Lafontaine zit klem tussen kiezers en carriere

Zijn de dagen van Oskar Lafontaine als kandidaat-kanselier van de Westduitse SPD nu al geteld? Het heeft er veel van weg. In elk geval bevindt hij zich sinds begin vorige week in een onmogelijk parket. De ironie wil dat hij dat mede te danken heeft aan het succes van zijn eerste geestverwanten in Noordrijn-Westfalen (Johannes Rau) en Nedersaksen (Gerhard Schroder), die vorige week zondag in hun deelstaten de verkiezingen wonnen en daarmee de SPD aan een meerderheid in de Bondsraad hielpen.

Sindsdien geldt dat op de weg naar de Duitse eenheid niets meer kan zonder de uiteindelijke instemming van de SPD, wat haar meer invloed geeft maar ook vaker dwingt tot een keuze tussen opponeren en medeverantwoordelijkheid nemen. Bijvoorbeeld voor de Duitse politiek van 'eenheidskanselier' Kohl, tegen wie Lafontaine juist hard wil opponeren omdat hij volgens hem te snel, te solistisch opereert en de morrende Westduitse kiezers niet voldoende vertelt over wat het zal gaan kosten. Maar juist op dat stuk zijn nu voor Lafontaine en zijn SPD zeer grote moeilijkheden ontstaan.

Begin vorige week zette de Westduitse coalitie een enorme zak geld in het raam: 115 miljard D-mark voor een Fonds voor de Duitse eenheid, 7 miljard voor de sanering van DDR-bedrijven na de invoering van de monetaire unie op 2 juli, 6 miljard voor de aanloopfinanciering van de sociale zekerheid in de DDR, 12 procent premie voor investeringen in de DDR in het eerste jaar, 8 procent in het tweede.

Die zak geld, en een aantal laatste kleine concessies voor het Duits-Duitse staatsverdrag, misten hun effect niet. In Oost-Berlijn gaf de meeregerende Ost-SPD haar verzet tegen dat verdrag op. Zij ging de aanvaarding ervan zelfs bij haar Westduitse (oppositionele) zusterpartij bepleiten. Ook anderszins raakte de Oostberlijnse coalitie in beweging. Was enkele dagen eerder de verkiezingsdatum in de nieuw op te richten (vijf) Oostduitse Lander nog op 2 december bepaald, plotseling bleek die datum eigenlijk ook wel tot oktober te kunnen worden vervroegd. Waar zulke Lander-verkiezingen vooraf moeten gaan aan gemeenschappelijke Duitse parlementsverkiezingen, was dat goed nieuws voor Kohls coalitie in Bonn.

Daar wil men immers na de waarschuwing van de kiezers in Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen zo snel mogelijk oprukken naar verkiezingen in heel Duitsland. Kohl en de zijnen willen die nu op 2 december (tot nu toe de datum voor de Bondsdagverkiezingen) dan wel op 13 januari 1991, de uiterste datum die zonder wetswijziging mogelijk is.

Tegenslag

Lafontaine, die thuis revalideert na de aanslag die vorige maand op hem werd gepleegd, moest vorige week nog een tegenslag noteren toen ook de SPD-premiers in de deelstaten akkoord gingen met de financiering van het Fonds voor de Duitse eenheid die minister Waigel (CSU, financien) namens de coalitie in Bonn voorstelde.

Voor dat fonds bezuinigt Waigel 20 miljard op zijn begroting, de resterende 95 miljard delen de Bondsregering en de deelstaten, zij lenen elk 47,5 miljard op de welvoorziene Westduitse kapitaalmarkt. De opzet was vernuftig: de DDR heeft snel geld nodig om gaten te dichten, sneller dan mogelijk is via meer snoeien in Waigels begroting of via belastingverhoging (die sowieso taboe is in Kohls coalitie). De SPD-deelstaatpremiers keerden zich in hun federatieve rol nu eens niet tegen de regering in Bonn maar tegen de nationale oppositiestrategie van Oskar Lafontaine. Want het was voor hem op slag veel moeilijker geworden om Kohl ondeugdelijke financiering van het staatsverdrag te verwijten nu zijn eigen SPD-vrienden in de deelstaten daarmee akkoord waren gegaan.

