Hogere financiele opleiding in Amsterdam begint ditnajaar

AMSTERDAM, 22 mei - Amsterdam krijgt per september zijn hogere financiele opleiding. Dan begint het 'Amsterdam institute of Finance', vooral bedoeld voor hoger kader van banken, pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen.

Het instituut is een van de initiatieven die zijn bedoeld om Amsterdam als internationaal financieel centrum meer aanzien te geven. Een initiatiefgroep bracht vorig jaar een rapport uit met aanbevelingen om dit te bewerkstelligen. De opleiding maakte hiervan deel uit.

In september begint de eerste opleiding, een tien weken durende cursus 'merchant banking', voor een groep van twintig Nederlandse bankiers. Voor het najaar staat tevens een opleiding 'portfolio management' voor institutionele beleggers op het programma. De derde opleiding, 'treasury management' voor het kasgeldbeheer bij grote bedrijven, gaat begin volgend jaar van start.

De nieuwe opleidingen maken volgens prof. dr. D. M. N. van Wensveen, bestuursvoorzitter van Bank Mees en Hope en voorzitter van het curatorium dat het Amsterdam Institute of Finance begeleidt, een einde aan het bestaande gefragmenteerde onderwijs. De meeste opleidingen gebeuren nu in de praktijk.

Cursussen als in het nieuwe opleidingsinstituut zijn volgens Van Wensveen 'uniek voor Europa' en moeten Amsterdam een plaats geven als internationaal kenniscentrum op financieel gebied. Ze staan dan ook open voor buitenlanders. Op den duur moeten studenten van elders een 'wezenlijk deel' van de bezetting van de opleiding uit gaan maken. 'Een dergelijke mix is goed voor de contacten', aldus Van Wensveen. Voertaal van de opleiding is Engels. Volgens mr. J. R. Steinhauser, directeur van de stichting Amsterdam financial centre die de uitvoering van het rapport met aanbevelingen coordineert, toont het buitenland veel belangstelling. Met name banken uit het Midden-Oosten zouden geinteresseerd zijn. Ook bankiers in Londen, waar geen afzonderlijk praktijkgericht opleidingsinstituut bestaat, moedigen het idee van een centrale opleiding aan, aldus Van Wensveen.

Uitsluitend Nederlandse banken en overige financiele instellingen die zijn aangesloten bij de initiatiefgroep hebben zich garant gesteld voor het nieuwe opleidingsinstituut. Die garantie bestaat vooral uit het leveren van genoeg cursisten voor de komende twee jaar. De opleiding, die zichzelf bedruipt, kost ongeveer 30.000 gulden per cursist. Met de financiering ervan is volgens Van Wensveen 'een enkel miljoen' gemoeid.

De eerste cursisten zijn vrijwel allemaal afkomstig uit Nederland. Volgens Van Wensveen zal er 'op zijn minst een buitenlander' aan de cursus meedoen, 'om te voorkomen dat er geen Engels wordt gesproken.' De opleiding en het dagelijks bestuur ervan zijn om tijd en geld te besparen ondergebracht bij het Nederlands instituut voor het bank- en effectenbedrijf (NIBE). De dagelijkse leiding is in handen van drs. J. C. van Kessel, die tevens directeur van het NIBE is. Als programma-directeur fungeert prof. dr. A. H. G. Rinnooy Kan, hoogleraar aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit.

De eigen staf blijft beperkt. Externe docenten verzorgen de colleges, terwijl ook topbankiers en ondernemers zullen worden uitgenodigd. Naast cursussen zal het Amsterdam Institute of Finance conferenties en seminars organiseren. Binnen drie jaar moet het zijn uitgegroeid tot een 'hoogwaardig financieel opleidingsinstituut op internationaal niveau', aldus de initiatiefnemers.