Renault betaalt deel steun terug na druk van EG

BRUSSEL, 23 mei Het Franse automobielbedrijf Renault moet de Franse staat 6 miljard franc (2 miljard gulden) terugbetalen van de 12 miljard franc die het aan staatshulp heeft ontvangen. De Europese Commissie heeft dat gisteren gedaan gekregen na maandenlange onderhandelingen tussen Sir Leon Brittan, de Europees Commissaris voor concurrentie, en de Franse premier Rocard.

Renault moet 3,5 miljard franc direct terugbetalen aan de Franse schatkist, de resterende 2,5 miljard wordt in de boekhouding van Renault ingeschreven als terugbetaling van langlopende leningen. De Franse staat mag bovendien tot het eind van dit jaar geen nieuwe kapitaalinjecties doen in het bedrijf.

Aanvankelijk wilde de Franse regering niet weten van de eis van de Europese Commissie dat ten minste een deel van de 12 miljard door Renault moest worden terugbetaald. Uiteindelijk zette Sir Leon gisteren premier Rocard, zittende de vergadering van de Europese Commissie, voor het blok: of akkoord gaan met terugbetaling van 6 miljard franc, of akkoord gaan met de oorspronkelijke eis om 8,4 miljard terug te betalen. In 1988 ging de Europese Commissie akkoord met de kwijtschelding van de 12 miljard op voorwaarde dat het staatsbedrijf Renault een particuliere onderneming zou worden en dat de produktiecapaciteit met 15 procent zou worden teruggebracht. Op een persconferentie zei Brittan gisteren dat Renault gedeeltelijk aan die voorwaarden had voldaan: door de participatie van Volvo in het kapitaal van Renault en door de beeindiging van het statuut van Renault als 'regie'. Dat statuut voorkwam dat het bedrijf failliet zou kunnen gaan. Maar aan het verminderen van de produktiecapaciteit was volgens Brittan niet voldoende gedaan.

Het nu bereikte compromis is tot stand gekomen door bemiddeling van de Europese Commissaris voor industrie, Martin Bangemann, geholpen door de Franse leden van de Europese Commissie, Jacques Delors en Christiane Scrivener. De Franse minister van industrie, Roger Faroux, die tot vorige week had volgehouden dat Parijs zou weigeren om terugbetaling van Renault te aanvaarden, toonde zich gisteren op een persconferentie tamelijk tevreden met het bereikte resultaat: 'De controverse is nu voorbij. Vanaf 1 januari 1991 zullen we vrij zijn om te doen wat we willen.' De kwestie van de staatshulp aan Renault geldt als een testcase in de politiek tegen concurrentievervalsing van de Europese Commissie. Sir Leon legde er gisteren de nadruk op dat overheidsbedrijven en particuliere ondernemingen op dezelfde manier worden behandeld.