Op de Japanse school is studeren leuk

Eigenlijk hadden ze al naar huis gewild, maar op de valreep zijn de leerlingen uit de eerste klas van de Japanse zaterdagschool in Tilburg nog wel bereid tot een collectief interview. Wat vinden ze het leukst op deze school? ' Studeren', roept Tomoko (6) op de eerste rij heel gedecideerd. ' Hai, hai, ja, ja', klinkt het uit de negen andere keeltjes. Zelfs de lerares is even beduusd van zoveel ijver. En wat vinden ze het moeilijkst? ' Niks', roepen tien Japannertjes in koor. De lerares, mevrouw Doki, tevens een van de twee hoofden van de Japanse school, ziet zich genoodzaakt zich te verontschuldigen: ' Ze zijn nog maar net op school, dus ze vinden alles prachtig'.

Na enig aandringen wil Vincent (6), blond haar want hij heeft een Nederlandse vader, nog wel kwijt dat hij het best moeilijk vindt om zijn naam in het Japans te schrijven. Voor rekenen daarentegen draait hij zijn hand niet om. ' Ik reken gewoon met m'n vingers in het Nederlands'.

Soms raakt hij in de war, bekent hij, dan begint hij tegen zijn Nederlandse juf in het Japans. ' Per ongeluk hoor!' Vorige maand opende de Japanse zaterdagschool in Tilburg haar deuren. Twee jaar geleden begon de school met zeven leerlingen in Eindhoven, maar aangezien ruim 40 van de 60 leerlingen die de school momenteel telt in Tilburg wonen, leek verhuizing van de school naar die stad wel zo praktisch. Belangrijkste 'leveranciers' van leerlingen zijn de Japanse werknemers van het bedrijf Fuji Photo Film B. V. in Tilburg, al vestigen zich in snel tempo ook andere Japanse bedrijven in het zuiden. Als 'trekpleister' voor nieuwe bedrijven kan de school rekenen op subsidie van de provincie en van de gemeente Tilburg.

Vijf dagen per week gaan de kinderen van de Japanse werknemers naar de internationale school in Eindhoven of, in sommige gevallen, naar een 'gewone' Nederlandse school. Om het Japanse schoolsysteem niet te ontwennen sturen de meeste ouders hun kinderen op zaterdag naar de Japanse school, die inmiddels negen klassen telt. ' In Japan gaan de kinderen ook zes dagen per week naar school', legt Taizo Mori, manager bij Fuji en voorzitter van het bestuur van de zaterdagschool, uit. ' Bovendien is het heel belangrijk dat de kinderen onderwijs krijgen in hun eigen taal. Thuis spreken ze wel Japans, maar lezen en schrijven doen de meesten alleen hier.

Centraal in de lessen staat dan ook de kennis van de Japanse taal. Vakken als wiskunde, rekenen en shakai (een combinatie van geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer) worden niet zozeer gegeven voor de inhoud als wel voor de Japanse termen die de kinderen moeten kennen als ze na een paar jaar teruggaan naar Japan. ' Natuurlijk moeten we een selectie maken', zegt mevrouw Doki. ' Dat is het moeilijke van hier lesgeven: je moet in een dag doen waar ze in Japan zes dagen de tijd voor hebben.'

Verademing

De scholieren in klas vijf zijn bezig met een rekentoets. Een van hen protesteert, hij heeft het niet geleerd. Uiterlijk is er weinig verschil met een klas Nederlandse middelbare scholieren: de jassen zijn over de rugleuning gedrapeerd, de tassen liggen op de banken, daaronder zijn voornamelijk sportschoenen zichtbaar. Hier en daar klinkt een on-Japans geluid: 'ah shit'; de toets is niet eenvoudig.

De Japanse school is niet iets wat je 'er even bij doet': 42 zaterdagen per jaar wordt er lesgegeven, vijf uur per week op de lagere school, zes uur op de middelbare school. Ondanks het huiswerk dat ze naast hun 'doordeweekse' schoolwerk moeten maken, de proefwerken en de rapporten zijn de leerlingen zeer te spreken over de zaterdagschool. ' Hier kun je tenminste met andere Japanse kinderen praten', zegt Sayaka (12). Ze zit in de eerste klas van de middelbare school, die op de Tilburgse zaterdagschool alleen een onderbouw heeft. De lessen op de Japanse school zijn vergeleken bij die op de internationale school heel gemakkelijk, vindt Sayako's klasgenootje Mio, want die zijn allemaal in het Engels, en dat valt niet mee. De belangrijkste reden om de lessen op de zaterdagschool te volgen, zeggen de leerlingen, is het risico dat ze bij terugkomst in Japan achter zijn. Gezien het uiterst prestatiegerichte onderwijssysteem in Japan, zou dat desastreus zijn voor hun toekomst, weten ze.

Het ontbreken van strenge regels, dat is wel een verademing vergeleken bij scholen in Japan, vinden Mio en haar vriendinnen. Hier mag je tenminste je haar lang laten groeien zonder dat het in een staart moet. Een gelegenheid waar de dames dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Gegiechel. En je hoeft geen uniform aan. Tsja, het zal wel weer wennen zijn, straks in Japan, verwachten ze. Had een vriendinnetje van Sizuko laatst niet een weinig opgewekte brief geschreven over aanpassingsproblemen? Ook de docenten zien wel in dat het voor de leerlingen niet altijd even eenvoudig zal zijn, straks in Japan. Mori: ' Ze maken hier kennis met de Nederlandse manier van leven en denken. Dat werkt ongetwijfeld vervreemdend van de Japanse normen. Daar mogen ze bijvoorbeeld geen sieraden dragen op school en moeten ze hun schooluniform aan als ze buiten schooltijd naar een museum gaan.' De leerlingen uit de laagste klas staan na afloop van het gesprek al keurig in de rij om het lokaal te verlaten, twee aan twee, als ze tot hun schrik bemerken dat ze het afscheidsritueel hebben vergeten. Met jassen aan en met tassen die doen vermoeden dat ze een week op reis moeten, stellen ze zich bij hun bankjes op. Tomoko gaat met haar gezicht naar haar klasgenoten staan: ' Tot ziens' en ze maakt een sierlijk buiginkje. ' Tot ziens', zeggen de anderen haar na, 'sayonara', tot volgende week!