Tiende deel vuile bodem in vier jaar reinigen

DEN HAAG, 22 mei - Het kabinet wil de komende vier jaar tien procent van de vervuilde bodems in Nederland schoonmaken. Daarmee is in totaal een bedrag van twee miljard gulden gemoeid.

Dit blijkt uit besluiten die minister Alders (milieubeheer) vanmiddag bekend heeft gemaakt. De minister laat verder onderzoeken of het mogelijk is vervreemding van verontreinigd onroerend goed te verbieden. Hij wijst op het voorbeeld van de Amerikaanse staat New Jersey waar alleen verontreinigde grond mag worden verkocht als er een regeling is voor de schoonmaakkosten. Het kabinet is van mening dat ook gebruikers van de vervuilde grond eventueel een bijdrage moeten leveren aan de schoonmaakkosten. Zij moeten die kosten zien te verhalen op de vervuiler.

Het kabinet heeft zijn standpunt bepaald over de aanbevelingen van twee commissies die zich de afgelopen periode met de bodemvervuiling hebben beziggehouden. Het onderschrijft de stelling dat de problemen op dit gebied niet naar een volgende generatie mogen worden doorgeschoven, zodat de huidige verontreiniging binnen 25 jaar moet zijn opgelost. Voor de lopende kabinetsperiode van vier jaar zal minister Alders een uitvoeringsprogramma laten maken.

Per 1 januari 1991, zo is de bedoeling, treedt een nieuwe wettelijke regeling voor bodemsanering in werking, met als uitgangspunt dat de uitvoering daarvan moet verschuiven van overheid naar de vervuiler of gebruiker van de grond. Als zij niet vrijwillig tot actie overgaan, kan de provincie hen dwingen. De provincies krijgen een centrale rol bij de aanpak van de bodemverontreiniging, terwijl dezelfde bevoegdheden zijn toebedacht aan de vier grote steden. Verder moeten vanaf 1992 landelijke eisen gelden voor stortplaatsen om bodemvervuiling te voorkomen en zal er een verbod zijn buiten deze plaatsen vuil te storten.