Sinds het weekeinde is de paniek in de Westduitse SPD compleet. De Ost-SPD staat nu vierkant tegenover haar Westduitse zuster. Elke Westduitse krant weet wel een prominente SPD'er te vinden die over het staatsverdrag wat anders zegt dan een ander. Alleen de vroegere sociaal-democratische kanseliers Brandt en Schmidt vallen op door zwijgzaamheid, wat eigenlijk ook iets zegt.

De vroegere 'superminister' Karl Schiller beveelt de SPD de aanvaarding van het 'evenwichtige' staatsverdrag hartelijk aan, Westberlijns burgemeester Momper pleit ook voor aanvaarding, net als oud-minister Wischnewski. Lafontaine en anderen zeggen hard nee, de kandidaat-kanselier heeft zijn zwaarste middel daarbij ingezet: als de partij mij niet volgt, ben ik niet beschikbaar als kandidaat-kanselier.

Dat heeft heel even geholpen. Gisteren heeft het SPD-bestuur na vijf uur vergaderen over het (niet-amendeerbare!) staatsverdrag verklaard dat het 'in zijn huidige vorm' niet aanvaardbaar is. De SPD schort in afwachting van wijzigingen haar eindoordeel op, zo las partijvoorzitter Vogel uit een communique voor. Hij deed dat net terwijl zijn Oostduitse geestverwanten minister Romberg (financien) en Richard Schroder (fractievoorzitter Ost-SPD) het staatsverdrag in de Volkskammer in Oost-Berlijn stonden te verdedigen tegen aanvallen van de communistische PDS.

Eierdans

Lafontaine's harde demonstratie van macht in de top van de SPD zorgde voor vrolijke recensies uit het regeringskamp in Bonn. Zoals:'een eierdans', 'een document der hulpeloosheid', een 'bewijs van onvermogen'. En vrijwel onmiddellijk liet kanselarij-minister Rudolph Seiters, Kohls manus van alles in de Duitse politiek, weten dat er voor veranderingen in het door Bonn en Oost-Berlijn jongstleden vrijdag getekende verdrag echt geen sprake kan zijn.

De SPD en Lafontaine zitten nu dus lelijk klem. Deze en volgende maand moet de SPD in de Bondsdag en de Bondsraad kleur bekennen en ja of nee zeggen. In de Bondsdag is zij oppositiepartij, in de Bondsraad heeft zij de meerderheid en is haar stem beslissend. Daar nee zeggen betekent dat het staatsverdrag wordt afgekeurd en de monetaire unie en de invoering van de D-mark in de DDR per 2 juli niet doorgaan.

Niemand kan zich echt voorstellen dat de West-SPD dat zou doen, nog afgezien van het feit dat de Ost-SPD achter het verdrag staat. Echter: dadelijk alsnog ja zeggen tegen een ongewijzigd verdrag zou Lafontaine in een zeer ongeloofwaardige positie jegens de kiezers brengen, en de SPD met hem.

Lafontaine weet dat vast ook allemaal wel. Sinds een paar maanden voert hij een campagne die Oostduitsers het idee kan geven dat zij te weinig geld van Kohl krijgen, terwijl de Westduitse kiezers zich door Lafontaine gesterkt voelen in hun vermoeden dat Kohl niet precies vertelt hoeveel (meer) de Duitse eenheid zal gaan kosten. Rond het staatsverdrag, en na de instemming daarvoor van de Ost-SPD, lijkt de campagnepoliticus Lafontaine nu hard opgebotst tegen de kandidaat-kanselier Lafontaine.

Zou Kohl hem dank zij gunstige omstandigheden nu al mat hebben gezet op het bord van de Duitse politiek en doet Lafontaine als kandidaat-kanselier daar nog slechts zijn laatste zetten in een veel te vroeg eindspel? Anders gevraagd: staat Lafontaine op het punt zich af te melden als tegenstander van Kohl en moet de wonderlijke discussie over het staatsverdrag in feite dienen als hulpmiddel op zijn weg naar de uitgang?