Rechtszaak in VS kost Philips tijd, geld en prestige

NEW YORK, 22 mei - Ten minste vier individuele aandeelhouders in de Verenigde Staten hebben de afgelopen dagen processen aangespannen tegen Philips. Twee anderen overwegen zich binnenkort bij hen te voegen.

De dagvaardingen verschillen op details, maar zijn alle gericht tot het concern zelf plus enkele topmanagers, onder wie in alle gevallen de voorzitter van de raad van toezicht, dr. W. Dekker, en de huidige en toekomstige bestuursvoorzitters C. van der Klugt en J. D. Timmer. Een van de dagvaardingen richt zich ook tegen M. Kuilman en A. Leysen, beiden lid van de raad van toezicht, en tegen de Groepsraadleden G. Jeelof, K. Hubee, F. F. Otten en H. H. A. Appelo. De aandeelhouders betichten het concern en zijn bestuurders ervan opzettelijk misleidende informatie te hebben verstrekt over de gang van zaken bij het bedrijf. De aandeelhouders kochten op basis daarvan Philips-aandelen, die sterk in waarde daalden nadat op 3 mei de zwaar tegenvallende kwartaal-resultaten werden bekendgemaakt.gelijke processen zijn normaal onderdeel van het zaken doen in de Verenigde Staten en vormen geen bedreiging voor het concern. Maar ze kosten tijd en geld, en zijn vernederend voor de topmanagers van Philips die al jaren vergeefs proberen hun reputatie op te vijzelen.

Drie van de eisers worden vertegenwoordigd door het kantoor Wolf Popper Ross Wolf en Jones in New York. Dit kantoor is - evenals alle andere kantoren die bij de rechtszaken zijn betrokken - gespecialiseerd in het procederen tegen bedrijven namens de aandeelhouders.

De advocaat van Wolf Popper die deze zaak leidt, is Stephen Oestreich. Hij is eerder tegen Philips in het strijdperk getreden namens de minderheidsaandeelhouders in North American Philips Corp., toen Philips een bod had uitgebracht op de resterende aandelen. Dat proces eindigde met een schikking, waarin Oestreich voor de minderheidsaandeelhouders de uitkoopprijs met 'meer dan vijftig miljoen dollar' wist te verhogen, verklaarde hij gisteren.

In de Verenigde Staten bestaan tientallen kantoren zoals Wolf Popper. De overgrote meerderheid van de duizenden aandeelhoudersacties die jaarlijks in de Verenigde Staten worden aangespannen, wordt door deze advocaten in gang gezet. De advocaten onderzoeken de handelingen van bedrijven op hun merites, kijken of er grond voor een rechtzaak is en gaan dan pas op zoek naar clienten die formeel een proces aanspannen. In deze rechtszaken van aandeelhouders bedingen de advocaten behalve hun normale honorarium ook een premie of een deel van de toegewezen boete, als de zaak wordt gewonnen. Bij de federale rechtbank in New York is 25 tot 30 procent van de schadevergoeding de norm, zegt Coffee, hoogleraar ondernemingsrecht aan Columbia University. 'De naam van de eiser doet er niet toe in dit soort gevallen. Je moet alleen kijken naar de reputatie van de advocaat.' De meeste van deze kantoren genieten niet veel aanzien onder andere advocaten, maar sommige zijn beter dan andere. Een advocaat omschreef de reputatie van Wolf Popper als 'uitstekend.'

Een ander zei dat Wolf Popper meer dan gemiddeld succes boekt met zijn zaken. De firma heeft een ongewone historie: zij bouwde haar reputatie op in de jaren vijftig met de verdediging van mensen die door senator Joseph McCarthy ervan werden beschuldigd te behoren tot de communistische partij; in de jaren zestig verdedigde de firma vakbonden tegen bedrijven.

Alle dagvaardingen tegen Philips hebben als belangrijkste eis dat de Federale rechtbank hun zaak tot 'class action'-proces verklaart, waarmee de procedure meer gewicht krijgt. Bij een 'class action'-proces geldt dat de uitspraak van toepassing is op alle andere - Amerikaanse - aandeelhouders die in een vergelijkbare positie verkeren. De koers van het Philips-aandeel is 4,20 gulden gedaald na de bekendmaking van de kwartaalresultaten. Dit betekent dat een veroordeling Philips 4,2 miljoen gulden per miljoen aandelen aan schadevergoeding kan kosten, plus een onbekend bedrag aan boete. 'Zelfs als de kans om te verliezen maar 25 procent is, zullen de meeste bedrijven de voorkeur geven aan een schikking', zei Coffee gisteren.

Als de aandeelhouders een proces voor de Federale rechtbank in New York winnen, zullen zij Van der Klugt, Dekker, het concern en de overige gedaagde bestuurders in Nederland kunnen aanspreken. Dat is tenminste de inschatting van het advocatenkantoor De Brauw en Westbroek, zoals verwoord in een Philips-prospectus die werd ingediend bij de Amerikaanse beursautoriteiten ten tijde van de aandelenemissie van 1987. 'Als de Nederlandse rechtbank oordeelt dat de jurisdictie van de Federale of staatsrechtbank in de Verenigde Staten is gebaseerd op gronden die internationaal aanvaardbaar zijn en dat correcte juridische procedures zijn gevolgd, zou de Nederlandse rechtbank, onder de huidige regels, het laatste vonnis in de VS bindend verklaren tenzij dat vonnis in strijd is met Nederlands openbaar beleid', aldus de opinie van De Brauw en Westbroek. Volgens een financieel analist zijn dit soort rechtszaken niet bedreigend voor de financiele gezondheid van Philips. 'Het kost de onderneming misschien vijftig miljoen dollar, maar grote bedrijven zetten zulke enorme bedragen opzij voor dit soort zaken. Het is natuurlijk wel heel pijnlijk. Maar Philips zet er gewoon de juridische afdeling op en Sullivan en Cromwell (het Amerikaanse advocatenkantoor van Philips, red.) zal er een paar miljoen dollar aan verdienen.'