VN-bureaus reageren laks

GENEVE, 23 mei 'Een ooggetuige slaagt erin ons mee te delen dat hij de met bloed doordrenkte kleren van de hoofdverdachte heeft gezien op het politiebureau'.

In NRC Handelsblad schreef Afrika-correspondent Koert Lindijer deze week over zijn arrestatie in Addis Abbeba, vorige week woensdag, samen met radio-collega Ton van der Graaf en drie Ethiopische informanten. De twee journalisten zijn vrijdag het land uitgezet. Voor hen is het avontuur voorbij.

Van de drie Ethiopiers is er inmiddels een vrijgelaten. De hoofdverdachte op wie Lindijer doelt is de 38-jarige Tilahun Fardesse. Bij zijn arrestatie wist hij wat hem te wachten stond. Hij was twee keer eerder gevangen genomen, en gemarteld.

Wat kunnen internationale organisaties als Amnesty International of de Verenigde Naties in zo'n geval uitrichten? Niet bijzonder veel, zo blijkt uit een frustrerende gang langs de verschillende bureaus: 'Martelingen s.v.p. alleen melden op werkdagen' is het advies. De onmacht van de VN-organisatie, op papier de meest invloedrijke van al, is het schrijnendst. Het eerste telefoontje naar het Centrum voor de Rechten van de Mens, dat jaarlijks 300.0000 klachten over schendingen binnenkrijgt, is ontmoedigend. Een medewerker van een van twaalf thema-rapporteurs, die zich met soorten schendingen bezighoudt, zegt: 'Als u geen nauwkeurige gegevens heeft, kunnen we niet veel doen. De Ethiopische regering reageert toch al uiterst geprikkeld als onze verzoeken om informatie te weinig gedetailleerd zijn. Herhaalde interventies werken bovendien contra-produktief. We moeten doseren en treden alleen op in de ernstigste gevallen, op basis van gedegen informatie'.

Hij verkondigt dat de VN zelden afgaan op berichten in de pers 'dat valt buiten onze opdracht' en verwijst naar Amnesty International in Londen. De tijd dringt. Het is donderdagmiddag, kort nadat Lindijer vanuit een gebarricadeerde hotelkamer enkele gegevens heeft doorgebeld. De drie Ethiopiers bevinden zich dan al een volle dag in gevangenschap, gescheiden van de twee journalisten. Het is bekend dat tijdens het eerste verhoor de ergste martelingen plaatsvinden.

Martin Hill, bureauchef voor Ethiopie van Amnesty, is niet op kantoor. Maar een naaste medewerkster neemt geduldig de gegevens op. Tijdstip en plaats van arrestatie, beschrijving van het gewapende arrestatieteam in burger, en van de drie informanten. Dan stokt het gesprek. 'U heeft geen namen?' Nee, want de drie kritici van het bewind-Mengistu stonden de journalisten te woord op voorwaarde van volstrekte anonimiteit, zoals dat vaker gaat in landen met repressieve regimes.

De medewerkster zegt pas 'een urgent appel' te kunnen versturen aan de regering na verificatie van alle gegevens met eigen bronnen en na goedkeuring van de juridische afdeling. 'Procedures, weet u', zegt ze verontschuldigend. Jawel, ze heeft volledig begrip voor de situatie. Snel handelen is inderdaad geboden. Ze beseft dat er levens op het spel staan en zal het nog eens met haar superieur bespreken. Op vrijdag bevestigt Martin Hill formeel dat de gegevens tekortschieten. Vrijdag, laat in de middag, belt Lindijer. Hij is op het vliegtuig gezet, en kon pas na aankomst in Nairobi de naam van een informant vrijgeven, die van de hoofdverdachte. Amnesty opnieuw gebeld. Het is inmiddels na vijfen. Niemand neemt op. Ook het antwoordapparaat staat niet aan. Bij het Centrum van de VN hetzelfde resultaat. De telefoniste kan niemand meer bereiken: 'Probeert u het maandag nog eens'. Zaterdagmorgen gaat de telefoon thuis bij de speciale rapporteur die de VN verslag uitbrengt over martelingen, de Nederlandse hoogleraar P. H. Kooijmans. Of hij iets kan doen? Hij is tenslotte de man die het Centrum opdracht kan geven namens de VN bij de regering in Ethiopie te intervenieren. In zijn jaarrapport staat dat hij dat in 1989 diverse malen heeft gedaan. Op 2 oktober vorig jaar vroeg hij Addis Abbeba per brief om opheldering over meldingen van martelingen in centrale ondervragingscentra en andere speciale detentieoorden. Kooijmans somt in het rapport de martelmethoden op die in Ethiopie vooral onmiddellijk na arrestatie worden toegepast: slaan op de voetzolen, ophanging in geboeide positie, toedienen van elektrische schokken en onderdompeling in water.

Ook de VN kennen de speciale procedure van 'urgente actie'.

Zowel de werkgroep 'verdwijningen' (negentien gevallen) als de speciale rapporteurs over standrechterlijke executies (terechtstellingen in Eritrea en Tigray), over religieuze onverdraagzaamheid (discriminatie van joden en Jehova-Getuigen) en Kooijmans zelf, hebben inzake Ethiopie herhaaldelijk dit middel gehanteerd, aldus hun jaarrapporten.

Kooijmans toont aan de telefoon goede wil, maar zegt eenvoudigweg niet in staat te zijn zaterdag of zondag het Centrum te alarmeren. Er wordt immers niet gewerkt in het weekeinde. Hij belooft het Centrum maandag meteen te verwittigen. De VN zullen beslist intervenieren, verzekert hij.

De medewerker die Kooijmans bij zijn deeltijd-baan als rapporteur assisteert in het VN-Centrum in Geneve, heeft maandagmorgen eerst een stafvergadering. Kan het tot na de lunch wachten? Uiteindelijk stuurt het Centrum voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties maandag in de namiddag een speciale telex naar de regering-Mengistu van Ethiopie drie volle dagen nadat een getuige de identiteit van de informant heeft meegedeeld aan Lindijer, en vijf dagen na zijn arrestatie.

Addis Abeba wordt in een standaard-tekst gevraagd de internationale rechtsregels na te leven en 'om humanitaire redenen' de met naam en toenaam vermelde verdachte te ontzien. De met bloed bevlekte kleren van 'hoofdverdachte', Tilahun Fardesse, zijn dan allang gesignaleerd in het hoofdbureau van politie in Addis Abeba.