Briljantine

Een wetenschappelijke Viva of een luchtige Lover. Daar verlangt u 'savonds ongetwijfeld naar als u een hele dag uw hoofd gebroken heeft over wat er allemaal niet veranderen moet in deze wereld. U heeft dan ineens een enorme behoefte aan 'even iets leuks'. De damesbladen kunnen u dan even niet boeien, de (heren)kranten zijn u net wat teveel.

Gelukkig is er dan Briljantine, voor haar en hersens. Dat verwachten in elk geval de zeven 'jonge vrouwen' die de redactie vormen van deze nieuwkomer op de tijdschriftenmarkt. De zeven hebben elkaar ontmoet bij Vrouwenstudies aan de Utrechtse Universiteit. Ze ontdekten - zo schrijven ze in het redactioneel bij het nummer dat vorige week verscheen - dat ze allemaal vertelden met de intellectuele variant op de vraag 'wat vandaag weer eens aan te trekken'. Mannen mogen dan ook wel eens met dat probleem worstelen, voor hen is Briljantine toch niet in eerste instantie bestemd. Briljantine is er vooral voor en door vrouwen ' die zich afvragen wat het betekent om 'vrouw' te zijn'.

Het antwoord daarop moet volgens de redactie bij voorkeur in de vorm van gewaagde experimenten worden gegeven. Briljantine streeft immers naar toegankelijkheid, diversiteit en frisheid.

In een aangenaam rustige vormgeving wordt in het nul-nummer in een aantal uiteenlopende artikelen uit de doeken gedaan dat je het voor jezelf niet gemakkelijk maakt door als vrouw door het leven te gaan. Het is weliswaar niet allemaal kommer en kwel - je kunt mannen af en toe een fikse hak zetten waaraan toch enige genoegdoening is te beleven - maar erg plezierig is het allemaal niet.

Zoals bijvoorbeeld de pianolerares Erika Kohut, de hoofdpersoon in de roman De Pianiste van Elfriede Jelinek. Het is een vrouw die niet los kan komen van haar moeder en daarvoor via haar leerlingen wraak neemt en dan met name op haar minnaar (en super-man 'want' rationeel, sportief, streberig) Walter Klemmer. Maar ze delft bijna ontontkoombaar het onderspit tegen deze man omdat, aldus Alette van Doggenaar, de vrouwelijke sexualiteit zich kennelijk steeds zo moet ontwikkelen dat deze in dienst staat van de mannelijke. Het verhaal over onder meer het ongebruikelijke, bijna perverse sexueel gedrag van de pianolerares is volgens Van Doggenaar - anders dan Jelinek misschien bedoelde - geen geschiedenis van een perverse vrouw maar de ' geschiedenis van een vrouw in een perverse cultuur'. Voor haar verklaring heeft Van Doggenaar de hulp van Freud ingeroepen. Dat doen ook Tanny Dobbelaar en Marjan Slob in hun bijdrage Is mrs. Thatcher een redeneerfout?. Deze auteurs willen Freud gebruiken om te proberen langs de weg van de psycho-analyse een sluitende verklaring te vinden voor de vervelende positie van de vrouwen. Volgens hen voldoen verklaringen op basis van de anatomie (baarmoeder, moederschap, zorg voor de kinderen - het biologisme) of de opvoeding niet (meisjes krijgen al vanaf zeer jonge leeftijd een assepoestercomplex opgedrongen - het sociologisme).

Wetenschappelijk kun je daar niet voldoende mee uit de voeten. Dat zou met een ingehouden gebruik van de psycho-analyse wel kunnen, zo menen ze. Daar zijn 'duidelijke politieke en theoretische redenen voor'.

En: ' Elk puur theoretisch argument dat feministen te pas komt is politiek handig.' Het ingehoudene geldt niet alleen hun beduchtheid voor een nieuwe verklaringsgolf (het psychologisme) die waarschijnlijk evenmin het ultieme antwoord zal geven. Maar ook omdat er door psycho-analytici ' kwaadaardige dingen over vrouwen zijn gezegd'.

Het zou, zo menen Dobbelaar en Slob, ' ons belang alleen maar schaden die uitspraken kritiekloos over te nemen'. Raken de twee hiermee op het hellende vlak, dat gebeurt nog sterker als Dobbelaar nu samen met Helene Mijnhout de nieuwe hoogleraar vrouwenstudies Selma Sevenhuijsen interviewen. Daarbij komt de vraag aan de orde of mannen ook vrouwenstudies kunnen doen. Welnu, dat kan. Want je mag mannen immers het onderwijs niet weigeren. Maar dan wel in aparte groepen. ' Want het is voor vrouwen vaak moeilijk om openlijk te spreken over dingen die hen bezig houden als er mannen bij zijn. En vrouwenstudiegroepen werken gewoon beter als er alleen vrouwen zitten, want dan is het opener en je hoeft je niet te verdedigen', aldus deze hoogleraar aan de Utrechtse Universiteit.

Of Briljantine daardoor het tijdschrift is waar je 's avonds als je moe bent nu direct naar grijpt? Dat is zeer de vraag. Zeker zo lang daar onbegrijpelijke verhalen zoals over het mogelijke postmodernisme van Renate Dorrestein in staan of een helaas zeer oppervlakkig en daardoor nauwelijks informatief reisverslag van een bezoek aan een Tibetaans nonnenklooster.

Toch kijk ik uit naar het volgende nummer. Misschien ontdek ik dan weer een boek zoals A winter tan dat het lezen de moeite meer dan waard is. Of bespreekt Mijnhout opnieuw een boek - zoals nu over een zwarte, feministische vrouw in het Amerika van de jaren dertig, veertig en vijftig. En onthult ze op dezelfde wijze als in dit eerste nummer iets over haar zelf. Want aardig is dit zeker: ' Hoewel 'Zami' zich afspeelt in een tijd waarin ik nog niet eens voor mogelijk werd gehouden... '

Tijdschriften; Quirien van Koolwijk Briljantine voor haar en hersens. Uitgave van de Stichting Pentagram. Drift 13, 3512 BR Utrecht.