INDUSTRIE IN DE VERDEDIGING; Wapenproducenten voelen zichslachtoffer van de ontspanning

De Nederlandse wapenindustrie telt ruim 20.000 werknemers. Maar hoe lang nog? De internationale ontspanning heeft het militair-industrieel complex in de verdediging gedrukt. Door samen te werken en door over te schakelen op civiele produktie hopen de bedreigde bedrijven het einde van de Koude Oorlog te overleven.

In de reclamestands die de verschillende defensiebedrijven afgelopen vrijdagbij hun jaarlijkse congres in Den Haag hadden opgesteld, werd devraag in voorzichtige bewoordingen maar met grote regelmaat opgeworpen: Natuurlijk willen ook wij vrede en ontspanning, maar waarom moet het zosnel? Een onmisbare 'grondstof' voor de wapenindustrie wordt schaars, nu de dreiging van het Warschau Pact al maanden achtereen afneemt. Defensie-ministers in het Westen kunnen hun begroting niet meer verdedigen tegen aanvallen van collega-politici, en de wapenproducenten voelen dat in hun portemonnee. In Nederland gaat het om ongeveer 150 bedrijven, waarvan ongeveer twintig voor meer dan de helft van hun omzet afhankelijk zijn van militaire opdrachten. Er werken ruim 20.000 werknemers die samen goed zijn voor een jaaromzet van vier miljard gulden, iets minder dan een procent van het bruto nationaal produkt.

Minister van defensie Ter Beek en zijn staatssecretaris Van Voorst tot Voorst maakten in maart hun plannen voor de komende jaren bekend en dat was wel even schrikken. In vijf jaar tijd moet de defensiebegroting van ruim veertien miljard gulden met 1,6 miljard gulden omlaag. Daarnaast is een 'herschikking' nodig van 600 miljoen gulden voor extra milieumaatregelen, automatisering en de oprichting van een organisatie om straks de afspraken over wapenvermindering die in Wenen worden gemaakt, te verifieren. Dat brengt de te realiseren besparing op 2,2 miljard gulden.

De bewindslieden zeggen dat nog niet zeker is waar de klappen precies gaan vallen, maar een aantal 'voornemens' hebben zij wel. Een greep: de Koninklijke Marine moet besparen door de aanleg van sommige munitievoorraden te vertragen. De landmacht gaat kalmer aan doen met de gevechtswaardeverbetering van tanks en pantservoertuigen. De luchtmacht zet de verbetering van de capaciteit tot elektronische oorlogsvoering van de F16 uit het hoofd en vervangt voorlopig de neergestorte toestellen niet.

Dat was in maart. Inmiddels heeft minister Kok van Financien al geopperd de duimschroeven op het gewraakte departement nog eens extra aan te draaien. Hoewel Defensie volhoudt dat door de onzekere internationale situatie nog niets definitiefs is te zeggen, rekenen de fabrikanten van het oorlogstuig voor de komende vijf jaar op een structurele bezuiniging van meer dan drie miljard gulden. Philips heeft defensie-dochter HSA vorig jaar al verkocht aan het Franse Thomson-CSF. De anderen wachten in spanning op de afronding van de onderhandelingen in Wenen en de door Ter Beek aangekondigde defensienota, die in december wordt verwacht.

Somber

De stichting Nederlandse Industriele Inschakeling Defensie-opdrachten (NIID) - de belangenorganisatie van de Nederlandse defensie-industrie - maakte afgelopen vrijdag alvast een reeks somber makende cijfers bekend. Van de ongeveer vier miljard gulden die de krijgsmacht tot nu toe jaarlijks besteedde aan nieuw materieel, kwam 2,4 miljard gulden rechtstreeks bij Nederlandse bedrijven terecht. Aan compensatie-orders voor bestellingen van Defensie in het buitenland kwam daar nog eens 800 miljoen bij. De NIID heeft uitgerekend dat door het uitblijven van opdrachten voor nieuwe gevechtsvliegtuigen, rupsbandvoertuigen en raketsystemen het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks voor ongeveer 375 miljoen gulden aan compensatie-opdrachten gaat mislopen. Daarnaast zal de marinebouw het met 145 miljoen gulden minder moeten doen en zetten de munitiefabrikanten voor enkele tientallen miljoenen guldens minder af aan het Nederlandse leger, zo verwacht de NIID. In totaal gaat het volgens de stichting om het verlies van bijna 2.750 manjaren werk. De gevolgen voor de individuele onderneming hangen af van de exportpositie van het bedrijf, de spreiding van de afzet over de verschillende sectoren binnen de defensie-markt, de afhankelijkheid van militaire orders en de mogelijkheden tot omschakeling op het maken van civiele produkten.

