Hoger beroep om extra lessen aan woordblind kind

ROTTERDAM, 22 mei - De moeder van een negenjarig 'woordblind' kind uit Brabantse Sint-Michielsgestel heeft bij de Kroon beroep aangetekend tegen de weigering van het ministerie van onderwijs om op de plaatselijke basisschool twee uur per week een extra leerkracht haar kind te laten begeleiden. 'Zelf kan ik de begeleiding die mijn zoon nu krijgt van een orthopedagoge in Den Bosch wel betalen', zegt W. Mommersteeg-Willekens, 'maar mensen met minder geld komen er niet aan toe. De handicap is voor iedereen even erg, ongeacht het inkomen.' Voor zover bekend is het de eerste keer dat een ouder van een dyslectisch kind op deze manier probeert een zaak af te dwingen. Eerder tekende de Brandsmaschool in Bussum beroep aan tegen de weigering van het ministerie deze zogeheten aanvullende formatie te verschaffen voor een gehoorgestoorde leerling. Die procedure loopt nog.

Na een publikatie in een regionale krant kreeg Mommersteeg-Willekens stapels reacties. 'Het probleem is kennelijk levensgroot.'

Tien procent van de Nederlanders lijdt aan een of andere vorm van dyslexie of 'woordblindheid'. Naar schatting 2,5 procent heeft er zo ernstig last van dat het op latere leeftijd leidt tot 'functionele ongeletterdheid'. Bij jongens komt het vier maal vaker voor dan bij meisjes. Vaak is het erfelijk.

Dyslexie wil zeggen dat men moeite heeft met lezen en spellen. Het wordt ook wel 'het verstoorde lezen' genoemd. In plaats van 'straat' ziet, zegt en schrijft een dyslectisch kind bijvoorbeeld hardnekkig 'staart'. Vaak raadt het naar de woorden door de context waarin ze voorkomen: in plaats van 'kasteel' leest het 'huis'. Gevolgen zijn vaak leerachterstand, een gevoel van minderwaardigheid, faalangst en onbegrip. Soms treden bijkomende verschijnselen op als hakkelen of moeilijk uit de woorden komen. Een moeder van een dertienjarige dyslectische jongen: 'Hij heeft er een enorme hekel aan als hij onbegrip en ongeduld ontmoet. Hij doet vreselijk zijn best, maar als hij tien woorden goed op papier heeft gekregen, is hij doodmoe.' Hoe eerder wordt onderkend dat een kind dyslectisch is, des te groter is de kans dat er iets aan te doen valt. Volgens prof. dr. A. van der Ley, hoogleraar speciale pedagogiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, 'zou men eraan moeten gaan werken op het moment dat het kind leert lezen en schrijven. Want kinderen van tien, twaalf jaar hebben zich de verkeerde manier van lezen en schrijven al zo eigen gemaakt dat ze er veel moeilijker van af te helpen zijn.'

Dyslexie wordt echter vaak pas laat onderkend. 'Zo'n slim jongetje, daar kan niks mee aan de hand zijn, zeiden ze op de basisschool', aldus de moeder van de dertienjarige jongen. Hij krijgt nu in de brugklas extra begeleiding, omdat drie leraren zich de problemen aantrokken.

Begeleiding

In het basisonderwijs komt nauwelijks iets terecht van 'remedial teaching' voor dyslectische kinderen. De leerkrachten hebben er meestal geen tijd voor. Begeleiding is tijdrovend en meestal langdurig. Ouders moeten daarom hun heil zoeken buiten de school, vaak bij orthopedagogische instellingen. Die hulp moeten ze zelf betalen. De Gestelse moeder heeft er daarom nu een zaak van gemaakt.

Haar zoon krijgt drie keer in de veertien dagen beleiding van orthopedagoge drs. P. Evers. Zij werkt bij de Bossche orthopedagogenpraktijk (BOP). De BOP hanteert tarieven naar draagkracht, tussen de 35 en 60 gulden per keer. 'Eigenlijk zouden we 106 gulden moeten rekenen', zegt Evers. De begeleiding duurt meestal erg lang. 'Kortdurende hulp haalt niks uit.' Nadat Mommersteeg een jaar lang tevergeefs had geprobeerd een tegemoetkoming in de kosten te krijgen - omdat zij vindt dat zulke kosten moeten worden vergoed - bij achtereenvolgend de ticuliere ziektekostenverzekeraar, de Sociale Verzekeringsbank, het GAK en de belastingdienst, heeft de school het ministerie van onderwijs een aanvullende formatieplaats voor twee uur in de week gevraagd. Dat verzoek werd afgewezen. 'Gelet op het beperkte aantal beschikbare formatieplaatsen en gegeven het feit dat honderden verzoeken per jaar worden ingediend is een afbakening noodzakelijk', kreeg de school namens minister Ritzen te horen. Omdat de aanvullende formatie gebonden is aan een bepaald budget, is besloten dat alleen 'ernstig zintuiglijk gehandicapte' kinderen (volledig dove, blinde of mongoloide kinderen) ervoor in aanmerking komen.

Mommersteeg krijgt in haar beroep tegen de afwijzing van het ministerie steun van dr. J. J. Dumont, hoogleraar orthopedagogiek aan de Katholieke universiteit van Nijmegen en voorzitter van de stichting Dyslexie. Volgens Dumont onderschat het ministerie het probleem 'schromelijk'. Gebrek aan 'remedial teaching' in het basisonderwijs kan ertoe leiden dat dyslectische kinderen naar het speciaal onderwijs worden verwezen. Dumont: 'Dat strookt niet met het streven van het ministerie om kinderen zoveel mogelijk op te vangen in de normale scholen. Als een kind dyslectisch is, kan het probleem in alle gradaties voorkomen. Inschakelen van het speciaal onderwijs kan dan een te zwaar en onnodig middel zijn. Aan de andere kant is remedial teaching slechts bij uitzondering mogelijk en onvoldoende intensief om tot werkelijke verbetering te komen'.