Zuid-Afrika: schuld en boete; De Klerk: reis komt tevroeg

De Zuidafrikaanse president Frederik de Klerk reist dezer dagen door Europa, maar in Nederland wordt de rode loper niet uitgerold. De Klerk was na zijn toespraak van 2 februari, toen hij het ANC legaliseerde, welkom in Nederland, maar vorige maand noemde de regering in Den Haag een bezoek weer 'voorbarig'. Nu negen Westeuropese landen De Klerk verwelkomen, wil de regering niet achterblijven: De Klerk mag toch naar Nederland komen, zij het op zijn volgende reis door Europa.

De Nederlandse regering weifelt, wikt en weegt, want vrijwel geen land roept zoveel emoties op als Zuid-Afrika. Wie in Nederland 'Zuid-Afrika' aansnijdt, raakt een gevoelige snaar, de ethische netels van de Lage Landen. Zuid-Afrika is er een strijdpunt in de nationale politiek: het is 'verbinnenlandiseerd'. Politici kunnen er hun vingers lelijk aan branden, carrieres kunnen op dit thema worden gemaakt of gebroken.

De achtergrond van deze gevoeligheid is het racisme waarmee Nederland in de Tweede Wereldoorlog werd geconfronteerd. Ruim 100.000 Nederlandse joden werden tijdens de bezettingsjaren gedeporteerd en vermoord, de Duitse rassenwetten - zoals de verplichting tot het dragen van de davidster - hebben diepe lidtekens achtergelaten in de ziel van veel Nederlanders.

Racisme is ook na deze oorlog in veel landen blijven bestaan. Maar Zuid-Afrika heeft racisme vastgelegd in de grondwet, verankerd in het politieke systeem. Het koloniseerde zich als het ware via rassenwetten op het moment dat Azie en Afrika werden gedekoloniseerd. Dat maakte Zuid-Afrika apart, gaf het land uiteindelijk de status van 'paria': apartheid werd zichtbaar met pasjeswetten, en de beruchte bordjes 'slegs vir blankes' die in Nederland - gevoelsmatig - met de Duitse bezetting werden geassocieerd: de bordjes 'Nicht fur Juden'.

Boeren

Zuid-Afrika werd veel later een omstreden thema in de Nederlandse binnenlandse politiek dan velen zich realiseren: het was eerst zelfs populair wegens de strijd van de Boeren tegen de Britten. Op de scholen werd met ontzag over Paul Kruger gesproken, Sarie Marais werd gezongen. In de jaren vijftig waren de relaties tussen beide landen nog hartelijk. Premier Drees bracht in 1953 een officieel bezoek aan Zuid-Afrika, vier jaar na de invoering van de eerste apartheidswetten: Nederlanders zagen Afrikaners als een broedervolk. Pas in 1960, na het bloedig neerslaan van een protestbetoging in het zwarte woonoord Sharpeville, kwamen de eerste emoties los. Zuid-Afrika werd een thema na de jaren zestig toen de protestbeweging in de VS en West-Europa was opgekomen, de flower power en de hippies: onze 'culturele revolutie'.

Het protest richtte zich eerst nog op de oorlog in Vietnam en het Portugese kolonialisme in Afrika: in 1975, toen de Amerikanen voorgoed uit Vietnam waren verdwenen en de Portugezen uit Afrika, werd Zuid-Afrika het 'thema'. Dit proces werd versneld door de opstand in Soweto die Zuid-Afrika in 1976 via de televisie in onze huiskamers bracht. Biafra was onze eerste tv-hongersnood, Vietnam onze eerste tv-oorlog, Soweto onze eerste tv-rassenopstand. Zuid-Afrika werd na Soweto een symbool, een testcase voor goed en kwaad: een 'thema' voor de politieke partijen om zich te profileren en voor de protestbeweging om actie te voeren. 'Zuid-Afrika' werd toen een deel van de binnenlandse politiek, een begrip in de tijdgeest van protest: de liefde sloeg om in afkeer.

Die ommekeer werd versterkt door een speciale ontwikkeling die het onderwerp Zuid-Afrika een extra dimensie gaf. Veel Nederlanders hadden direct na 1945 hun oorlogservaringen verdrongen, er werd eerst weinig over gesproken. In de jaren vijftig werd er vergeten en hield men zich bezig met de wederopbouw. Een nieuwe tijd begon, het decennium daarna bracht de vooruitzichten van de 'consumptiemaatschappij', welvaart, de auto en het eigen huis.

Maar in de jaren zeventig - toen de oorlogsgeneratie ouder was - kwamen de oude herinneringen boven: 5 mei, de dag van bevrijding, werd weer een feestdag. Over de oorlog werd weer gesproken, over wie goed was geweest en wie fout. In Nederland kwamen de verzetsverhalen los, over de collaboratie werd minder gretig verteld. Op oorlogsmisdadigers zoals Pieter Menten - die dachten dat ze waren geten - werd intensief jacht gemaakt. Nederland haalde in de jaren zeventig 'de oorlog' weer naar voren in het bewustzijn. En de naoorlogse protestgeneratie bracht het 'indelingsjargon' goed (het verzet) en fout (collaborateurs) over op Zuid-Afrika, op het racisme van nu.

