Hooggeleerde prikkels CPB-topman

AMSTERDAM, 23 mei - Als directeur van het Centraal Planbureau (CPB) kan drs. G. Zalm zich geen al te prikkelende politieke uitspraken veroorloven. Vanmiddag aanvaardde Zalm het ambt van bijzonder hoogleraar in de economische politiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De CPB-directeur benutte gretig zijn academische vrijheid om de politici in Den Haag van enkele onconventionele raadgevingen te voorzien. 'Mythen, paradoxen en taboes in de economische politiek', luidde dan ook de titel van zijn rede.

De meest opvallende stelling van Zalm was dat de overheid er beter aan zou doen CAO's niet langer automatisch algemeen verbindend te verklaren. In de ogen van de kersverse bijzonder hoogleraar kan zo de 'monopolistische' loonvorming door werkgevers en werknemers worden doorbroken. 'Deze vraag wordt zeer actueel, wanneer de regering de loonkostenstijging als bovenmatig of onverantwoord kwalificeert', aldus Zalm.

Volgens hem is het in dat geval 'bizar' dat de overheid niet-gebonden partijen in het bedrijfsleven de kans ontneemt arbeidsvoorwaarden af te spreken die onder het CAO-niveau liggen. Zalm erkende dat een algemeen verbindendverklaring door de overheid voor rust zorgt in de arbeidsverhoudingen. Maar volgens hem is het wel 'een zeer duur betaalde rust', als deze leidt tot een groot aantal inactieven. Hij meende dat de sociale partners zich bij de loonvorming te weinig gelegen laten liggen aan de hoge werkloosheid. De marktwerking in de loononderhandelingen moet daarom worden verbeterd. Zalm suggereerde dat de overheid CAO-bepalingen over bijvoorbeeld scholing en het in dienst nemen van zwakkere groepen wel algemeen verbindend verklaart.

Professor Zalm plaatste ook zeer kritische kanttekeningen bij de verkoop van staatsdeelnemingen, de privatisering van kredietverlening door de overheid en de toenemende leasing van overheidsgebouwen. Volgens hem levert dat op korte termijn positieve resultaten op voor de schatkist, maar na verloop van jaren zijn de effecten negatief. Bij de verkoop van staatsdeelnemingen loopt de overheid dividend mis.

In de sfeer van de kredietverlening maakt bijvoorbeeld de vermindering van woningwetleningen de sociale woningbouw duurder, omdat particulieren een hogere rente moeten betalen dan de overheid. Deze is hierdoor weer meer geld aan huursubsidie kwijt. Leasen in plaats van zelf investeren lost volgens Zalm door de gespreide betaling op korte termijn wel een begrotingsprobleem op, maar de hoge leasevergoedingen zullen na een aantal jaren de besparingen overtreffen. 'Het rendement dat beleggers eisen bij dit type lease ligt altijd hoger dan het rendement op gemakkelijk verhandelbare staatsobligaties.' De CPB-directeur voelt niets voor de suggestie de rijksbegroting te splitsen in een gewone en een kapitaaldienst, waarbij de kosten van de investering (rente en afschrijving) op de gewone dienst worden geboekt. Deze dienst mag dan geen tekort vertonen. Dit systeem zou volgens Zalm niet leiden tot een zuiver bedrijfseconomische besluitvorming ten aanzien van kapitaaluitgaven maar tot een bovenmatige toename hiervan. 'Het argument ligt in de politiek psychologische sfeer. Het is niet voor niets dat bewindslieden vaak heiend, linten knippend en anderszins openend in de pers verschijnen.'

De huidige rem op investeringsprojecten de volle budgettaire last moet in de regeerperiode worden gedragen komt in een stelsel met gewone en buitengewone dienst te vervallen, aldus Zalm. Daar komt nog bij dat investeringsprojecten op korte termijn positieve macro-economische effecten hebben, die in de gewone dienst neerslaan. Dat maakt zulke uitgaven voor de politici nog verleidelijker.

Zalm nam ook de pensioenfondsen op de korrel. Deze zouden volgens hem de pensioenpremies in tijden van hoogconjunctuur moeten verhogen en in slechtere economische tijden moeten verlagen. Nu doen de fondsen het omgekeerde en passen de premies over een lange periode aan. Volgens Zalm draagt een ander premiebeleid bij aan economische stabilisatie. Bovendien wordt de verzekerde meer direct geconfronteerd met de pensioenkosten en leidt dit tot een beter kostenbewustzijn bij loononderhandelingen. 'De invloed van pensioenverplichtingen wordt thans verwaarloosd, omdat die niet of nauwelijks zichtbaar wordt in wijziging van de pensioenpremie.'

Volgens Zalm is een ander premiebeleid logisch vanwege de 'paradox' dat het slecht gaat met de pensioenfondsen als het goed gaat met de nationale economie en omgekeerd. Dit hangt samen met het feit dat de lonen, die van belang zijn voor de hoogte van de pensioenverplichtingen, bij hoogconjunctuur sneller stijgen dan het beleggingsrendement.

Zalm prikte in zijn inauguratierede ook een 'mythe' door. Velen veronderstellen volgens hem dat het kabinet Lubbers-Kok het volume van de collectieve uitgaven (los van inkomens en prijzen) sneller wil laten oplopen dan onder de vorige kabinetten Lubbers het geval was. Hij becijferde dat juist van een omgekeerde ontwikkeling sprake is.

De gedreven macro-econoom had tenslotte nog een raadgeving voor zijn studenten. 'Een groot deel van de economiestudenten schijnt zich als lemmingen te storten op een carriere in het bedrijfsleven. Hen kan ik slechts aanbevelen nog eens na te gaan hoe het ook weer zat met de zogenoemde varkenscyclus'.