Het 300 jaar oude Eurometaal in Zaandam is een van die bedrijven die bijna geheel afhankelijk zijn van opdrachten van het leger. De klanten van Eurometaal schieten al enkele jaren minder granaten af, onder andere omdat de elektronica die granaten trefzekerder en duurder maakt. Moderne elektronica biedt bovendien de mogelijkheid oefenmunitie te vervangen door training in simulatoren. De munitiefabriek op een afgelegen schiereiland in de Hem-havens werkt al twee jaar aan het omsmeden van zwaarden tot ploegscharen. Het 'conversie-schema' hangt pontificaal boven de vergadertafel in de Tijger-zaal. Het is niets minder dan een overlevingsstrategie.

M483 'We gingen er van uit dat we vijf of zes jaar de tijd zouden hebben om gedeeltelijk van militaire naar civiele produktie over te schakelen, maar toen kenden we Gorbatsjov nog niet. Nu is inmiddels de Berlijnse muur gevallen en is duidelijk dat we het binnen een jaar of drie moeten doen', zegt algemeen directeur drs. J. W. M. Haasnoot. Zijn bedrijf heeft in 1988 geen en afgelopen jaar minder dan de normale hoeveelheid munitie aan de Nederlandse overheid verkocht. Het uitblijven van een vervolgopdracht voor het belangrijkste Zaanse produkt, de artilleriegranaat M483, leidde begin dit jaar tot het ontslag van 95 mensen. Maar volgens Haasnoot mag Eurometaal zich gelukkig prijzen: 'Wij zijn in elk geval al vroeg met de omschakeling begonnen, de concurrentie zit nu nog meer in de malaise.' De marsroute van Eurometaal naar een gemengd civiel-militair bedrijf leidt over vier sporen. In de huidige kernactiviteit, de produktie van munitie, wil het bedrijf vooraanstaand blijven. Hiertoe is samenwerking gezocht met het Zwitserse Oerlikon, dat begin dit jaar een derde van de aandelen van het voormalige staatsbedrijf kocht. (De twee ander aandeelhouders zijn elk voor een derde de Staat en het Duitse Dynamit Nobel). Eurometaal wil ook een rol bij andere defensie-activiteiten zoals de produktie van raketsystemen en handvuurwapens. Bovenal zoekt het Zaanse bedrijf een nieuwe civiele kernactiviteit. Omdat zijn bedrijf geen eigen civiele markt heeft, praat Haasnoot in Nederland, de Bondsrepubliek en Belgie met overname-kandidaten. Maar dit heeft nog niets opgeleverd dat wereldkundig kan worden gemaakt.

Acquisitie van een ander bedrijf elders lost het probleem van de 'boventalligheid' van het personeel in Zaandam niet op, en dus probeert Eurometaal - het vierde spoor - zijn technologische kennis alvast te verhuren in de civiele sector. Haasnoot heeft bedrijven in heel Europa aangeboden in drukke tijden een deel van hun produktie over te nemen. Vorige week werd gebak rondgedeeld in Zaandam: de honderdste order voor zeer fijn mechanische gereedschappen was binnengehaald. Een ander 'succesje', zoals Haasnoot zegt, is de overeenkomst voor de produktie van aluminium plaatdelen voor Fokker 100 en Fokker 50 vliegtuigen. Aan de gereedschappen werkt een afdeling van dertig man, eenzelfde aantal begint volgend jaar in het Fokker-projekt. 'Misschien nog niet veel op een personeelsaantal van 600', erkent Haasnoot, 'maar het is in elk geval een begin.'

Zelfvertrouwen

De politieke ontspanning en de aangekondigde bezuinigingen zijn geen oorlogsverklaring aan alle sectoren in de defensie-industrie. Leveranciers van tanks, raketten en granaten verkopen weliswaar produkten die even uit de tijd zijn, maar in hun plaats hopen de makers van bij voorbeeld moderne communicatie-apparatuur en computer software goede zaken te doen. De NIID wijst op de door Ter Beek aangekondigde 'herschikking' van de begroting voor milieumaatregelen, verificatie-apparatuur en vooral automatisering.

Het software bedrijf BSO en PTT Contest zijn maar twee van de in hoogwaardige technologie gespecialiseerde bedrijven die de militaire markt penetreren. Op de beurs afgelopen vrijdag domineerde niet het legergroen van tanks maar het lichtgrijs van computers. De verkopers van de vaak jonge bedrijven blaakten van zelfvertrouwen. Het nieuwe software bedrijf van voormalig Datex-directeur H. Kippersluis - wiens naam in het jongste nummer van het weekblad Nieuwe Revu prijkt op de lijst van de honderd rijkste Nederlanders - afficheerde zich opgewekt met voetballen en een video van het Nederlands elftal.

Een van de groeisectoren binnen de krimpende defensiemarkt is het onderhoud. Het uitstel of afstel van de aanschaf van nieuw materiaal moet toch tot gevolg hebben dat bestaande wapens beter moeten worden onderhouden, redeneert de NIID. En wie moet dat onderhoud voor zijn rekening nemen als de krijgsmacht tegelijkertijd het aantal parate troepen moet verminderen? De defensie-industrie hoopt hier op een omzetstijging van 140 miljoen gulden per jaar. Opdrachten betreffende automatisering en onderhoud gaan volgens de NIID maar liefst 1300 arbeidsplaatsen opleveren.

