WEMBLEY PAST NIET BIJ WEST-BERLIJN

Toch is Wembley iets heel anders dan het Olympia stadion in West-Berlijn. De Westduitse voetbalbond (DFB) mag dan heel tevreden zijn over zijn besluit van zes jaar geleden om de nationale bekerfinale voortaan naar Brits voorbeeld jaarlijks te spelen in een en hetzelfde stadion, namelijk het Olympia stadion, maar daarmee heeft hij Wembley nog niet naar West-Berlijn gehaald.

De opvatting dat het zeer uitgebreide Reichssportfeld, waar Adolf Hitlers Derde rijk via de Olympische Spelen van 1936 zijn verhouding tot de massa sportief mocht demonstreren, best nog een beeje op Wembley zou kunnen lijken berust ook op een ernstig misverstand. Wat er na die demonstratieve Triomf des Willens, zoals die berucht-bekende film over de Spelen van '36 het complex noemde, is gebeurd maakt Wembley ook anno 1990 nog onhaalbaar.

Zaterdag was er in dat stadion weer zo'n Duitse bekerfinale. In het programmablad legde DFB-voorzitter Hermann Neuberger onbedoeld precies uit waarom hij zich vergist: ' Wij bij de DFB, en niet in de laatste plaats ik zelf als jarenlang strijder voor dit idee, geloofden dat wij met een vaste finaleplaats konden bereiken wat de Engelsen al sinds tientallen jaren met hun Wembley kennen. Daar is de beker thuis, daar mengen traditie en actualiteit zich tot een steeds weer fascinerende belevenis. Intussen staat vast dat Berlijn ons Duitse Wembley geworden is en daarmee ook tot hoofdstad van de DFB-beker.'

Vermenging

Een vermenging van traditie en actualiteit, zij het een eigensoortige, valt al vlak voor het stadion op. Daar, onder de Siegessaulen die er bij de naoorlogse restauratie weer zijn neergezet, ontmoeten de Reichssportfeldstrasse en de Jesse-Owens-Allee elkaar op de Coubertinplatz. Een van die namen hoort tot de gecorrigeerde traditie, want de donkere Amerikaanse sprinter Jesse Owens verwekte met zijn snelheid in 1936 immers meer Duits ongenoegen dan waardering.

In het gigantische stadion zelf, dat eigenlijk maar een onderdeel van het monumentale, ja bewust megalomane, Reichssportfeld was, blijken wel meer voorbeelden van een typische vermenging van vroeger en later. Aan de stadion-kant bijvoorbeeld van het Maifeld, dat destijds voor massale aanhankelijkheidsbetogingen voor de NSDAP was gedacht en waar juist deze zaterdagochtend Britse troepen wegens hun jarige koningin paradeerden voor de hertoging van Kent, staan twee kolossale betonnen platen rechtop. Zij scheiden twee tribunedelen en vormen zo een omstreeks dertig meter brede uitsparing met uitzicht op het honderd meter lagere speelveld. Deze platen zijn bij de restauratie weer neergezet. De namen van de winnaars uit 1936 zijn er in gegraveerd. Die van Jesse Owens dus en onder meer ook die van de zwemster Ria Mastenbroek (twee keer) en de wielrenner Arie van Vliet.

Verderop in de ring achter de tribunes, in de buurt van het nog steeds modern ogende zwembad, zijn weer betonnen zuiltjes geplaatst. Het eerste noemt de (West)Duitse winnaars van 1952 (Helsinki), en dat gaat per zuiltje zo door tot 1988. De Spelen van '40 en '44 zijn niet gehouden, elke voorbijganger hier beseft waarom niet, en voor de Spelen van '48 is geen zuiltje geplaatst omdat er toen nog geen Duitsers mochten meedoen. Aan 1980 is ook geen herinnering te zien, in het jaar na de Russische inval in Afghanistan volgde de Bondsrepubliek als een van de weinige landen, en uiteindelijk knarsetandend, de oproep van de Amerikaanse president Carter om de Spelen in Moskou te boycotten. Samen suggereren die zuiltjes en die betonnen platen met hun herinnering aan vroeger een zekere historische continuiteit. De Spelen van toen, de Spelen van later - zij bieden verschillen in jaartallen en winnaars, maar horen klaarblijkelijk overigens in een rij.

Bouwheer

In de jaren dertig wilde de architect Werner March het door zijn vader Otto gebouwde oude Berlijnse stadion uitbreiden en moderniseren tot een Olympisch stadion. Hij had met veel staal en glasconstructies willen werken en daardoor een groot bouwsel toch een soort open indruk willen geven. Maar zo'n Glaskasten werd afgekeurd. Waar mogelijk kreeg het Reichssportfeld op last van de hoogste opdrachtgevers, A. Hitler en zijn bouwheer A. Speer, zwaar natuursteen als geprefereerd bouwmateriaal, wat voor de gewenste massieve indruk zorgde. Zware zuilen en terrassen en grote stenen standbeelden werkten en werken daaraan verder mee. Het complex van 132 hectare had het stadion (97.000 plaatsen) als kern. Verder omvatte het onder andere een zwemstation met 17.000 plaatsen, een hockeystadion (16.500), een tennisstadion (3300), het eerder genoemde Maifeld (70.000) als opmarsterrein voor 200.000 personen, een apart Dietrich-Eckart-toneel (20.000), voor vuurwerk en bijeenkomsten 's avonds, tenslotte stadionterrassen waarop plaats was voor vijfduizend gasten.

De keuze voor een Berlijns Wembley brengt bijna per definitie mee dat de Westduitse bekerfinale wordt gespeeld tussen clubs die met hun aanhangers van ver moeten komen. De hotels in de stad zijn dus nog voller dan anders en de verkeerschaos nog groter. Lang voor de wedstrijd begint zijn al aardig wat toeschouwers geveld door het samenspel van vermoeidheid, zon en bier. Tientallen liggen, gekleed of zelfs met de gezichten beschilderd in de kleuren van Werder Bremen (groenwit) en de FC Kaiserslautern (rood), op het gras achter de tribunes te slapen. Maar op 76.000 toeschouwers kunnen er in het stadion wel een paar worden gemist. De wedstrijd zelf is, zoals veel finales, matig. Maar wel spannend. Kaiserslautern in de competitie maar net aan degradatie ontkomen, neemt al voor de rust een voorsprong van 3-0, die Werder na de rust net niet meer ongedaan kan maken (3-2). Tot 'Rassiger Fussball im herrlichen Oval des Olympia Stadions' waarop FDB-voorzitter Neuberger had gehoopt in zijn voorwoord komt het in elk geval niet echt. Wel tot grote vreugde bij de supporters van de winnende provincieclub, die de volgende middag nog, de auto's inderhaast in de clubkleuren geschilderd, zonder veel eerbied voor verkeersregels over de drukke Kurfurstendamm rijden. Politieagenten halen de schouders op - het is een prettig gezicht.