt achterover, bekijkt de foto's aan de muur die hem tonen met de paus, haalt de handen door het haar en wordt weer ernstig. Hij geeft toe: de Poolse literatuur gaat door een dal. De Poolse schrijver is decennia lang een held geweest, heeft decennia lang de geestelijke soevereiniteit van de Polen beschermd, is binnen het totalitaire socialisme bij uitstek de verwoorder geweest van de nationale identiteit van de Polen en hun aspiraties, hun drang naar waarheid, zelfbestuur, onafhankelijkheid, hun drang naar vrijheid.

Nu is die vrijheid er. En waar is de Poolse schrijver? Hij laat het afweten. Wie in de Poolse boekwinkels rondkijkt ziet geen nieuwe literatuur, geen nieuwe thema's. Wie de bestsellerslijsten bekijkt ziet opnieuw geen literatuur, ziet boeken over de oorlog, het verleden, ziet boeken over huisdieren en tuinieren en ziet vertalingen, maar geen nieuwe literatuur. En wie naar de verkoopcijfers kijkt, ziet een daling, want de nieuwe vrije markt heeft boeken voor vele Polen te duur gemaakt.

Andrzej Szczypiorski. Een bestsellerauteur. Hij is, met Marek Nowakowski, met Kazimierz Brandys en met Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz internationaal Polens bekendste schrijver. Een grote, hartelijke man met grijs haar en grote ogen. Jaargang 1924. In de oorlog vocht hij in het Thuisleger, het niet-communistische verzet, hij nam deel aan de Opstand van Warschau in 1944 en zat in Sachsenhausen. Na de oorlog was hij radioverslaggever en diplomaat en ging hij schrijven, 21 boeken in totaal, thrillers, romans, zoals Poczatek (Begin), internationaal een groot succes, dat in het Nederlands werd vertaald onder de titel De mooie mevrouw Seidenmann, historische romans als Een mis voor de stad Atrecht, maar ook werken als Blocnote van de staat van beleg. In 1976 kreeg hij een publikatieverbod en na de staat van beleg in 1981 en 1982 zat hij gevangen. Sinds vorig jaar is Szczypiorski lid van de Senaat, de nieuwe, democratische Senaat. Een spraakmaker.

De Poolse schrijver heeft het moeilijk, in de huidige omstandigheden, zegt Andrzej Szczypiorski. De rol van vroeger is uitgespeeld. Maar, zegt hij, de vrijheid brengt haar eigen uitdaging met zich mee, nieuwe verplichtingen. Ook voor de schrijvers. Juist voor de schrijvers. Waar Polen heen gaat weet niemand. We hebben, zegt Andrzej Szczypiorski, twee alternatieven. We bouwen een vrije, soevereine, maar nationale staat op. Er is veertig jaar gelogen. Dit is een gewond volk, een gekwetst volk. Het wil de vernedering uitwissen, waardigheid terugwinnen, het zoekt naar een geestelijke rechtvaardiging. Dat is een illusie, het resultaat zou een nationale staat zijn zoals die vorige eeuw bestonden, xenofoob, nationalistisch en gesloten, een staat die achter loopt, een staat in een permanente geestelijke crisis.

