Werk Gober zoveelste artikel op dolgedraaide kunstmarkt; Pisbakken zonder betekenis

Marcel Duchamp (1887-1968), een sleutelfiguur in de geschiedenis van de twintigste eeuwse beeldende kunst, monteerde in 1913 een fietswiel op een krukje en signeerde het als kunstwerk. In 1915 volgden een flessenrek en een urinoir. Decennia lang is Duchamp, de uitvinder van de ready made, het uitgangspunt geweest bij alle pogingen om de status van het kunstwerk, en de relatie tussen kunst en werkelijkheid, te definieren. Hij is de Urheber van Dada, Pop Art en Nouveau Realisme; maar ook een verschijnsel als Minimal Art, dat in het teken stond van het onderzoek naar de eigenschappen die een kunstwerk onderscheiden van een 'gewoon' voorwerp, is ondenkbaar zonder Duchamp. Zo langzamerhand zijn deze zaken uitputtend onderzocht. Zonder iets af te willen doen aan de grootheid van Duchamp kan men toch stellen dat het nu niet meer relevant is om een alledaags voorwerp tot kunst te verklaren. Een in het museum geplaatste stoel of hondemand of wat dan ook brengt geen schokkend effect meer teweeg. En het getuigt al helemaal van weinig verbeeldingskracht of intelligentie wanneer een kunstenaar nu opnieuw een urinoir als kunstwerk presenteert. De 33-jarige Amerikaan Robert Gober deed dit anderhalf jaar geleden in het Stedelijk Museum in Amsterdam en nu opnieuw op zijn tentoonstelling in museum Boymans.

Weliswaar heeft Gober, in tegenstelling tot Duchamp, zijn pisbakken met de hand vervaardigd, en heeft hij de afvoerpijp weggelaten om extra duidelijk te maken dat het hier geen ready made betreft, maar dat verandert niets aan het feit dat deze pisbakken in alle opzichten afgeleid zijn van Duchamps pissoir. Gober becommentarieert Duchamps commentaar op de kunst, of ironiseert Duchamps ironie, en aldus ontstaan, als we de tentoonstellingsmakers moeten geloven, de dubbele bodems die zijn werk zo spannend zouden maken.

Niet alleen aan Duchamp, ook aan Minimal Art moeten de objecten van Gober hun betekenis ontlenen. Zijn witte wasbakken, die door vormveranderingen tot sculpturen zouden zijn getransformeerd, refereren onder meer aan de werken van Donald Judd van zo'n twintig jaar geleden. De wasbakken zijn ook duidelijk met de hand gemaakt, geboetseerd van poreus gips, zodat ze nadrukkelijk afwijken van de originele minimal art-objecten die immers vervaardigd werden van gladde, industriele materialen.

Met andere woorden, de kunstwerken van Gober verwijzen naar andere kunstwerken, iets wat hij gemeen heeft met vele andere van kunstenaars van zijn generatie. Bevat zijn werk, naast deze kunsthistorische referenties, nog iets van een eigen belevingswereld, van een ziel, of een inhoud? Nee, dat is niet het geval. Volgens de informatie zijn Gobers objecten 'gebaseerd op herinneringen uit zijn kinderjaren', maar van een persoonlijke sfeer is niets te bespeuren. Ondanks de moeite die Gober zich heeft getroost bij de ambachtelijke uitvoering van zijn objecten en ondanks de zorgvuldigheid waarmee ze in de ruimte zijn geplaatst, slaagt Gober er niet in iets van een betekenis of emotie over te brengen.

Een vergelijking met Ben Akkerman, wiens tekeningen nog tot en met 27 mei in museum Boymans zijn te zien, is wat dit betreft illustratief. Akkerman weet met zeer weinig middelen een eigen wereld, vol lyriek en rijk aan associaties op te roepen. Maar het werk van Gober brengt niets teweeg. Het prikkelt niet, het roept geen vragen op, het ontroert niet. Het laat zelfs geen gevoel van leegte achter. Het is domweg het zoveelste artikel op een dolgedraaide kunstmarkt.