Jemens vinden elkaar versneld uit angst voor eventuelespelbrekers

ROTTERDAM, 22 mei - Rood-wit-zwart is de vlag van de Jemenitische republiek, vandaag voortgekomen uit de in eerste instantie met grote scepsis bekeken fusie tussen de Arabische Republiek Jemen (Noord-Jemen) en de Democratische Volksrepubliek Jemen (Zuid-Jemen), twee arme stammenlanden met een beetje olie. De geboorte van de nieuwe staat is zelfs een half jaar vervroegd, maar dat heeft minder te maken met groot enthousiasme voor de nieuwe boreling dan met vrees dat uiteindelijk nog iemand een spaak in het wiel zou steken.

De nieuwe staat is met zijn ruim 12 miljoen inwoners (10 miljoen Noordjemenieten en 2,3 miljoen Zuidjemenieten) de volkrijkste op het Arabische schiereiland en wordt met gezond wantrouwen door het buurland Saoedi-Arabie beschouwd. Het is de bedoeling dat het nieuwe Jemen een democratie wordt - wat overigens een unicum in de arabische wereld zou zijn - en dat wordt in het conservatieve koninkrijk als een bedreiging gezien. Er werken ongeveer een miljoen Jemenieten in Saoedi-Arabie, en zouden die niet als vijfde colonne kunnen optreden? Een andere bron van ongemak bij de Saoediers is de mogelijke invloed die Irak gaat krijgen. Noord-Jemen heeft speciale banden met Irak, geinstitutionaliseerd via de Arabische Samenwerkingsraad. Iraakse militairen oefenen bij voorbeeld de Noordjemenitische strijdkrachten, en de Saoediers staan juist uitermate ambivalent tegenover Irak, te meer nu dat land zich steeds krachtiger opwerpt als Arabische supermacht. Riad heeft zelf zo zijn ambities op het gebied van regionale oppermacht, en bovendien vreest het de groeiende militaire kracht van dit buurland.

Manoeuvres

Alle recente onrust - stammenonlusten, aanslagen en moslim-fundamentalistische activiteit - is toegeschreven aan Saoedische manoeuvres. Riad heeft dat natuurlijk ontkend en de Jemenitische eenwording formeel toegejuicht, maar een feit is dat het de conservatieve stamleiders in het noorden en oosten altijd heeft gesubsidieerd.

De stammen, die zich bezighouden met lucratieve smokkelhandel, voelen traditioneel weinig voor sterke staatscontrole, die mogelijk een gevolg zou kunnen zijn van de samenvoeging van twee zwakkere staten. Moslim-fundamentalistische groepen in Noord-Jemen, waarvan de activiteit ook al door Saoedi-Arabie zou worden gefinancierd, maken meer bezwaar tegen de atheistische invloed van de 'heidense minderheid' in Zuid-Jemen. Aan die invloed schrijven zij het door hen scherp veroordeelde feit toe dat in artikel 3 van de nieuwe grondwet wordt gesproken van de shari'a, de islamitische wet, als 'voornaamste bron van wetgeving' en niet als 'de bron van wetgeving'. De Jemenitische leiders voelen zich niet helemaal prettig in het licht van deze problemen. De Noordjemenitische president Ali Abdullah Saleh sprak vorige maand van mensen die 'proberen doornen te planten op de weg naar Jemenitische eenheid onder het mom van islam of vreemde of radicale ideeen'.

Hij verzekerde echter dat ze zouden falen. De leider van de Zuidjemenitische ex-communistische partij, Ali Salim al-Beid, waarschuwde voor 'obscurantistische krachten die twijfel willen zaaien over de ontwerp-grondwet'.

Van enige ongerustheid getuigde vorige week ook het besluit om de strijdkrachten terug te trekken uit de hoofdsteden Sana'a en Aden 'om te waarborgen dat geen rebel de kans heeft om direct of indirect een ramp te veroorzaken, wat God moge verhoeden'.

Sheba

Een zijn de Jemens eigenlijk alleen geweest als het koninkrijk Sheba in Arabia Felix van 950 tot 115 v. Chr. , en onder de daaropvolgende Himyaritische dynastie. Verder is de geschiedenis van de Jemens er een van invasies en veroveringen, van bezettingen en onderlinge oorlogen. Vandaar de grote scepsis over het al zo lang beleden verlangen naar eenwording. Het feit dat de een door de eeuwen heen zeer conservatief is gebleven (Noord-Jemen) en de ander zich na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannie had uitgeroepen als de enige marxistische staat van de Arabische wereld maakte die scepsis slechts groter.

De grote veranderingen in de Sovjet-Unie en Oost-Europa, waarvan de broodnodige steun in snel tempo is verdwenen, hebben het vroeger zo radicale Zuid-Jemen echter gedwongen in te stemmen met een eenwording die bijna als een overneming kan worden gezien. De Noordjemenitische president Ali Abdallah Saleh, de grote voorvechter van Jemenitische eenheid, wordt president van de nieuwe staat en de kapitalistische Noordjemenitische hoofdstad Sana'a de hoofdstad van de Jemenitische Republiek, al mag Aden de economische hoofdstad worden. Beelden van Marx, Engels en Lenin zijn inmiddels uit Aden verdwenen en de partijleus 'Ons doel is het socialisme op te bouwen' vervangen door een aanprijzing van de Jemenitische eenheid. Ook verder heeft men zich snel aangepast aan het Noordjemenitische kapitalisme: genationaliseerde landbouwgronden, gebouwen en ondernemingen zijn aan hun eigenaars teruggegeven. Ook zijn de beperkingen op het kauwen van de drug qat - in Noord-Jemen vrij maar in Zuid-Jemen slechts geoorloofd in het (islamitische) weekeinde - ongedaan gemaakt.

De Zuidjemenitische wens om meteen ook maar een meer-partijensysteem in te voeren, is door het noorden echter afgehouden.

Zuidjemenitische vrouwen, althans die in de steden, die altijd veel progressiever zijn dan op het platteland, vrezen nu dat uiteindelijk ook hun personele code, die hun op onder andere het gebied van erfrecht en echtscheiding veel meer rechten geeft dan de doorsnee Arabische vrouw, onder de eenwording zal bezwijken. En hoe zal het aflopen met de bierbrouwerij in Aden?