Door overbevissing verhongeren zeevogels; Visramp in de Barentszee

Tot de rijkste vogeleilanden voor de Noorse kust behoren de Lofoten, hoog in het noorden. Eind jaren zestig nestelden er naar schatting 1,4 miljoen papegaaiduikers op het kleine eilandje Rost. Zij voeren hun jongen met vette haringlarven, die voor de Noorse kust zijn opgegroeid en laat in de zomer, juist als de kuikens uit het ei komen, met de kuststroom meedrijven langs de Lofoten, richting Barentszee.

Vanaf 1968, toen de haringstand in de Noordzee nagenoeg leek uitgeroeid, zag men de kuikens van de papegaaiduikers jaar in jaar uit op hun nesten verhongeren. De ouders vlogen af en aan, maar konden niet genoeg haringlarven vinden. Grotere vissen kunnen de jongen niet doorslikken. Pas in 1983, een opvallend goed haringjaar dankzij veranderingen in de warme golfstroom, werden er voor het eerst weer kuikens grootgebracht.

Tussen 1979 en 1987 nam het aantal nesten op Rost met 60 procent af. De kolonie bestaat nu vooral uit hoogbejaarde vogels. Zoals veel zeevogels broeden papegaaiduikers pas als ze zo'n vijf jaar oud zijn en een behoorlijke levenservaring hebben opgedaan. De kuikens die in 1983 uitvlogen, zijn daar nog maar net aan toe.

Ook alken, drieteenmeeuwen en sternen behalen slechte broedresultaten. Een kolonie van de kleine mantelmeeuw verloor in twee jaar tijd 90 procent van zijn bewoners, doordat de lodde uit de Barentszee werd weggevist. En ook de uitgestrekte kolonies zeekoeten langs de noordkust zijn nagenoeg weggevaagd als gevolg van het leegvissen van de zee.

Thuisland van Brundtlandt' Zeevogels horen bij ons nationaal cultuurgoed, je kunt je het leven langs de kust niet voorstellen zonder vogels, ' zegt bioloog Arnold Haland (38) van het Zoologisch Museum van de Universiteit van Bergen. ' Toch is er, ironisch genoeg, in het thuisland van mevrouw Brundlandt, maar bitter weinig aandacht voor. Wij hebben hier alle deskundigheid in huis, maar het ontbreekt ons aan geld om goede veldgegevens te verzamelen.' Het nationale monitoringprogramma noemt Haland verre van toereikend, omdat verschillende vogelsoorten daarin ontbreken, terwijl grote delen van de westkust weinig of geen aandacht krijgen. ' Toch erkennen de autoriteiten zelf dat er grote veranderingen in de vogelstand optreden, door de overbevissing en ook door de zich snel uitbreidende offshore industrie,' alus Haland.

Vikingen

Voor de opkomst van de grote, met radar uitgeruste trailers volgden de vissers in hun boten vaak de alken op weg naar scholen haring of lodde. En al sinds de dagen van de Vikingen leefden kustbewoners van het verzamelen van dons uit de nesten van de eidereend, die daarom nooit bejaagd mocht worden en nu buitengewoon tam is. Ook andere broedkolonies op de talrijke 'vogeleilanden' voor de kust zijn beschermd gebied, niet alleen als toeristische trekpleister, maar ook omdat men uit ervaring weet dat de vogelmest een dankbare bemesting vormt op het schrale grasland waar schapen worden gehouden.

Door de opkomst van de grote industriele trailers als complete drijvende visfabrieken zijn de Noordzee en de Barentszee de afgelopen jaren stelselmatig leeggevist. Het noorden van Noorwegen, dat overwegend van de visvangst leeft, is hierdoor in een economische crisis gestort. Dorpen lopen leeg, de vloot blijft aan wal, de visfabriek ligt stil. Cannery Row op z'n Noors.

Uit balans

Volgens Johannes Hamre, direkteur van het Instituut voor Zee Onderzoek in Bergen, zijn de noordelijke zeeen hoogproduktief, maar ook tamelijk soortenarm. De vissoorten die er rondzwemmen komen zo massaal voor, dat het gebied erg aantrekkelijk is voor de visserij, maar tegelijkertijd maakt de geringe soortenrijkdom het ecosysteem tamelijk instabiel. ' Door overbevissing van de sleutelsoorten - haring en lodde - is het hele systeem in elkaar geklapt, ' zegt Hamre.

Beide soorten aten vooral plankton. De Noorse haring, (Clupea harengus) werd al in de jaren zestig zwaar overbevist, de lodde (Mallotus villosus) volgde in de jaren tachtig. Al in 1981 was duidelijk dat er iets grondig mis moest zijn met de lodde. Toch gingen de vangsten door totdat omstreeks 1986 de allerlaatste lodde boven water was gehaald.

De belangrijkste roofvis, de Arctische kabeljauw (Gadus morhus) stierf hierdoor bijna de hongerdood en de traditioneel belangrijke kabeljauwvisserij langs de noordkust stortte volledig in.

