Nederland zal moeten blijven lobbyen in EG

DEN HAAG, 23 mei Nederland kan ook na de mislukte actie de Oosteuropese ontwikkelingsbank naar Amsterdam te halen geen bijzondere aanspraak maken op toekomstige Europese functies of instellingen. 'Wie denkt dat Nederland de volgende keer wel vooraan staat, is naief', zegt een hoge buitenlandse diplomaat in Den Haag. 'Voor elke mooie volgende functie moet Nederland weer net als bij de ontwikkelingsbank in de rij staan, lobbyen, deals maken, druk uitoefenen en nagels bijten. En weer kan een ander land ermee aan de haal gaan.' Minister van buitenlandse zaken Van den Broek is ook na het informeel politiek overleg met EG-collega's afgelopen weekeinde in Ierland met lege handen thuis gekomen. Nederland is geen enkele concrete toezegging of zelfs maar een handreiking gedaan over toekomstige Europese functies of instellingen. In de Haagse ambassades noch in de ministeries van algemene zaken en financien begrijpt men dan ook de optimistische toon waarmee de minister na afloop van het overleg voor de camera's meedeelde dat nu wel een duidelijk 'signaal' aan de grote EG-landen was afgegeven dat er geen ruimte is voor afspraakjes onderling.

Zelfs in het ministerie van buitenlandse zaken, waar niet gauw een verkeerd woord over de eigen minister zal worden uitgesproken, zijn veel mensen bovendien verwonderd over het feit dat de minister zich zondag direct bij de zaak ('bij de feiten', zei zijn woordvoerder na het weekeinde) neerlegde. 'Het is politiek niet verstandig om wekenlang openlijk strijd te voeren en deze dan als een nachtkaars te laten uitgaan, ook al is het duidelijk dat de keuzes voor Attali en Londen vastliggen', aldus een nauw bij de zaak betrokken ambtenaar. Evenals de diplomaten wil hij slechts reageren onder de voorwaarde dat hij niet met naam genoemd wordt.

Bekend is dat Van den Broek zaterdagavond laat vanuit Ierland telefonisch contact heeft gehad met premier Lubbers en minister van financien Kok. Daar moet zijn afgesproken de zaak verder te laten rusten. Helemaal zeker is dat niet, want na de openhartigheid over de gang van zaken vorige week door Van den Broek in Straatsburg en door premier Lubbers op zijn wekelijkse persconferentie, is de deksel weer op de informatiepot gegaan. Dat Van den Broek contact met zijn collega's in Den Haag heeft gehad, wordt niet eens officieel bevestigd.

Een verder protest zou weliswaar niet veel hebben uitgehaald daarover zijn alle betrokkenen het wel eens maar tegenover de Nederlandse burgers zou dat wat 'normaler' zijn overgekomen. Ook in Van den Broeks ministerie wordt toegegeven dat geen enkele concrete toezegging op tafel ligt voor toekomstige Europese functies of instellingen. 'Zo werken die dingen niet', zegt een van zijn medewerkers. 'In die kringen worden geen beloftes op langere termijn gedaan. Dat is te riskant; de politieke verhoudingen kunnen intussen immers totaal veranderen.' Ambassades van EG-landen in Den Haag en in Brussel hebben dringende verzoeken uit hun hoofdsteden gekregen na te gaan hoe premier Lubbers aan de informatie kwam dat Belgie vrijdagochtend onder de EG-landen een 'sondage' had gehouden. De conclusie daarvan was geweest, aldus Lubbers op zijn vrijdagse persconferentie, dat er ten aanzien van het presidentschap van de bank voor Oost-Europa een meerderheid was voor president Mitterrands adviseur Jacques Attali en dat wat betreft de vestigingsplaats er een voorkeur bestond voor Amsterdam. Tijdens de peiling (geen formele stemming) daarover zaterdag in Parijs bleek daar niets van: Amsterdam kreeg slechts vijf stemmen met niet meer dan 7,21 procent van het startkapitaal. De EG-landen houden gezamenlijk totaal 51 procent van dit kapitaal van 12 miljard dollar van de bank.

Lubbers reageerde op tamelijk sarcastische wijze op de Franse ontkenning dat de grote EG-landen onder elkaar een afspraak onder elkaar hadden gemaakt. In Parijs is daar met enige wrevel op gereageerd, zoals in diplomatieke kringen in Den Haag met grote stelligheid wordt gemeld. Op het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken wil men daar geen reactie op geven. Er wordt alleen op gewezen, dat in Ierland niet alleen Van den Broek zijn ongenoegen heeft uitgesproken over dit onderonsje van Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italie.

Er bestaat in brede kring weinig begrip voor de Franse houding om onder invloed van een duidelijke angst voor de groeiende macht van Duitsland zo veel mogelijk posten naar zich toe te trekken. 'Toen Mitterrand zijn persoonlijke eer verbond aan de benoeming van Attali was de zaak in dit geval bekeken. Niemand had er zin in uiteindelijk ook Nederland niet om hem voor schut te zetten. Maar hij kan dit slechts een keer doen. Een tweede keer zou dat iets komisch krijgen', reageert een diplomaat van naam in Den Haag.

Niettemin acht hij de suggestie misleidend dat Nederland nu als het ware over een joker zou beschikken, die het kan inzetten als er straks een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie of een plaats voor de Europese centrale bank moet worden aangewezen. Het Franse dagblad Le Monde schreef dat. 'Fransen zijn altijd zeer voorkomend tegenover de verliezer als zij zelf een overwinning hebben geboekt. Maar als er ergens een land is waar men nooit zal denken 'nu maar eens een ander' dan is het wel Frankrijk', is de reactie van de diplomaat.

In de EG-ambassades wordt veel gespeculeerd over een mogelijk voorzitterschap van de Europese Commissie van premier Lubbers. Een praktisch probleem vormt het feit dat de huidige voorzitter, de Fransman Jacques Delors, in juni weer zal worden aangewezen voor een periode van twee jaren, ingaande januari 1991. In januari 1993 is Lubbers alleen beschikbaar voor het voorzitterschap als het CDA/PvdA-kabinet dan is gevallen. Het is in de politieke geschiedenis van Nederland nog niet voorgekomen dat een minister-president voor een andere baan het kabinet verliet.

Aanvankelijk was de post van voorzitter van de Europese Commissie bovendien aan een Duitser beloofd, zelfs al voor januari komend jaar. Ook de kandidaat was er al: EG-commissaris Martin Bangemann, een lid van Genschers liberale FDP. Twee argumenten pleiten inmiddels tegen Bangemann: hij heeft tot nu toe weinig indruk gemaakt in Brussel en de Duitse eenwording doorkruist zijn kandidatuur. Men wil naast het secretariaat-generaal niet nog meer macht bij de Duitsers opstapelen. Een Nederlander maakt voor het volgende voorzitterschap een goede kans, maar dan moet het wel iemand met veel gezag en internationaal aanzien zijn.

Ten aanzien van Amsterdam als eventuele vestigingsplaats voor de Europese centrale bank liggen de verhoudingen gecompliceerder. Frankfurt zou de aangewezen vestigingsplaats zijn geweest, daar in de praktijk de Deutsche Bundesbank toch al een grote invloed heeft op het monetaire beleid in de EG-landen. Ook hier heeft de hereniging andere EG-landen, in het bijzonder Frankrijk en Engeland, aan het aarzelen heeft gebracht. Er gaan stemmen op de bank in een van de kleinere landen te vestigen. Nederland zou dan een kans maken, maar ook Luxemburg, op voorwaarde dat het met effectieve maatregelen zijn positie als vluchtheuvel voor zwart kapitaal opgeeft.

Maar ook hier in het niet uitgesloten dat Parijs een greep naar deze bank doet. In EG-kring heeft men het wat verdacht gevonden dat de Fransen geen enkele poging hebben ondernomen vestigingsplaats voor de Oosteuropese ontwikkelingsbank te worden, hoewel dat gezien het Franse initiatief op dit punt nogal voor de hand had gelegen.