Roemenen kiezen voor rust na de revolutie

BOEKAREST, 22 mei - Mijn ouders, zegt een student in Boekarest, hebben de revolutie in pyjama bij de televisie gevolgd. En ze vonden al snel dat ze slaap tekortkwamen, ze bleven er niet meer voor wakker.

Als de prognoses juist zijn heeft het Roemeense Front van Nationale Redding bij de verkiezingen van zondag het monopolie van de macht veroverd. Met Front-leider Ion Iliescu als president en een tweederde meerderheid in beide Kamers van het parlement kan het geheel naar eigen inzicht een nieuwe Roemeense grondwet opstellen. Het Front heeft tot nu toe niet de indruk gewekt de oppositie serieus te nemen en na de uitspraak van de kiezers kan het wel eens helemaal zijn afgelopen met serieuze 'parlementaire debatten'. Het Front zal niet kunnen beweren dat het niet op rechtmatige wijze aan zijn riante machtsbasis is gekomen. Met de televisie heeft het gemanipuleerd, andersdenkenden zijn geintimideerd, kranten van de oppositie hebben het platteland nooit bereikt en op de verkiezingsdag zijn heel wat mensen 'geholpen' met het invullen van hun stembiljet.

Toch is er in Boekarest geen enkele delegatie van buitenlandse waarnemers te vinden die de verkiezingsuitslag in twijfel trekt. Het zou ook te gevaarlijk zijn. Chaos en anarchie liggen nog steeds op de loer in de roerige Roemeense politiek. Ongeldige verkiezingen en een nieuwe verkiezingsstrijd lijkt het land nog niet te kunnen verwerken.

Het Front heeft de verkiezingen niet alleen met manipulaties gewonnen, maar ook met zijn programma. Dat programma belooft de pyjama-revolutionairen een ding: rust na de revolutie. Het Front staat een geleidelijke overgang voor naar decentralisatie en een markteconomie. Het zegt een schoktherapie a la Polen of Joegoslavie te kunnen voorkomen: in Roemenie geen honderdduizenden werklozen, geen inflatie van duizenden procenten en geen overval van buitenlands kapitaal.

Om die reden wil het Front de landbouw niet privatiseren. Een boer zal onder het bewind van het Front slechts vijf hectaren in eigendom kunnen krijgen. In de industrie zullen de staatsbedrijven intact blijven. Private ondernemingen mogen niet meer dan twintig werknemers in dienst hebben.

Het klinkt als 'neo-communisme' en misschien is het dat ook. Maar tweederde van de kiezers heeft zich niet laten afschrikken op het Front te stemmen. Het is verklaarbaar en niet alleen als het gevolg van manipulatie en intimidatie. Het is ook af te leiden uit de samenstelling van het electoraat. Zestien miljoen (van de 23 miljoen) Roemenen mochten stemmen, van wie 10,7 miljoen deel uitmaken van de beroepsbevolking: onder anderen vier miljoen arbeiders in de industrie, drie miljoen in de landbouw en twee miljoen in de secundaire sector.

De bedrijven, met hun kapotte machines en smerige produktiemethoden, zouden onmiddellijk bezwijken onder internationale concurrentie. Arbeiders horen sinds enkele maanden heel andere cijfers over hun prestaties: de produktie tussen januari en april bedraagt slechts tachtig procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, de export slechts zestig procent en de import honderdzeventig procent. Het Front vertaalt: 'Buitenlands kapitaal zal ons vermorzelen als het abrupt wordt toegelaten, zoals de Liberalen willen'. De agrarische bevolking vergrijst snel. Op teruggave van hun gecollectiviseerde land zitten velen niet te wachten. Vijf hectaren voor zichzelf vinden zij genoeg. Meer kunnen zij toch niet bewerken, want geld voor investeringen in machines hebben zij niet. Het Front vertaalt: 'Buitenlanders zullen ons land opkopen als we het vrijgeven zoals de Boerenpartij wil'. Behalve verkiezingspraat zijn het ook reele angsten in een land dat in economisch opzicht een barre woestijn is. Het Roemeense 'proletariaat' voelt zich voldoende uitgemergeld. Het heeft genoeg van politiek. Het voelt weinig voor experimenten.

In feite heeft Roemenie pech gehad dat het geen communistische partij meer heeft. In Polen, in de DDR, in Hongarije, in Slovenie en in Kroatie was de schuldige van tientallen jaren absurdistisch centralisme aan te wijzen - en weg te vagen bij verkiezingen. In Roemenie is Ceausescu weggevaagd en zijn partij is in naam geliquideerd, maar in de praktijk hebben de oude structuren een nieuwe naam gekregen: het Front van Nationale Redding.

Voor brede lagen van het volk is dit Front niet de verliezer van de afgelopen 45 jaar, maar de winnaar van de afgelopen vijf maanden. Het Front belooft Roemenie volle winkels en pluriforme politiek. Maar over de inhoud van die pluriformiteit koestert het merkwaardige opvattingen. Het heeft nadrukkeljk geweigerd zichzelf een politieke partij te noemen. Het wil een platform zijn, een bundeling van zoveel mogelijk politieke en maatschappelijke groepen. Ook hier doemt de term 'neo-communisme' op, waartegen op het Plein van de Universiteit in Boekarest en elders in het land nu al een maand onafgebroken wordt gedemonstreerd. Platform, het klinkt als een Socialistische Alliantie, of hoe dergelijke massabewegingen in het 'oude Oost-Europa' ook mogen hebben geheten.

Bij de afgelopen verkiezingsstrijd is het Front er niet voor teruggedeinsd naar beproefde middelen te grijpen om tegenstanders aan te pakken. Dat Front regeert ook de komende twee jaar een 'vrij Roemenie'. De jongeren die de revolutie van december hebben gemaakt voorzien een tweede revolutie. Maar ook bij een tweede revolutie kunnen zij niet zonder het leger en de televisie. Het leger en de televisie zijn van het Front van Nationale Redding.