Zeekoet

Voor de zeekoeten waren de gevolgen rampzalig. Alleen al in april 1985, toen de kabeljauwvangst zich verplaatst had naar de noordkust bij Tromso op kabeljauw werd gevist, vonden 100.000 tot 200.000 zeekoeten de dood in de netten. In de winter van 1987 spoelden op alle stranden dode, uitgehongerde zeekoeten aan. Hun voornaamste voedsel, de lodde, was immers vrij abrupt door overbevissing verdwenen. Op het eiland Helmsoy, waar in de jaren zestig nog een magnifieke, onafzienbare kolonie zat, zijn nu hooguit 3000 broedparen van de zeekoet over. Naast de overbevissing spelen volgens Hamre ook veranderingen in de golfstromingen mee. De Barentszee wordt beheerst door het samenspel van een warme Atlantische golfstroom uit het zuidwesten en een koude Arctische golfstroom uit het noorden. Zolang de warme Atlantische golfstroom overheerst, zijn de overlevingskansen voor jonge haring en kabeljauw uitstekend. De overlevingskansen van de jonge lodde blijken omgekeerd evenredig te zijn met die van de haring. Kabeljauw blijkt zich in warme perioden voornamelijk met jonge haring te voeden, maar schakelt in koude tijden, als jonge haring schaars is, over op lodde. In de jaren zeventig werd de haring niet alleen sterk overbevist, maar bleef ook de invloed van de warme golfstroom, die voor jonge haring gunstig is, achter bij vroegere jaren. Voor de lodde waren het vette jaren. Men ving er meer dan twee miljoen ton per jaar van. Begin jaren tachtig echter ging de warme golfstroom overheersen. Vooral de kabeljauw profiteerde daarvan, met drie zeer talrijke jaarklassen. De haring, die in voorafgaande jaren zware klappen had opgelopen kon zich minder snel herstellen en de lodde werd intussen zwaar overbevist. Zo vraten de volwassen kabeljauwen uiteindelijk zelfs hun eigen jongen op om vervolgens terug te vallen tot de laagste stand aller tijden.

Invasies van uitgehongerde zeehonden drongen naar het zuiden op in 1986, na het uitroeien van de lodde, verdronken er zo'n 70.000 in vissersnetten in de fjorden en werden ze zelfs tot in Denemarken aangetroffen. Ook uitgehongerde dode zeevogels dreven bij tienduizenden langs de noordkust. ' In de Barentszee heeft zich een drama afgespeeld, ' zegt vogelbioloog Arnold Haland, ' maar ook in de Noordzee zien we steeds meer aanwijzingen dat het de verkeerde kant op gaat.' De kleine mantelmeeuw bijvoorbeeld bleek in de kolonies rond de stad Bergen tussen twee tellingen in 1983-84 en 1988-89 met 80 procent achteruit gegaan. Mogelijk speelt hierbij mee, dat de vogels naar het zuiden zijn getrokken, waar de haringstand zich licht herstelt. Maar ook werden in de kolonies zelf veel volwassen vogels dood aangetroffen.

Olie

Naar schatting komen in Noordwest-Europa jaarlijks 150.000 tot 450.000 vogels om door olievervuiling. De exploitatie van de grote gas- en olievelden treft niet alleen de broedvogels, maar ook eenden en duikers die in de Noordzee komen overwinteren.' Afgelopen voorjaar hadden we twee grote olievlekken, ' zegt Haland. ' Voor zeevogels geldt, dat de volwassen vogel in de populatie erg veel waard is. Zeevogels kunnen erg oud worden, ze hebben veel ervaring nodig voordat ze zelf, op relatief hoge leeftijd gaan broeden. Ze hoeven zich in hun leven maar enkele keren succesvol voort te planten. Hun levensstijl is aangepast aan mislukking van broedsels, maar als de volwassenen vogels doodgaan, - door olievlekken, jacht of overbevissing - is dat een zware klap.'

Ontsnapte nersten

Ook nertsen, die van bontfarms zijn ontsnapt en nu in het wild floreren, vormen een bedreiging voor de broedvogels. ' De eerste ontsnapte omstreeks 1956 en sindsdien hebben ze hun weg naar vrijwel alle vogeleilanden gevonden, ' zegt Haland. ' De zwarte zeekoet bijvoorbeeld werd hierdoor in de loop van de jaren 80 vrijwel uitgeroeid.' Overigens eten nertsen bij voorkeur vis. Maar in de zomer vergrijpen ze zich aan eieren en vogels. Jarenlange intensieve jachtcampagnes hebben weinig of niets uitgehaald omdat het landschap voor deze, van oorsprong Amerikaanse soort erg geschikt bleek. Van jacht is men nu afgestapt.

Herstel zal, voor zover mogelijk, ongetwijfeld een kwestie van lange adem zijn. Uit het visserijbestand zijn hele jaarklassen weggevaagd. Datzelfde geldt voor de vogels. ' Sommige vogels, zoals sterns en meeuwen, profiteren relatief snel van verbeterende omstandigheden, ' zegt Haland. ' Voor andere ligt het veel moeilijker. Alken en zeekoeten gaan vaak pas na vijf of zes jaar broeden, meestal maar een ei en een jong per jaar. Bij zulke soorten duurt herstel tientallen jaren. En zolang de visserij zo intensief is, zie ik het somber in.'

    • Marion de Boo