Reders

Vertegenwoordigers van het ministerie van defensie waarschuwen overigens voor te groot optimisme. Defensie wil inderdaad meer onderhoud uitbesteden, maar de landmacht moet altijd geuniformeerde monteurs in dienst houden voor het werk te velde. Bij het uitbesteden van werk zal bovendien zo worden geselecteerd dat in crisissituaties de krijgsmacht snel en zelfstandig kan optreden.

Een aantal producenten van technisch hoogwaardige apparatuur heeft zich de afgelopen weken gebundeld in twee samenwerkingsverbanden in een poging in de paar groeisectoren beter voor de dag te komen. Het Holland Defense Maintenance Consortium (HDMC) richt zich op onderhoudsopdrachten. Het Nederlands Industrieel Simulatoren Platform (NISP) op de produktie van simulatoren voor opleiding en training.

De Radio Holland Group is bij beide intiatieven betrokken. Het bedrijf in Amsterdam-Osdorp - begin deze eeuw opgericht door reders en nog steeds onderdeel van het Nedlloyd-concern - levert communicatie- en navigatie apparatuur. Niet openbaar is welk deel van de ongeveer 300 miljoen gulden omzet wordt gemaakt in de militaire sector. Drie jaar geleden bundelde het bedrijf zijn militaire aktiviteiten in een aparte divisie. 'Toen was er nog geen vuiltje aan de lucht', verklaart directeur J. H. J. Andriessen. De pogingen die Andriessen toen al ondernam om samenwerking op gang te brengen tussen bedrijven in dezelfde sector, konden bij de concurrentie ook nog niet op instemming rekenen. 'Het gaat maar om een klein groepje bedrijven, en de meesten zijn behoudend en individueel ingesteld. Toen ik drie jaar geleden ergens in Indonesie in de wachtkamer zat, kwam ik ineens een collega tegen. We wisten niet van elkaar dat we zouden komen en u begrijpt wat voor indruk dat op de Indonesiers maakte!'

Regeringsfunctionaris

Andriessen wijst op de praktijk in Engeland, Duitsland en Frankrijk, waar verschillende bedrijven samen op buitenlandse missie gaan, liefst onder leiding van een hoge regeringsfunctionaris die het pad naar de opdrachtgever effent. Maar nu de bedrijfstak in de verdrukking raakt, komt structurele samenwerking in Nederland ook op gang.

Andriessen geeft een voorbeeld. 'Neem nou het onderhoud van een schip voor de marine. Voor al die verschillende apparatuur zijn zo vijf bedrijven nodig, elk met zijn eigen planning en overhead. Die lopen allemaal door elkaar. We hebben nu bedrijven die elkaar aanvullen, samengebracht in het consortium, zodat de marine nog maar met een coordinator te maken heeft.' Een zelfde verhaal gaat op voor de combinatie van bedrijven die menen samen concurrerende simulatoren voor opleiding en training te kunnen maken. Nederlandse ondernemingen zijn onafhankelijk van elkaar actief in het produceren van deelsystemen. Uit een recent onderzoek van de NIID - overigens verricht op initiatief van het ministerie van Defensie - is gebleken dat de activiteiten van deze bedrijven grotendeels complementair zijn. Bovendien zijn in Nederland wetenschappelijke instituten die de specialistische kennis in huis hebben. Vrijdag werd bekend gemaakt dat zij voortaan samen naar orders gaan dingen.

Het NISP verwacht dat Defensie de komende tien jaar mischien wel 800 miljoen gulden aan simulatoren zal besteden, omdat 'echt' oefenen duurder en milieu-gevaarlijk is. Als de produktie van simulatoren eenmaal goed op gang is gekomen, zo hoopt het NISP, kan de techniek ook civiel op veel terreinen worden toegepast, bij voorbeeld bij autorijscholen. Vertegenwoordigers van het ministerie van defensie bevestigen dat simulatoren steeds belangrijker worden binnen de krijgsmacht - 'het was zelfs een hobby van de vorige staatssecretaris' - al zal het gebruik ervan nooit helemaal de gewone oefeningen mogen vervangen.

Diversificatie van activiteiten en samenwerking, zo hoopt de defensie-industrie de aangekondigde bezuinigingen op te vangen. Afgelopen vrijdag herhaalden de bedreigde bedrijven hun verzoek aan de overheid om een helpende hand toe te steken. Daar hoeven ze niet op te rekenen. Het ministerie van defensie heeft al duidelijk gemaakt dat Nederlandse fabrikanten geen voorkeursbehandeling zullen krijgen. En ook Economische Zaken denkt er niet aan extra geld uit te trekken voor een 'conversie-fonds'. 'Wij zijn het slachtoffer van de ontspanning', concludeerde een industrieel.