'Ik ga ervan uit dat je de waarheid spreekt' 'Okee,' zegt Pim, 'ik ben aangevallen door een duif'

De concierge van de Rotterdamse Vrije School is een knappe man van 49 in een spijkerbroek. 'Toen ik hier kwam zei ik: ik word nooit een concierge met een stofjas. Ik wist nog niet wat voor concierge ze hier wilden hebben. Ik kende het werk helemaal niet, ik had daarvoor in een commercieel bedrijf gewerkt. Ik ben eerst veertien dagen op proef komen werken, zonder salaris, zodat ze hier aan mij konden wennen en ik aan hun. Maar het beviel en ik ben gebleven. Ik doe dit werk nu al elf jaar.'

Wat is er tegen een stofjas?

'Op de school waar ik vroeger zat, was een concierge die zo'n stofjas droeg. Als die je aansprak, zei hij: hee, jij daar! En dan moest je komen, want dan had je wat uitgevreten. Zo wilde ik niet zijn.'

Wat doet u als een leerling iets heeft uitgevreten?

'Als iemand iets uithaalt, moet hij naar me toe komen en dan geef ik hem of haar wat te doen. Ze moeten in het plantsoen gaan werken of ze moeten kapotte schoolbanken helpen repareren. Meiden ook hoor, wat dat betreft maken we op deze school geen verschil. Meiden moeten net zoveel doen als jongens. Ze staan gerust het differentieel van een automotor uit elkaar te halen, die meiden, ja hoor, tot zover met hun armen in het vet.'

Voor straf?

'Straf, dat bestaat niet. Je moet ze iets te doen geven en dat heet dan straf, omdat ze buiten de regels zijn gegaan. Maar het is ook goed als ze de regels overtreden. Als ze nooit kattekwaad uithalen, is het niet goed. Ze moeten kwajongen zijn, daar hebben ze de leeftijd voor. Straf hoeft van mij niet vervelend te zijn.'U bent een pedagoog. '

Ik ben de vader van twee dochters, daar word je vanzelf pedagoog van. Opvoeden leer je niet uit de boeken.'Hoe wordt iemand een goede concierge?

'Het belangrijkste is dat je eerlijk bent. Je mag niet denken dat je boven de leerlingen staat, dat heeft geen zin. Je moet contact hebben met de kinderen. Dat is mijn methode. Er zijn ook concierges die niet zo zijn. Die doen alleen het technische werk. Ik ben er ook als er problemen zijn. Meisjes komen vaak naar me toe. Jongens niet, als die iets hebben, zetten ze het om in agressie, maar meisjes komen naar je toe. Je ziet het meteen als er iets aan de hand is. Dan staan ze ergens in een hoekje te huilen. Er was eens een meisje dat in het toilet stond te huilen omdat ze rood haar had en sproeten en nog helemaal niks geen boezem. Het was niks met haar, vond ze, ze was lang en mager en ze had nog geen verkering. Ze was pas vijftien. 'Nou, ' zei ik toen, 'dan nemen wij toch verkering!' Toen moest ze door haar tranen heen lachen. Dat is nu jaren geleden. Ze is tegenwoordig fotomodel.'

Bent u wel eens kwaad?

'Ik kan er niet tegen als er tegen me gelogen wordt. Wie liegt verlaagt zijn niveau. Dan heb ik het over de grote leugen, niet over een smoesje. Een goeie smoes kan ik waarderen, die schrijf ik zelfs op in een speciaal schrift. Deze is van Pim: 'U gelooft me nooit.' Ik zeg: 'Nee Pim, dat moet je niet zeggen. Ik ga er van uit dat je de waarheid spreekt.' 'Okee, ' zegt Pim, 'ik ben aangevallen door een duif.' Ik begon te lachen. 'Ziet u wel dat u me niet gelooft!' zei Pim. En deze: 'Ik ben ziek geweest door een besmettelijke oogziekte die ik heb opgelopen doordat de buurman 's nachts in de tuin zijn boot aan het ontroesten was.'

Hoe weet u of een leerling liegt?

'Je krijgt er handigheid in, je voelt het als iemand onzin staat te verkopen. Maar je kunt het allicht een keer bij het verkeerde eind hebben. Ik heb eens een meisje uit het cafe gehaald. Dat cafe had een slechte reputatie, er werd met drugs gerommeld. Een leraar had een meisje daar binnen zien gaan en vertelde me dat. Het was 's ochtends. Ik zei: 'Dat kan niet, die haal ik er uit!' Ik ging erheen, liep meteen op de barkeeper af en vroeg: 'Waar is Ingrid?' 'Ingrid?' vroeg die man stomverbaasd, 'ik ken geen Ingrid.' Maar dat meisje hoorde haar naam en riep: 'Hee, meneer Van Rhee, wat doet u hier?' En daar zat ze, met haar moeder. Ze was naar de dokter geweest en ze waren samen een kopje koffie gaan drinken. Die moeder wist niet wat voor cafe het was.'

Daar stond u dan.

'Je bent er om de kinderen te helpen en als het nodig is te beschermen. Dat was in dit geval niet nodig, maar het had gekund. Leerlingen zijn nog kleine mensen, ze zijn jong, ook al hebben ze vaak heel zinnige dingen te zeggen. Ik heb soms echt bewondering voor ze. Hier op school hebben we een prachtige kantine. Die is helemaal door de leerlingen ontworpen. Het was een fietsenstalling, maar op een dag kwamen ze naar me toe: 'Meneer van Rhee, kan dat geen kantine worden?' Ik heb onmiddellijk gezegd: 'Joh, wat een goed idee. Ga eens tekenen!' Het werd een prachtig ontwerp en we hebben het aan de bestuursraad voorgelegd en het plan is uitgevoerd.'

Bent u de centrale post op school?

'Ik mag graag dingen helpen organiseren en ik vind het heerlijk om met de jeugd om te gaan. Ik hou enorm van mijn werk. Iedere dag is weer anders, ieder uur is anders, ieder jaar en ieder kind.'

Dank u wel voor de tientallen reacties. Maar is er nu niet een school met een hele erge concierge? Brieven naar Yvonne Kroonenberg, NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam.