Mogelijk weer uitstel beperken reiskostenforfait

DEN HAAG, 23 mei De beperking van het reiskostenforfait stuit in de Eerste Kamer op zoveel vraagtekens dat invoering van deze fiscale maatregel per 1 juli zeer onwaarschijnlijk is. Het is zelfs de vraag of het er dit jaar nog van komt.

Alle fracties in de Eerste Kamer hebben minister Kok en staatssecretaris Van Amelsvoort (financien) gevraagd nog eens na te gaan in hoeverre de beperking van het reiskostenforfait extra werklast met zich meebrengt voor de belastingdienst, het bedrijfsleven en de rechtspraak. De CDA-fractie heeft daaraan de suggestie gekoppeld eerst de studie af te wachten van de Commissie-Stevens die zich over de fiscale wetgeving buigt en in 1991 rapport zal uitbrengen. Bovendien vindt de CDA-fractie in de Senaat dat het effect van het wetsontwerp op het milieubeleid 'als zeer gering' moet worden aangeduid. De fractie noemt de regeling verder 'zeer complex'. Ook in de Eerste Kamer is de VVD een uitgesproken tegenstander van de maatregel ('een halfslachtig, ingewikkeld en fraude-gevoelig wetsvoorstel'). Waar de VVD samen met regeringsfractie CDA een meerderheid vormt, bestaat de kans dat opnieuw een milieumaatregel van het kabinet Lubbers/Kok in de Eerste Kamer sneuvelt. Eerder gebeurde dit met de voorgestelde verhoging van het huurwaardeforfait.

De Tweede Kamer is in ruime meerderheid op 10 mei met het wetsvoorstel over het reiskostenforfait akkoord gegaan, nadat het herhaaldelijk was gewijzigd, waardoor de invoeringsdatum keer op keer is uitgesteld. De laatste keer hoopte het kabinet nog op 1 juni, maar dat leek al onmogelijk door de tijd die de Eerste Kamer voor behandeling nodig heeft.

De PvdA-fractie in de Eerste Kamer zet ook vraagtekens bij de praktische uitvoerbaarheid van de beperking en de problemen die dat bij de belastingdienst kan geven, maar heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen de maatregel. Zij vraagt minister Kok zelfs expliciet na te gaan of het reiskostenforfait helemaal kan worden afgeschaft.

De fractie van D66 voelt zich aangesproken door de bedoeling van het wetsvoorstel, maar wil er pas mee instemmen als er meer duidelijkheid komt over de uitzonderingspositie die gebruikers van het openbaar vervoer hebben gekregen. D66 wijst op het voorgestelde systeem van openbaar-vervoerverklaringen die werknemers bij de fiscus moeten inleveren, terwijl het vervoersbedrijven niet mogelijk is iedereen die regelmatig met het openbaar vervoer reist zo'n verklaring te verstrekken.