Kinderbekentenissen in omstreden Italiaanse bestseller; 'Mijnschool is een Hel'

'Mijn huis is helemaal vervallen, het plafond is vervallen, de meubels zijn vervallen, de stoelen zijn vervallen, de vloer is vervallen, de muren zijn vervallen, de wc is vervallen. Maar we wonen er toch, want het is mijn huis, en geld is er niet. Mijn moeder zegt dat de Derde wereld niet eens een vervallen huis heeft, en daarom moeten wij niet klagen: de Derde wereld is veel meer derde dan wij. Nu ik eraan denk, in mijn huis is het niet slecht, zoals we in mijn huis wonen. In een bed slaapt heel het gezin, en we stompen elkaar onder de lakens, en zo lachen we. Als er een gast komt die ook wil slapen, jagen we hem het huis uit, want er is geen plaats meer in het bed: het is helemaal vol.' Het huis staat in Arzano, een dorpje in de periferie van Napels, en de auteur is een lagere scholier die als titel voor zijn opstel kreeg: Beschrijf je huis. Het opstel is een van de zestig thema's die zijn gebundeld in een boekje dat al een paar weken lang de absolute bestseller is in Italie: Io speriamo che me la cavo, laten we hopen dat ik het red.

Met de typisch Napolitaanse humor en ironie en met de onbevangenheid van kinderen beschrijven de scholieren hun dagelijkse werkelijkheid: het stadje, de concierge die door iedereen wordt gevreesd omdat hij van de camorra (de Napolitaanse mafia) is, de kerk die ouder is geworden door de aardbeving, de smerige ziekenhuizen waar ze je op de gang laten liggen, de goedkope dokter die altijd het verkeerde voorschrijft zodat de dure moet komen om te vertellen wat er echt aan de hand is. Kerstmis 'We zijn gelukkig wanneer we eten', schrijft een van de scholieren. Maar geluk is vaak ver te zoeken in de opstellen: een herinnering aan Kerstmis, aan het bezoek aan een autosloper, een droom van een huis met grote, hoge kamers waar nu eens geen kippen rondscharrelen. Een citaat: 'Mijn school is oud, hij valt uit elkaar, vol gaten in de muren. De klassen zijn vies, zonder wasbak, met allemaal kapotte banken. Als je de la van de lessenaar opendoet komen de spinnen eruit. De wc's zijn allemaal kapot, er komt geen water uit de kraan, de wc's stinken. De concierges doen van 's ochtends tot 's avonds niets, de directeur is een achterlijke die geen orders kan geven... Mijn school is een Hel. Hij heet lagere school Niccolo Tommaseo.' Op een verzoek een wandelingetje door zijn dorp te beschrijven, begint een ander te vertellen dat je je daar beter niet op straat kan wagen. 'In Casavatore is het steeds oorlog. Zelfs op zondag. Ze vermoorden elkaar zodra ze elkaar zien. Als iemand dood ligt te gaan op de grond voordat hij doodgaat gooit hij nog een mes naar degene die hem heeft gedood. Wanneer ik op straat moet lopen in Casavatore ben ik bang. Sommige straten zijn donker. Sommige straten zijn zwart. In Casavatore vermoorden ze elkaar voor iedere kleinigheid. Een agent die moet fluiten als iemand door rood rijdt doet net of hij niets ziet. Als hij het ziet vermoorden ze hem. Die agent is mijn oom.' De openhartigheid en de kinderhumor in de opstellen hebben ervoor gezorgd dat er meer dan 500.000 exemplaren van het boek zijn verkocht. Maar niet iedereen is er even blij mee. Het idee komt van Marcello D'Orta, de onderwijzer die de opstellen van een aantal jaren heeft geselecteerd. Maar de burgemeester van Arzano heeft gedreigd met een aanklacht. Niet alleen omdat D'Orta heeft laten passeren dat hij in een opstel over het Laatste oordeel tot de hel wordt veroordeeld. Maar ook omdat zijn stadje er niet best van af komt.

