Breed opgezet 'Star-Child' is meer goochelen dan toveren; Klankkleur Crumb topzwaar

De nieuwe muziek is het domein van de klankkleur en de Amerikaanse avantgardist George Crumb is daarin een tovenaar. Maar de typering 'avantgardist' is relatief; Crumb houdt van Debussy en Dallapiccola, maar ook van Chopin en Moszkowski. De Europese premiere van Star-Child uit 1977 in het kader van de tweedaagse Lenteconcerten van de NOS deed meer aan goochelen dan aan toveren denken. Wat Crumb in zijn adembenemende serie Madrigals met behulp van slechts een enkel instrument zo moeiteloos lukte, mislukt wanneer het in handen wordt gelegd van een soliste, kinder- en mannenkoor, groot orkest, en ruimtelijk opgestelde musici - een geheel dat gecoordineerd wordt door maar liefst vier dirigenten. Afgezien van enkele frappante momenten is het een opgeblazen, machteloze partituur.

Ivo van Emmerik zoekt het in zijn 0/7 Pieces for three instruments (1990) in een verfijnd tastende muziek, spaarzaam en doorzichtig. Maandagavond beleefde het een feestelijk ontvangen en glansrijke premiere in de pas gerestaureerde manegezaal van schouwburg Odeon te Zwolle. Het begin, voor vioolsolo, heeft zelfs iets Crumb-achtigs met een geheimzinnig pizzicato van zeven, door rusten gescheiden tonen, gevolgd door zo mogelijk nog onaardser, glazige flageoletten. Maar dan verschijnt een lang aangehouden octaaf, als min of meer nieuw element in het oeuvre van Van Emmerik, een dhrone die ook later de viool zal laten horen en in de piano meer verstopt klinkt. Als dit laatste instrument in het discours wordt betrokken - elk van de zeven mannen heeft een andere combinatie, als in een cyclisch proces wat trouwens op meer elementen zoals vorm en speeltechniek van toepassing is - klinkt er een veel speelser muziek dan die inleiding suggereerde. Met name de combinatie van cello en piano in deel vijf is uiterst kleurig uitgewerkt en zowaar verdicht het pizzicato-motief uit het begin zich tot puur melodische, 'swingende' frasen! Kortom, een verassend speelse compositie, althans binnen het oeuvre van Van Emmerik. Want het beschouwelijke blijft bij hem toch altijd het belangrijkste uitgangspunt.

In de titel 0/7 Pieces staat de 0 voor de diverse cyclische aspecten, maar verwijst ook naar schouwburg Odeon. Het concert was zo samengesteld dat werken geprogrammeerd waren uit 1839 (Mendelssohn), het jaar waarin Odeon werd gebouwd, 1892 (Rachmaninov), het jaar waarin Odeon geheel werd opgeschilderd en 1914 (Pijper) waarin Odeon zijn 75ste verjaardag vierde. Het werk voor het 150-jarig jubileum beviel mij verreweg het best en het paste ook uitstekend bij de fraai verbouwde, gemoderniseerde manegezaal. Jammer dat de akoestiek wat ruig en wispelturig is. De cellist werd bijvoorbeeld overgeaccentueerd ten opzichte van de violist. Maar vast staat dat oude muziek - ik denk dat instrumenten als luit en clavichord, hier wonderbaarlijk goed kunnen floreren.

Het Leonardo Trio, in 1988 opgericht, liet er zich niet door uit het veld slaan en musiceerde fris van de lever, pittig en met overgave, heel rechtstreeks. Voor de componist is het een weelde dat zijn Trio straks in het Off Holland-festival zal worden uitgevoerd door Rene Eckhardt met leden van het Mondriaan Kwartet en op de Ferienkurse fur Neue Musik te Darmstadt door het Ives Trio (pianist John Snijders en de zijnen). Al die verschillende ensembles hebben er in ieder geval een hele klus aan, want zeker de fijnzinnige opening is vrijwel niet zonder smetten in klank om te zetten.

Concert: NOS Lenteconcerten. Werken van George Crumb e.a. Door Radio Symfonie Orkest o.l.v. Kenneth Montgomery. Gehoord: 18/5 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Leonardo Trio. Werken van Ivo van Emmerik en anderen. Gehoord: 21/5 Odeon, Zwolle.