Racisme mag niet worden beloond

Twee dagen na de antisemitische lijk- en grafschennis in het Franse Carpentras verklaarde de Brusselse rabbijn Albert Guigui namens de Conferentie van Europese rabbijnen dat de Europese Gemeenschap 'duidelijke beslissingen moet nemen opdat gebeurtenissen als die in Carpentras overal in de EG strafbaar worden gesteld'.

Hij reageerde daarmee op de suggestie van de Nederlandse minister Van den Broek (buitenlandse zaken) om op de komende Europese top, eind juni in Dublin, een

nstige waarschuwing' tegen het herlevende antisemitisme te doen uitgaan. De verbodsbepalingen waar rabbijn Guigui om vraagt zijn in de EG-landen echter allang voorhanden. Te wijzen valt op artikel 14 van het Verdrag van Rome. De meeste nationale strafwetten kennen delictsomschrijvingen met betrekking tot antisemitisme en andere vormen van rassendiscriminatie. Veelal zijn deze strafbepalingen het gevolg van uitvoeringswetgeving op basis van het Verdrag tot uitbanning van rassendiscriminatie (New York 1966). Overigens is het wel op zijn plaats eraan te herinneren dat dit verdrag tevens een verplichting inhoudt tot een actief opsporings- en vervolgingsbeleid.

Is het, gegeven de bestaande nationale wetgeving in de EG-landen en de volkenrechtelijke verplichtingen, dan een loze gedachte de verschijnselen antisemitisme en racisme in Europees verband aan de orde te stellen? Wel als het uitsluitend zou blijven bij uitingen van geschoktheid over de recente antisemitische terreurdaden in Frankrijk. Een eensgezinde veroordeling hiervan is snel te krijgen. Geen loos gebaar zou de agendering van deze zaak ter bespreking op de Europese top zijn, als er uit voortvloeit dat de bestrijding van antisemitisme en racisme binnen de EG een bijzonder hoge politieke prioriteit verkrijgt.

Schrijnend

Eensgezinde afschuw van racistische excessen is niet hetzelfde als een politieke concensus over de aanpak van het achterliggende probleem. Dat is nu juist in Frankrijk zo bijzonder schrijnend aan de dag getreden. Na 'Carpentras' namen alle politieke partijen (met uitzondering van het Front National van Le Pen) deel aan een massa-betoging, maar achter de gezamenlijke verontwaardiging bleek een groeiende verdeeldheid schuil te gaan over de bestrijding van het racisme. Gaullistenleider Jacques Chirac verwoordde het treffend toen hij over de grafschennis in Carpentras zei: 'Voor deze crisis zijn wij allemaal verantwoordelijk'.

Nog geen 24 uur na de grote demonstratie tegen de grafschennis weigerde hij deel te nemen aan de door premier Rocard uitgeschreven ronde tafelconferentie over racisme. In plaats van door overeenstemming, waarvan de gezamenlijke betoging de schijn wekte, wordt de Franse politieke situatie op dit punt gekenmerkt door hevige concurrentie om de gunst van het in de ban van Le Pen geraakte deel van het electoraat. Met leuzen tegen Noordafrikaanse en Arabische immigranten heeft het Front National de afgelopen jaren circa 15 procent van de stemmen weten te trekken. In reactie hierop hebben zowel de rechtse als de linkse partijen concessies gedaan aan Le Pen die zich officieel ten doel stelt Frankrijks 3,4 miljoen moslims het land uit te jagen.

Typerend voor de bedriegelijkheid van de gepretendeerde saamhorigheid bij het uiten van morele verontwaardiging, zijn de recente verwikkelingen over de anti-racisme-wetgeving in Frankrijk. Het land kent sinds 1972, als uitvloeisel van het eerdergenoemde internationale Verdrag, een anti-racisme-wet die indertijd met algemene stemmen werd aangenomen, maar deze wet is zelden gebruikt om het Front National te bestrijden. Tot een strafvervolging tegen propagandisten van het Front wegens openlijke uitingen van racisme en wegens gevallen van bedreiging en geweld is het slechts bij hoge uitzondering gekomen.

Terwijl de voorhanden zijnde politieke en juridische middelen goeddeels ongebruikt bleven, begaven de partijen in de Nationale Assemblee zich in een steekspel over een nieuwe anti-racisme-wet. Begin mei nam de Assemblee met een krappe meerderheid een voorstel van de communisten tot aanscherping en uitbreiding van de bestaande strafbepalingen aan. Dat dit voorstel het haalde, was niet te danken aan toenemende afkeer van Le Pens bevordering van de rassenhaat, maar aan andere omstandigheden. De socialisten namen het voorstel over in ruil voor communistische steun tegen een motie van wantrouwen van rechts. Hiermee is de unanimiteit achter de wet van 1972 verdwenen en is de juridische bestrijding van racisme op een zeer smalle politieke basis komen te rusten: het was in de Assemblee een kwestie van links tegen rechts geworden. Daardoor kon ook de racisme-conferentie van Rocard niet doorgaan.

Om de gaullisten en liberalen alsnog om de tafel te krijgen, maakte de socialistische premier vorige week bekend dat zijn partij het voorstel intrekt om immigranten op lokaal niveau stemrecht te verlenen. Op die basis wil rechts wel weer meedoen aan een racisme-conferentie, waarvan de agenda echter steeds inhoudslozer wordt.

Verwerpelijk

De vraag is hoe te voorkomen valt dat op Europees niveau een soortgelijk mechanisme in werking treedt: schijnbare eengezindheid in prachtige verklaringen over morele verwerping van rassendiscriminatie, maar feitelijke dadenloosheid wegens meningsverschillen over 'het immigratie-vraagstuk'. Wanneer de Conferentie van rabbijnen na Carpentras aandringt op 'Europese beslissingen', wordt daarmee natuurlijk iets heel anders bedoeld dan een verscherping van het toelatingsbeleid van vreemdelingen in de EG-landen. Het gaat allereerst om het effectueren van de rechten van degenen die zich in de EG-landen bevinden en die aanspraak hebben op de bescherming van het Verdrag van Rome en van de nationale anti-discriminatiewetgeving.

Dat er tussen immigratie en racisme een verband bestaat, is evident. De redenering dat een toenemend racisme een deugdelijk argument vormt ter beteugeling van het aantal immigranten, is echter verwerpelijk. Dit impliceert immers een succes voor de agitatie van het type Le Pen: hoe meer racisme, hoe meer de toegangspoort moet worden afgegrendeld. Deze benadering zet als het ware een premie op racisme en laat de discussie over het immigratievraagstuk beinvloeden door de allerprimitiefste sentimenten. Dat is precies wat er in Frankrijk gaande is.