Subsidies

Wie was goed en wie was fout als het om Zuid-Afrika ging? Wie verzette zich tegen racisme en fascisme, wie heulde met apartheid? Wie was de verzetsheld, wie de collaborateur? De problemen van Zuid-Afrika werden verinnerlijkt. Nederlanders zagen in Afrikaners het slechte evenbeeld van zichzelf, de collaborateurs aan de andere kant van de wereld.

De partijen namen Zuid-Afrika op in de verkiezingsprogrammas, de regerende coalities hadden het in hun regeerakkoord. Zuid-Afrika werd het onderwerp voor morele verontwaardiging, actiegroepen konden zich verheugen op subsidies: het geldkraantje begon te lopen.

De Nederlandse strijd tegen de apartheid werd onze verzetsstrijd. Zuid-Afrika werd apart, een uitzondering, want er was aan de andere kant nogal wat sympathie voor linkse dictaturen. Als het ging om de Muur in Berlijn of om de onderdrukking in Roemenie, kwamen veel progressieve politici met 'nuances' en begrip, maar over Zuid-Afrika 'moest je duidelijk zijn'.

Het vijandbeeld over het Oostblok werd afgebroken, maar dat over Zuid-Afrika werd opgebouwd: het was een onderwerp waar je werkelijk progressief in kon zijn. Dat gold ook voor het CDA dat later werd geplaagd met impopulaire zaken als de plaatsing van kernraketten en bezuinigingen op sociale voorzieningen: alleen op 'Zuid-Afrika' kon het zich nog naar links profileren. Die duidelijkheid betekende dat de Nederlanders 'er niets mee te maken wilden hebben'.

De banden moesten worden verbroken, het verleden ontkend. Nederland was voor de Derde Wereld, voor ontspanning met het Oostblok: Nederland zag zich als gidsland. Maar Nederland was ook stamland van Zuid-Afrika, van de Afrikaners en van dominee Hendrik Verwoerd uit Amsterdam, de grondlegger van de apartheid. Dat kwam slecht uit. Als Nederland wilde doorgaan voor gidsland in de Wereld, dan moest het snel af van het predikaat 'stamland van Zuid-Afrika'. De emotionele verhouding met Zuid-Afrika kreeg bijna een religieuze dimensie. Nederland voelde zich schuldig voor wat gebeurde in Zuid-Afrika: Afrikaners waren immers het slechte evenbeeld. Schuld is het credo van de calvinist. In het katholieke Vlaanderen dat op dezelfde Nederlandstalige cultuurtak zit, is Zuid-Afrika nooit een emotioneel onderwerp geweest: de Vlamingen voelden nooit schuld.

Processies

In Nederland leidde het schuldbesef in de jaren tachtig tot een beeldenstorm op symbolen van het stamland, vooral ten tijde van de grote opstanden in de zwarte woonoorden. De Afrikaanstalige bibliotheek in Amsterdam werd in de gracht gegooid, straatnamen zoals Krugerplein, Louis Bothalaan of Transvaalweg werden veranderd, demonstraties tegen de Shell werden ware processies: optochten tegen het 'kwade'. Deze beeldenstorm ging soms nog verder: warenhuizen van de Makro werden in brand gestoken, de slangen van pompen bij Shell-stations doorgesneden. Zuid-Afrika werd een 'taboe', een synoniem voor kwade geesten. Over Zuid-Afrika kon slechts in het negatieve worden gesproken, nuance riekte naar verraad. Het 'thema' Zuid-Afrika had in de jaren tachtig niets meer te maken met Zuid-Afrika zelf, maar alles met de Nederlandse binnenlands-politieke verhoudingen. De 'hervormingstoespraak' van De Klerk in Kaapstad, de legalisering van het ANC en de vrijlating van Mandela hebben Nederlandse politici en actievoerders in verwarring gebracht. Het 'slechte evenbeeld' heeft plotseling een menselijk gezicht gekregen, het vijandbeeld verbleekt.

Aan die verwarring is nog geen einde gekomen: kunnen wij normaal over Zuid-Afrika praten, is het taboe gebroken? De actiegroepen zijn onderling verdeeld over de vraag of de sancties moeten blijven. Het kamp is verdeeld in rekkelijken en preciezen, een Nederlandse variant van verligtes en verkramptes.

Politiek Nederland is bezig met een psychologisch proces van aanpassing: de eerste nuances duiken weer op, het onderscheid goed en fout wordt waziger. Nederland - dat altijd 'duidelijk' was over Zuid-Afrika heeft nog geen duidelijk standpunt kunnen innemen, al is de regering bezig nieuwe opties en scenario's te onderzoeken. De reis van De Klerk kwam voor Den Haag te vroeg, Nederland was er geestelijk nog niet op voorbereid. Maar de verlegenheid is groot, nu hij in negen andere landen welkom is: het gidsland is links ingehaald.