Werkloze verlicht taken in verpleeghuis

Drie Amsterdamse verpleeghuizen experimenteren met het inzetten van langdurig werklozen. Deze krijgen een korte opleiding om enige taken op verpleegafdelingen uit te voeren. Het project moet onder meer een bijdrage leveren aan de verlichting van de werkdruk. Verpleeghuizen in Amsterdam kampen met een groot tekort aan personeel.

ROTTERDAM, 22 mei - Er werken al heel lang ongeschoolden op verleegafdelingen van verpleeghuizen. Doorgaans hebben ze een beperkte taak, zoals bedden verschonen of helpen bij de voeding van bewoners. In De Drie Hoven in Amsterdam werd het initiatief geboren om zulke taken samen te brengen in een nieuwe functie: afdelings-assistent. De samenwerkende Amsterdamse verpleeghuizen zetten met het arbeidsbureau een opleiding op poten voor langdurig werklozen. 'Het project is geboren uit de krapte op de arbeidsmarkt voor ziekenverzorgenden en uit onze wens om geen ongeschoold personeel op de afdelingen meer te hebben', aldus mr. M. Boyer, directeur van De Drie Hoven.

Het project begon twee jaar geleden met uitvoerige discussies binnen de deelnemende instellingen over hoe de afdelings-assistenten zouden moeten worden ingezet. In juni vorig jaar ging de eerste lichting aan het werk. In De Drie Hoven houden ze zich bezig met bewonershulp, hulp bij voeding en huishoudelijke taken.

Een bewoner die niet kan slikken heeft professionele hulp nodig bij het eten. Bij een bewoner die niet kan eten omdat hij geen armen heeft is dat niet nodig, dus kan een afdelings-assistent hem ook helpen. 'Je moet een bewoner niet opsplitsen in taken, maar je moet kiezen welke bewoners verzorgd kunnen worden door een afdelings-assistent', zegt L. Prins, hoofd van een psychogeriatrische afdeling van De Drie Hoven.

De afdelings-assistenten werken onder verantwoordelijkheid van de gediplomeerde ziekenverzorgenden. Prins: 'Zodra ze iets merken aan een bewoner moeten ze er iemand bijhalen. Ze mogen niet zelf interpreteren'.

Dat betekent dat de ziekenverzorgenden er een coordinerende taak bijkrijgen. Dat vergt een periode van gewenning. Niet alleen zijn ze er niet voor opgeleid, ook speelt mee dat de assistenten ouder zijn dan veel ziekenverzorgenden en zeker ouder zijn dan de leerlingen.

Boppers

De Poort, een ander verpleeghuis in Amsterdam, doet ook mee aan het project. 'Onze positie op de arbeidsmarkt werd zo zwak dat we wel moesten', aldus hoofd verplegingsdienst L. Harmsen. 'Of het inzetten van afdelings-assistenten goed is weet ik nog niet, maar je moet het proberen.' In de Poort werkten ook al ongeschoolden, bijvoorbeeld als beddenopmakers ('boppers'). Dit zijn veelal huisvrouwen die dit werk van negen tot twaalf doen. In De Drie Hoven worden alle ongeschoolde functies omgezet in die van afdelings-assistent. De Poort is nog niet zover. Harmsen: 'Een paar uur werken op een ochtend is ideaal voor huisvrouwen. Afdelings-assistenten kun je niet zoveel part-time inzetten'.

Het idee is immers dat de assistenten zich niet tot een taak beperken. Uitvoerige discussies en voorlichting over de taak van de afdelings-assistent blijkt de kans op succes van deze nieuwe functie te bevorderen.

Afdelings-assistenten worden geworven onder langdurig werklozen. Het arbeidsbureau betaalt dan de opleiding en via de wet Vermeend-Moor - regeling om werkgevers te stimuleren langdurig werklozen werkervaring te laten opdoen door een deel van de loonkosten te subsidieren - worden de salariskosten in het eerste jaar gesubsidieerd. Prins: 'Ze hebben vaak het idee dat dit echt hun laatste kans is. In het algemeen willen ze dan ook heel graag, maar ze hebben een heel raar beeld van een verpleeghuis: gezellig wandelen en zo. In de selectiegesprekken besteden we daar dan ook veel aandacht aan.' Het is volgens Prins niet de bedoeling dat de afdelings-assistenten de bewoners alle zorg uit handen nemen. 'Er zijn nogal wat Surinaamse en Antilliaanse vrouwen. Die zijn vanuit hun cultuur niet gewend om tegen ouderen te zeggen dat ze hun knoopjes best zelf kunnen losmaken.'

E. Eijgenhuijsen, hoofd van een somatische afdeling van de Poort, ziet dit als een kwestie van professionaliteit: 'Een ziekenverzorgende zegt: dat kunt u zelf. Een afdelings-assistent niet, die gaat tuttelen. We willen echter bewoners zo zelfstandig mogelijk laten functioneren. Het inzicht dat daarvoor nodig is missen de assistenten. Als je ze onnodig ziet tuttelen moet daarover praten en het uitleggen'.

Stigmatisering

De Poort heeft verschillende typen werklozen als afdelings-assistent aangenomen. In het algemeen is het enthousiasme over jonge meisjes die door bijzondere omstandigheden hun opleiding niet hebben afgemaakt veel groter dan dat voor oudere werklozen. Eijgenhuijsen: 'Die mensen zijn meestal niet voor niets werkloos. Ze hebben vaak vijftien baantjes gehad en zijn vijftien keer mislukt. Daar zijn we wel van geschrokken. Die zijn zo negatief, zo faalangstig geworden. Die kan ik niet begeleiden. In die groep moeten we het niet zoeken.'

Ze zou ook graag onder herintreedsters werven. Boyer deelt die wens: 'Als je alleen maar onder langdurig werklozen werft treedt snel stigmatisering van de functie op'. Een van de doelen van het project is de werkdruk op de verpleegafdelingen te verlichten, maar daarvan is slechts in geringe mate sprake. Boyer: 'Er zijn zoveel vacatures en zieken dat je dat niet merkt. Ik zou blijer zijn als ik geen vacatures meer had'.

Harmsen: 'Inzet van afdelings-assistenten levert een bijdrage, maar is geen wezenlijk deel van de oplossing van de te hoge werkdruk'.