De hond en de staart

Geen mens heeft er de afgelopen nacht vermoedelijk lang wakker van gelegen, maar de Tweede Kamer behandelde gisteren een wetsvoorstel tot instelling van de Adviesraad voor het wetenschaps- en technologiebeleid met gelijktijdige opheffing van de Raad van advies voor het wetenschapsbeleid. Volgens de Grondwet worden dit soort adviescolleges ingesteld bij of krachtens de wet en het is misschien maar goed ook dat het parlement er aan te pas komt, al was het alleen maar om zich te bezinnen op de vraag of de parlementaire democratie langzamerhand niet wordt uitgehold door talloze adviesinstanties die zelf geen politieke verantwoordelijkheid dragen.

Het Tweede-Kamerlid Van Gelder (PvdA) had gisteren dan ook volkomen gelijk met de opmerking dat een adviesraad nooit de plaats kan innemen van de politiek: het zijn de regering en het parlement die de prioriteiten dienen te stellen. Een pleidooi voor integratie sloot daarbij aan: het heeft geen zin dat het ene adviesorgaan zich bijvoorbeeld uitspreekt voor de ontwikkeling van een bepaald materiaal, dat volgens een ander adviesorgaan later in het afvalcircuit terecht moet komen. Ook minister Ritzen (onderwijs en wetenschappen) zag het probleem van 'verkokering': er zullen afwegingen moeten worden gemaakt tussen de diverse wetenschapsgebieden.

Volgens minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) zijn er nooit geheel waterdichte garanties te geven dat Nederlandse ontwikkelingsgelden niet terechtkomen in handen waar zij niet behoren, zoals bij gewapende verzetsbewegingen. De minister, gisteren met zijn collega Van den Broek (buitenlandse zaken) in de Tweede Kamer vrij uitgebreid ondervraagd over het desbetreffende artikel in deze krant inzake geld voor de Filippijnen, wilde wel 'zo waterdicht mogelijke' garanties geven. Intussen noemden de Kamerleden Weisglas en Terpstra (beiden VVD) het vreemd dat het parlement pas nadere informatie krijgt als er dagbladpublikaties zijn geweest. De Eerste Kamer hield zich gisteren bezig met een nogal rijk geschakeerde agenda, waarvan het beleidsdebat over KABNA wel de hoofdmoot uitmaakte. Voor wie niet dagelijks met deze materie heeft te maken: het ging hier om het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken. De nieuwe minister voor dit beleidsterrein, Hirsch Ballin, kreeg een originele inleiding van de kant van senator Hoefnagels (D66). 'Salta kacho, salta su rabu': spring je over de hond, dan spring je over de staart. Dit Antilliaanse spreekwoord was Hoefnagels welkomstwens voor de nieuwe bewindsman. Als hoogleraar sprong Hirsch Ballin over de hond en als minister over de staart. Als professor schreef hij een artikel voor christen-democratische verkenningen waarin hij de onafhankelijkheidsdoelstelling voor de Antillen die in het CDA-programma staat ter discussie stelde. En toen dat artikel gedrukt was, maar nog niet verschenen, hoorde de hoogleraar dat hij minister van Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken werd, aldus Hoefnagels, die verder aandacht vroeg voor de geringe omvang (de 'kleinte') van de desbetreffende eilanden.