Frans-Duits onderzoek naar schoolboeken

PARIJS, 23 mei Franse schoolboeken verwaarlozen de Republiek van Weimar en de aanloop naar het nazisme en Westduitse geven te weinig aandacht aan 'Vichy', de periode van Franse collaboratie met Hitler.

Deze conclusies van een gemengde Frans-Duitse wetenschappelijke commissie worden bekendgemaakt op een moment dat de discussie over het antisemitisme in Frankrijk herleeft en de vraag wordt gesteld wat de school kan doen. De gemengde Frans-Duitse commissie heeft zeven jaar lang schoolboeken uit beide landen bestudeerd en besproken. Het resultaat is een brochure 'Aanbevelingen voor de Franse en Duitse geschiedenis- en aardrijkskundeboeken', die deze week op de Sorbonne werd gepresenteerd. Verantwoordelijk voor de publikatie zijn de Franse vereniging van geschiedenisleraren en het Westduitse Georg Eckert Institut voor internationaal schoolboekonderzoek onder leiding van de historicus Ernst Hinrichs. Een zestigtal wetenschappers heeft aan het onderzoek deelgenomen.

De Westduitsers verwijten de Franse schrijvers van schoolboeken dat ze te weinig aandacht geven aan de positieve kanten van de Republiek van Weimar, zoals de invoering van het kiesrecht voor vrouwen, het democratische experiment en het klimaat van vrijheid. Ook vinden ze dat de Fransen het ontstaan van het nazisme te makkelijk verklaren uit het Duitse temperament. De Franse boeken zouden meer aandacht kunnen besteden aan de sociale, politieke en economische voorwaarden die de opkomst van Hitler bevorderden. Ook vindt de commissie dat de Fransen de gruwelen van de concentratiekampen te gemakkelijk uit de weg gaan.

De Westduitse kinderen zouden daarentegen van de commissie best meer mogen lezen over de collaboratie van het Vichy-regime met de Duitsers, het Franse verzet en het lijden van de Franse bevolking onder de Duitse bezetting.

Jean Peyrot, de voorzitter van de Franse geschiedenisleraren, zei bij de presentatie: 'Wij zeggen niet wat er geschreven moet worden, maar wat wenselijk is om te schrijven. Een officiele waarheid bestaat niet'.

De Frans-Duitse commissie bestaat al sinds 1934, maar is sindsdien vele malen een zachte dood gestorven.

Dergelijke onderzoeken naar de inhoud van schoolboeken zijn al meer gedaan, onder andere tussen Nederland en Frankrijk. Ook op Europees niveau wordt gepoogd een uniformere geschiedenis te schrijven. Van de Fransman Jean-Baptiste Duroselle verschijnt binnenkort een geschiedenis van Europa, waarbij hij geholpen werd door Engelse, Italiaanse, Spaanse en Duitse collega's. Eind 1991 komt een Europese geschiedenis voor scholen uit, onder patronaat van de EG, waaraan elf historici uit elf EG-landen (Luxemburg is niet vertegenwoordigd) hebben meegewerkt.