Verweesd

Het andere alternatief, zegt Szczypiorski, is een boven-nationale staat, een die aanstuurt op een integratie in het hele Europese mechanisme. Daar ligt de uitdaging voor de Poolse literatuur: we moeten een nieuw geestelijk milieu scheppen, we moeten het in de literatuur niet meer over het verleden hebben, over herinneringen, over wrede ervaringen, over die zaken waar we het altijd over hebben gehad. De Poolse schrijvers moeten bouwen aan de herziening van de openbare mening, aan bruggen naar Europa. Dit land is niet rijp voor Europa, we zijn als Europeanen verweesd, we zijn vijftig jaar afgesneden geweest. Er zijn, zegt hij, voorbeelden te over van die verwezing. Jongeren emigreren. Men vindt dat een schande, men vindt dat een schending van de nationale waardigheid, die emigranten zijn geen patriotten. 'Maar waarom niet? Sinds de oorlog zijn miljoenen Italianen naar Amerika, Duitsland, Engeland geemigreerd en toch Italianen gebleven, en niemand in Italie heeft geroepen dat ze geen patriotten zijn. Jullie hebben een ander Europees mechanisme, jullie zien de plaats van je land in de wereld anders dan wij de plaats van Polen zien. Dat moet veranderen. En daar spelen schrijvers een rol.' Hij is een optimist, zegt hij. De Pool wordt wel een Europeaan, en het zal niet eens zo lang duren, want de jeugd heeft de toekomst en de Poolse jeugd kent Europa: er zijn nauwelijks twintigers en dertigers die nooit buiten het land zijn geweest. En ook de Poolse schrijver komt er wel: de uitdaging is te groot om haar te negeren, de schrijver moet wel, hij zal de strijd aangaan, niet meer tegen het totalitarisme, maar tegen de achterlijkheid, tegen de slechte smaak van de lezer, tegen de geestelijke luiheid van de mens, tegen de vervalsingen in het geestelijk leven, tegen de illusies die overal heersen over de rol van Polen in de wereld en over het nieuwe politieke en economische systeem. Er liggen drempels, beschavingsdrempels noemt hij ze, maar die, zegt hij, nemen we ook wel. Er zijn veel goede schrijvers hier, het duurt misschien vijf of tien jaar, maar let op: voor het eind van de eeuw beleven we weer een bloei.

Zijn eigen rol? Hij lacht. Nee, zegt hij, ik ben monothematisch, mij gaat het om de mens die verdwaalt in de mechanismen van geschiedenis en samenleving: 'Ik ben heel ouderwets, en heel vervelend, want alles verandert, maar ik verander niet meer, ik blijf hetzelfde schrijven.' Een optimist. Maar wordt hier van de Poolse schrijver niet opnieuw een avantgarde-rol verwacht, zonder dat die Poolse schrijver weet waar hij het over heeft? Niemand immers weet hoe straks het nieuwe Polen eruit zal zien.

Slechte grap

Het is, zegt Andrzej Szczypiorski, misschien het grootste probleem. Want zeker, de Poolse schrijver kent het Westen. Maar jullie kapitalisme wordt niet zomaar getransplanteerd. We krijgen hier een eigen soort kapitalisme. En dat wordt een enorm geestelijk probleem: Polen zijn andere mensen geworden, door 45 jaar socialisme, net als Oostduitsers andere mensen zijn geworden, daar zullen Helmut Kohl en de Westduitsers nog heel lelijk van opkijken. In het socialisme was de mens een voorwerp voor de macht: hij was minder dan een slaaf, hem is systematisch 45 jaar lang afgeleerd enig initiatief te ontplooien, hij is, zegt Szczypiorski, vrijwel niet in staat tot enig zelfstandig handelen: 'Mensen zeggen op tv: waarom krijg ik geen woning van de staat? Het wil er niet in dat ze nooit van hun leven meer hoeven te rekenen op een woning van de staat, dat ze zelf maar een woning moeten zoeken, huren, bouwen. De Pool die zijn baan verliest kan niet bevatten dat er zoiets als werkloosheid bestaat. Hij ziet dat als een slechte grap. Hij denkt: elk moment kan er iemand de hoek om komen die buigt en zijn hoed afneemt en beleefd vraagt: wilt u zo vriendelijk zijn voor mij te komen werken? Zo is het altijd gegaan. De staat besliste alles, waar je woonde, hoe je woonde, waar je werkte, wat je deed, waar, wanneer, hoe en hoe lang je met vakantie ging, de staat besliste alles.' Het is misschien de Poolse schrijvers wel te verwijten dat ze de Polen niet hebben voorbereid op die veranderingen, zegt Andrzej Szczypiorski. Er is sinds de machtswisseling van vorig jaar nog geen enkel literair werk verschenen dat de aanblik van de nieuwe Poolse samenleving als onderwerp heeft. Maar, zegt hij, dat is een voorbijgaande zaak. 'We beleven een heel speciale periode. Kijk rond in de boekhandels. Boeken over tuinieren, het huishouden, over zelf doen. In het Westen bestaat over die onderwerpen een enorme literatuur, duizenden boeken. Maar wij hebben hier nooit boeken over dat soort onderwerpen gehad, over hobby's, over auto's. Of over geschiedenis, de echte geschiedenis. Ik lees ze niet, het zijn vast slecht geschreven boeken, maar er is een enorme behoefte aan. Er is zoveel in te halen.'

