Minister DDR wil niet weg

OOST-BERLIJN, 23 mei Ondanks forse kritiek in de DDR en West-Duitsland op zijn werkwijze bij de ontmanteling van de vroegere staatsveiligheidsdienst (Stasi) is de Oostduitse minister van binnenlandse zaken, Diestel (DSU), niet van plan af te treden. Na ruggespraak met premier De Maiziere heeft hij dat gisteren in de Volkskammer meegedeeld.

De kritiek op Diestel was gevolgd op zijn verklaring dat op zijn eigen ministerie nog ruim 2.000 vroegere Stasi-leden werkzaam zijn. Toen de minister ook nog bekendmaakte dat hij de vroegere Stasi-chef Markus Wolf als adviseur had willen betrekken bij de ontmanteling van wat in de Oostduitse volksmond de 'Afdeling hoor, kijk en grijp' werd genoemd, was de maat zelfs voor Diestels geestverwanten van de DSU-fractie vol. Zij eisten zijn aftreden.

Gisteren heeft Diestel geweigerd aan deze eis te voldoen. Zijn verzoek aan Wolf, die inmiddels voor de uitnodiging heeft bedankt, had hij in overleg met het voltallige DDR-kabinet gedaan, zei de minister. Tot er na de eerste vrije Oostduitse verkiezingen (18 maart) een nieuw DDR-kabinet was gevormd heeft de Stasi bovendien een zeer groot aantal belangrijke dossiers laten verdwijnen, wat het ontmantelingsproces nu ernstig bemoeilijkt, aldus Diestel. Hij heeft inmiddels de Oostduitse schrijvers Stefan Heijm en Walter Janka als adviseurs aangesteld. In Oost-Berlijnis gisteren bekendgemaakt dat de vroegere prominente SED'er Krolikowski in staat van beschuldiging is gesteld wegens verduistering en misbruik van vertrouwen. Krolikowski, die op kosten van de gemeenschap en ten behoeve van zijn familieleden huizen had laten bouwen, is een van de weinige vroegere leden van het SED-Politburo die metterdaad voor de rechter moeten verschijnen. Andere gewezen communistische leiders, zoals onder anderen staatschef Honecker, minister-president Stoph en Stasi-minister Mielke, zijn daarvan wegens hun slechte gezondheid of hoge leeftijd vrijgesteld.