Voorbereiding Kalkar moet worden hervat

ROTTERDAM, 23 mei De voorbereiding voor de ingebruikneming van de omstreden kerncentrale in het Westduitse Kalkar moet worden hervat. Dat is gisteren bepaald door de hoogste gerechtelijke instantie in Karlsruhe.

De regering van de deelstaat Noordrijnland-Westfalen had de voorbereiding voor de ingebruikneming van Kalkar laten stilleggen. Zij wilde naar aanleiding van de ramp met de kerncentrale in het Russische Tsjernobyl in april 1986 nadere adviezen inwinnen over de veiligheid van de centrale in Kalkar.

De bondsregering verbood een nieuwe adviesronde. Dat was volgens Bonn overbodig. De bondsregering zag in het optreden van de deelstaatregering een poging om de ingebruikneming van de reactor in Kalkar, die al enkele jaren gereed is, te vertragen. Bonn gelastte de deelstaatregering de voorbereiding te hervatten.

Daarop wendde de deelstaatregering zich tot het 'Bundesverfassungsgericht' in Karlsruhe met de vraag of Bonn wel het recht had een nieuwe adviesronde te verbieden. De rechters in Karlsruhe hebben Bonn in het gelijk gesteld.

De uitspraak betekent dat Noordrijnland-Westfalen de aanvrage van Kalkar voor de twee nog ontbrekende vergunningen voor ingebruikneming van de centrale in behandeling moet nemen. Deze hebben betrekking op het inladen van splijtstof en het opstarten van de reactor.

Het gerechtelijk oordeel zal volgens de deelstaatregering geen directe invloed hebben op het Kalkar-project. 'Het project is onveranderd niet klaar voor ingebruikneming. Met dit oordeel zijn we niets dichter gekomen bij het stadium waarin een beslissing over de snelle kweekreactor moet worden genomen', aldus minister Jochimsen (economische zaken en technologie) van Noordrijnland-Westfalen.

De bouw van de centrale in Kalkar heeft circa zeven miljard gulden gekost. Daarvan hebben de Nederlandse staat en de Nederlandse elektriciteitsbedrijven ongeveer 600 miljoen betaald. Noordrijnland-Westfalen stelt zich sinds 1985 op het standpunt dat Kalkar niet in gebruik moet worden genomen. De deelstaatregering acht de veiligheid onvoldoende gewaarborgd. Bovendien is de centrale volgens Noordrijnland-Westfalen niet nodig voor de stroomvoorziening.