Pronk: geen vaste garanties bij doel ontwikkelingshulp

ROTTERDAM, 23 mei Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) meent dat 'nooit een 100 procent-garantie kan worden gegeven' dat Nederlandse ontwikkelingshulp te bestemder plaatse terechtkomt. De minister zei dit gisteren in de Tweede Kamer op vragen van het VVD-Kamerlid F. Weisglas, die reageerde op uitlatingen van medewerker B. Lap van de derde-wereld-organisatie ICCO in NRC Handelsblad. Lap houdt het voor mogelijk dat Nederlandse ontwikkelingshulp voor de Filippijnen in het recente verleden via ICCO (Interkerkelijke Coordinatie Commissie Ontwikkelingsprojecten) bij het communistisch verzet is beland.

Pronk is er voorstander van dat derde-wereld-organisaties als ICCO die hun financien van de overheid betrekken een nadere studie te verrichten naar de wijze waarop ze partners in derde wereld-landen kiezen. In het geval van de mogelijk onjuiste besteding van ontwikkelingshulp in de Filippijnen, ging het geld naar de maoistisch georienteerde vakcentrale KMU, die het mogelijk naar de communistische guerillabeweging doorsluisde. De minister zal de derde-wereld-organisaties verzoeken een dergelijke studie te verrichten.

Het rapport van de Nijmeegse hoogleraar Wolters, die de zaak van de mogelijk onjuiste besteding van ontwikkelingshulp in de Filippijnen ruim een jaar geleden op het departement aanhangig maakte, zal alsnog openbaar worden gemaakt. Het vorige week uitgelekte rapport van Wolters, die zegt ervan overtuigd te zijn dat Nederlandse gelden bij het communistisch verzet in de Filippijnen is beland, werd door Pronk aangeduid als 'een uitstekend rapport van een uitstekend, onbevooroordeeld wetenschapper'.