Opvoeden

Er verschijnt veel rommel, zegt hij. De censuur is weg. De censuur was verschrikkelijk, maar de communisten hadden wel een fatsoenlijk uitgangspunt: de bevolking moest worden opgevoed. Er bestond geen porno, er bestond geen geen racisme in de literatuur. Onze thrillers waren niet bloedig, onze thrillers waren mild en elegant. Communisten waren puriteins, mensen met vrome zeden. Seks was vies, het ging in het leven niet om seks maar om de wereldrevolutie. Dat verandert. De slechte literatuur beheerst de markt al.

Het aantal uitgeverijen is het laatste jaar met sprongen gestegen. Vele zoeken het snelle geld, het makkelijke geld, het geld zonder risico. Ik ben geld zonder risico, zegt Andrzej Szczypiorski, maar de jonge debutant komt niet aan bod.

Vis

Er zijn, zegt Szczypiorski, ook goede nieuwe uitgevers. Hij staat op, haalt uit de boekenkast de laatste druk van zijn succesroman Poczatek: een staatsuitgeverij zou er nooit zoiets moois van hebben gemaakt, zegt hij. Zijn uitgever in Poznan heeft een driemansbedrijfje, met hemzelf, zijn vrouw en een partner. Het is schipperen en sjoemelen. Papier kost in Polen 13 miljoen zloty per ton. Geen kleine uitgever kan dat betalen. Dus gaat die Poznanse uitgever naar Gdynia, koopt er vis van de vissers, reist ermee naar Ronne in Denemarken, verkoopt de vis, koopt Deens papier en voert dat in. Zo kost hem het papier maar vijf miljoen zloty per ton. Met dat driemansbedrijfje geeft hij 25 boeken per jaar uit, terwijl de cooperatieve uitgeverij Czytelnik er met tweehonderd medewerkers dertig tot veertig per jaar uitgeeft. 'Mijn uitgever slaapt niet endenkt na, dag en nacht. De baas van Czytelnik slaapt wel, die hoeft niet na te denken. Maar mijn uitgever heeft de toekomst. ' In beide gevallen is het boek voor veel Polen onbetaalbaar geworden. 'Alles is relatief. Een roman kost 15.000 zloty. Dat is evenveel als drie kilo suiker kost, of vijf kilo brood. Dat is niet onbetaalbaar.' Voor veel Polen is het bijna een dagloon. 'Maar we lazen erg veel. Mijn Zwitserse uitgever zegt me dat mijn boek een ongekende bestseller is. Ik heb hem gevraagd: wat is een ongekende bestseller?

Hij zegt: dat zijn honderdduizend exemplaren. Maar in Polen is dat niets. Een bestseller begint pas bij een half miljoen, een miljoen.' Niettemin: er wordt minder uitgegeven, gekocht, gelezen. 'Goed, we lezen nu minder. Nou en? Is dat een ramp? Het is geen ramp. Als ik daarover klachten van collega's hoor zeg ik: je wilde toch de vrije markt? Je hebt nu de vrije markt. De vrije markt is geen paradijs. Het kapitalisme is veeleisend. Iedereen moet vechten, ook schrijvers moeten vechten.' Szczypiorski staat op, kalmeert het kleine leger honden in zijn huis dat aanslaat als ze buiten de auto van zijn zoon horen. Het is, zegt hij, de illusie van de twintigste eeuw dat iedereen boeken zou moeten lezen. In de vorige eeuw waren er minder lezers, het boek was er voor de rijken in hun salons. In de Middeleeuwen werden boeken alleen in de kloosters gelezen. Maar er was wel een literatuur. Het boek, zegt hij, is een artikel voor de elite. De mensen lezen minder. Dat is jammer. Maar dat is nog geen crisis van de cultuur, of van de literatuur. Er gaan theaters dicht, maar de beste theaters blijven open. Er zijn musici werkloos, maar de beste musici blijven spelen. Het is de concurrentie. Maar de concurrentie is een genade voor de cultuur. Iedereen zegt: er is een crisis. Maar er is nog nooit in de geschiedenis een crisis geweest die de cultuur de nek heeft omgedraaid.