Vader en zoon weigeren illegaal huisje in bos te verlaten; 'Het is een grote bende bandieten'

KONINGSBOSCH, 23 mei Tot begin deze maand leefden Severijn Jeurissen (70) en zijn 95-jarige vader Graad vredig in hun naast elkaar gelegen houten keetjes in een van de majesteitelijke bossen rondom Koningsbosch (gemeente Echt). Toen kregen ze een brief van de gemeente. Severijn, voormalig mijnwerker en hartpatient met stoflongen, diende onverwijld zijn illegaal opgetrokken houten huisje te verlaten. Zo niet dan zou de sterke arm er aan te pas komen.

Terwijl de goeddeels dove en blinde Graad, die overigens nog goed bij zijn verstand is, stilletjes voor zich uit zit te kijken in een leunstoel onder de overkapping van zijn hut en met zijn wandelstok wat in de aarde prikt, wijst zijn zoon Severijn op een riek, die in een hoek staat. 'Daar rijg ik ze aan als ze komen. Ik laat mijn vader hier toch zeker niet alleen kreperen, want dat willen ze.'

Dan klinkt als een schot in het stille bosperceel van 2.200 vierkante meter, waarvan hij eigenaar is, het woord van Graad: 'Het is een kliek, een grote bende bandieten. Je zou het beste een revolver aanschaffen en ze allemaal doodschieten.'

Compromis

Vorig jaar had Severijn van de dokter het advies gekregen een oplossing te zoeken voor zijn vader. De man, vroeger eveneens mijnwerker, die al 59 jaar als een kluizenaar in het bos woont, kon langzamerhand niet meer voor zichzelf zorgen. Eerst dacht Severijn er nog aan bij zijn vader in het huisje te kruipen, maar dat is voor twee volwassen mannen iets te klein. Toen besloot hij pal er naast met behulp van een aantal van zijn dertien kinderen een keet te bouwen. 'Want ik kan mijn vader toch niet alleen laten.'

Maar de gemeente kwam er achter dat hij er geen vergunning voor had. De advocaat van vader en zoon, mr. L. P. H. Hameleers uit Echt, probeerde nog tot een compromis te komen: Severijn er zo lang laten wonen totdat zijn vader in een verpleeghuis zou worden opgenomen of zou sterven. Maar dat kon geen genade vinden bij de gemeente. 'Als we dit toe laten, gaat iedereen maar wat aanrommelen in het bosgebied', was ongeveer de redenering. Dus werd Severijn gesommeerd zijn keet te verlaten: niet goedschiks dan kwaadschiks.

Te ruim 'Als ze bij de gemeente een beetje hart hadden, boden ze ons een bejaardenwoning aan in Koningsbosch. Dan zou ik er met mijn vader heengaan. Daar staan er genoeg. Die krijgen ze niet eens vol en nu hebben ze er jonge mensen in gestopt.'

Een eerder aanbod sloegen vader en zoon af, volgens de zoon omdat de woning te ruim uitviel. 'Wat moeten we met drie kamers.' Als ze van de gemeente komen, zegt Severijn, dan kunnen ze een warm onthaal verwachten. 'Dan schaf ik me wat aan om te schieten en dan knal ik ze allemaal kapot. Daar heb ik gevangenisstraf voor over. Ik heb toch niks meer te verliezen.' Volgens wethouder J. M. Geraads van Echt, nog in de verte familie van vader en zoon Jeurissen, gebruikt Jeurissen jr. de 'zogenoemde zorg voor zijn vader' om een woning te rechtvaardigen in het buitengebied. 'Een oneigenlijke grond en dus irreeel', aldus de wethouder.

Vader en zoon Jeurissen op de veranda van hun houten keetjes. (Foto Nelis Tutkey)