Weinig effect verlaging minimumloonkosten

DEN HAAG, 23 mei Verlaging van de minimumloonkosten met 10 procent bij voorbeeld doordat werkgevers minder premie hoeven af te dragen kan maximaal 10.000 tot 26.000 arbeidsplaatsen opleveren. Het effect van zo'n verlaging op de werkgelegenheid is dus beperkt.

Dat concludeert het rapport 'Werkgelegenheidseffecten van de verlaging van de kosten van laaggekwalificeerde arbeid' van de stichting Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA). Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij mensen met een lage opleiding. Dat leidde tot de veronderstelling dat in ons land de loonkosten te hoog zijn en dat het minimumloon of althans de kosten daarvan voor de werkgever omlaag moeten. Vertrekpunt van de onderzoekers werd de wet Vermeend-Moor, die voorziet in tijdelijke premievrijstelling voor in dienst genomen langdurig werklozen. Honderdvijftig bedrijven die in het kader van die wet ten minste een persoon in dienst hadden in een laaggeschoolde functie werden ondervraagd.

De helft van het betreffende laaggeschoold werk bleek te worden verricht door personen met een afgeronde opleiding in het voortgezet onderwijs. Als de minimumloonkosten verder worden verlaagd, zou dat slechts in beperkte mate ten goede komen aan laaggeschoolden.

Bovendien bleek slechts 10 procent van de de geplaatsten het minimumloon te ontvangen. Vaak is in de CAO vastgelegd dat de laagste loonschaal boven het minimumloon ligt.

In 15 tot 20 procent van de gevallen leidt toepassing van de wet tot meer werkgelegenheid. In de overige gevallen wordt de totale werkgelegenheid niet beinvloed, maar worden wel de selectie-eisen aangepast, waardoor de positie van de langdurig werklozen op de arbeidsmarkt verbetert.

Volgens de OSA-onderzoekers leidt verlaging van de minimumloonkosten met 10 procent tot groei van de werkgelegenheid op minimumniveau met ongeveer 10 procent. Ongeveer 2,5 procent van de volwassen werknemers ontvangt het minimumloon en ongeveer 7 procent valt in de klasse tot 110 procent van het minimumloon.

Een andere OSA-studie komt tot de slotsom dat de werkloosheid bij jongeren door verlaging van het minimumloon slechts beperkt afneemt. Daling van het minimumjeugdloon met 1 procent leidt naar verwachting tot een groei van de werkgelegenheid voor jongeren met 0,1 procent, terwijl de werkgelegenheid voor volwassenen per saldo nauwelijks verandert.