Amerikanen hielpen Jakarta bij vervolging communisten

WASHINGTON, 22 mei - Een vroegere Amerikaanse diplomaat heeft gezegd dat hij in het midden van de jaren zestig de Indonesische autoriteiten de namen van talrijke hoge communisten heeft doorgegeven. De Indonesische regering gebruikte deze informatie vervolgens om de betreffende communisten op te pakken en te vermoorden.

De diplomaat, Robert Martens, die in die tijd op de Amerikaanse ambassade in Jakarta werkzaam was, onthulde tegenover het blad The Washington Post dat hij de namen van de communistische activisten gewoon uit hun eigen partijpublikaties had opgepikt. De Indonesische autoriteiten hadden deze echter niet systematisch bijgehouden en waren daarom zeer gebrand op de informatie van de Amerikanen.

Voor het bloedbad van 1965 was de Indonesische communistische partij (PKI) met 3,5 miljoen leden een van de grootste ter wereld. De schattingen van de aantallen vermoorde communisten lopen uiteen van 250.000 tot 500.000. Martens over zijn handelwijze: 'Ik meende dat het juist was om dat te doen. Ik heb er geen spijt van'.

De ex-diplomaat bevestigde dat hij zich er wel degelijk van bewust was geweest dat de personen van wie hij de namen doorgaf vervolgens door Indonesische militairen werden gearresteerd en ter dood gebracht. Vlak voor het bloedbad onder de communisten werd aangericht waren enkele anti-communistische generaals vermoord. Generaal Soeharto greep daarop in om een vermeende machtsovername van de communisten te voorkomen.

Ook functionarissen van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA hebben gezegd de Indonesische autoriteiten namen te hebben verstrekt. De CIA ontkende gisteren overigens dat ze hierbij een rol had gespeeld.