Een scholier beschreef het aldus. 'In Arzano is iedereen vies, ze wassen zich niet. De straten zijn allemaal vervallen, de huizen oud en geaardbevingd, er is alleen maar rotzooi en drugsspuiten... In Arzano is niets nieuws, het is allemaal oud. Er is geen groen, er zijn geen fonteinen, de huizen storten rottend in elkaar... Als het zondag is zegt mijn vader, wat doen we verdomme in dit smerige dorp, laten we op zijn minst naar Napels gaan. En zo kleden we ons aan en gaan we naar Napels.'

Een ander weet dat Napels ook niet alles is, ook al rapen ze je daar, in tegenstelling tot in Milaan, tenminste op als je op straat valt. 'In Napels zijn het allemaal dieven, oplichters, moordenaars en drugsgebruikers. De zee is een pisbak. Ze verkopen gebruikte mosselen. Als een kind uit Arzano er verdwaalt ontvoeren ze het. Als er een aardbeving is van een minuutje storten de huizen meteen in. Er zijn anderhalf miljoen werklozen. Er wonen twintig kinderen in hetzelfde huis. In het verkeer toeteren ze als gekken. Er is de camorra.' De opstellen zijn een spiegel van het zuiden: het zoeken naar werk, het proberen je te redden temidden van ellende en misdaad. Een jongen vertelt hoe zijn vader, die 's nachts de straten afschuimt op zoek naar oud papier, altijd ruzie heeft met zijn moeder omdat er niet genoeg geld is. 'Het geeft niet wat ik later zal worden, als ik maar verdien. Mijn vader zegt dat je zonder centen niets doet in het leven, en wanneer hij dat zegt kijkt hij met een raar gezicht in de spiegel, en ik begrijp dat hij zich wel in zijn gezicht kan spugen, en dat doet me pijn.'

Goede sier

Niet voor niets heeft direct een aantal ouders aan de bel getrokken bij D'Orta omdat hij goede sier maakt met de geestelijke produkten van hun kroost. Veel ouders ruiken geld en eisen een deel van de auteursrechten. De onderwijzer, die in een klap rijk aan het worden is, probeert zich te redden door te zeggen dat hij veel heeft bijgevijld en dat de meeste opstellen compilaties zijn van een aantal thema's. Maar in zijn voorwoord schrijft hij dat hij alleen hier en daar een komma had veranderd en een stukje dialect had uitgelegd. Ook hij krijgt echter niet alle auteursrechten, want Napels zou Napels niet zijn als er niet snel goedkope kopieen van zijn boek op de markt zouden zijn gekomen. Voor veel mensen uit het welgestelde Noord-Italie heeft het boekje de problemen in het zuiden nog eens bijzonder concreet gemaakt. Het probleem van de regen bijvoorbeeld. 'Als het in Arzano regent, regent het in mijn huis nog meer. Het loopt overal langs, en ik kan mijn huiswerk niet doen: de boeken worden helemaal nat. Wanneer we naar de wc gaan, en het regent in Arzano, is het beter dat we niet naar de wc gaan, als het in Arzano regent. Als we op de wc zitten is het beter dat we alleen de kleine boodschap doen zodat je maar een halve liter water op je hoofd krijgt, maar als we de grote boodschap doen (en vooral mijn vader die de krant meeneemt) dan krijg je tien liter water over je hoofd.'

'Het probleem van het zuiden is dat ze allemaal arm zijn en dat er veel werkloosheid is', schreef een ander. Daarna geeft hij een korte lijst van problemen: 1. Ellende 2. Werkloosheid 3. Er is geen water 4. Kapotte straten 5. Camorra 6. Aardbevingen 7. Vervuiling (maar meer in het noorden) 8. Drugs (maar ook in het noorden) 9. Ellende 10. Er komt nooit een bus 11. Misdadigers 12. Er is geen plaats om de auto te parkeren 13. Te veel trappen 14. Dialect 15. De scholen functioneren niet 16. De scholen hebben geen lessenaars 17. De scholen hebben geen kasten 18. In een huis dat ik ken slapen er drie in een bed 19. Smerigheid 20. Andere ellende.

En eigenlijk is dat ook de inhoudsopgave van het boek.