Opspuiten van zeekust bij Den Haag is een eenvoudig maarkostbaar karwei

DEN HAAG, 21 mei - Officieel bestaat er (nog) geen plan voor het afsluiten van ruim 40 km2 zeegebied voor de kust van Hoek van Holland tot Scheveningen. De Vierde nota ruimtelijke ordening (1988) zegt er niets over en de regeringsbeslissing (1989) over de Structuurschets voor de landelijke en stedelijke gebieden al bijna even weinig. Daar heet het slechts dat nader zal worden bepaald of een kustlokatie nabij Den Haag 'indien nodig, een mogelijke ontwikkelingsrichting voor wonen, werken en recreatie kan zijn'.

Ondertussen zijn de ideeen voor nieuw land in zee, oorspronkelijk afkomstig van de waterbouwkundige ingenieur Svarcek en uitgewerkt door het Zuidhollandse statenlid R. E. Waterman (VVD), al meer dan tien jaar oud. Twee stuurgroepen hebben er in 1983 en 1987 over gerapporteerd. 'Maar nog steeds blijft de provincie zich wentelen in haar vermeende, maar inmiddels beslist verouderde gelijk' zegt de Tilburgs/Rotterdamse bedrijfseconoom prof. dr. C. P. Veerman die in opdracht van de Nederlandse Waterschapsbank en andere instellingen samen met zijn collega F. A. J. van den Bosch meer dan eens berekeningen heeft gemaakt over de macro-economische consequenties van Zuidhollandse kustuitbreiding.

Werkgelegenheid

Veerman en Van den Bosch wijzen erop dat de overheid de laatste twintig jaar steeds minder grote infrastructurele werken voor haar rekening zou hebben genomen en dat dat ten koste van de werkgelegenheid is gegaan. Juist met het oog daarop houden zij het kustlokatieproject (15.000 manuren per jaar) voor bijzonder verantwoord. Het provinciaal gewentel waarover Veerman spreekt, slaat op op de reactie van de Zuidhollandse commissaris van de koningin, mr. S. Patijn toen het Algemeen verbond bouwnijverheid (AVBB) vorig week aan het provinciebestuur voorstelde om de kustlokatie snel, zo mogelijk binnen tien jaar te realiseren. 'Technisch gezien is dat geen bijzonder moeilijke opgaaf', meent ing. T. ten Bruggencate, algemeen secretaris van de Nederlandse vereniging kust- en oeverwerken (K en O), de belangenorganisatie van aannemers in de natte waterbouw. 'Je hoeft er - op een afstand van 15 tot 2O kilometer uit de kust - alleen daar 360 miljoen kubieke meter zand voor uit zee te baggeren en dat naar de wal te brengen om er de kustlijn van 1,5 tot 4 kilometer westwaarts mee te verleggen'. Omdat dit karwei betrekkelijk simpel is, maar wel zeer kostbaar: 1,8 miljard gulden, pleit AVBB-voorzitter F. A..M. de Vilder voor snelle aanvaarding van de visie waar de aannemers zo warm voor lopen. Volgens hem zou men nu eens moeten afzien van allerlei langdurige kosten/batenberekeningen en de bouw gewoonweg aan de slag moeten laten gaan. 'We moeten vermijden dat er weer zo'n eindeloze discussie als over de Markerwaard ontstaat', zegt Ten Bruggencate die geirriteerd raakt door al het gereken. Als ze daar eens mee ophielden ontstaat er naar zijn mening in Nederland weer ruimte voor fantasievolle, creatieve plannen en komt er een eind aan de situatie dat hier eigenlijk niets meer mogelijk is.

Havenhoofden

Daarbij komt volgens het AVBB en K en O nog dat nieuw land-in-zee de woningbouwproblemen in de Randstad zou kunnen oplossen voor circa 40.000 mensen alsook nieuwe ruimte voor recreatie en bedrijfsterreinen kan bieden. Volgens hun berekening komen de kosten van een kustlokatie op 60-1OO gulden per m2 en is men daarmee veel goedkoper uit dan op het vaste land. De totale kosten worden geraamd op 2,2 miljard gulden: 1,8 miljard gulden voor het opspuitwerk en circa 400 miljoen gulden voor havenuitbreiding in Scheveningen en de aanleg/verlenging van pieren en havenhoofden.

Volgens de aannemers zou minister Alders in zijn in september uit te brengen Vierde nota ruimtelijke ordening-Extra voor de kustlokatie moeten kiezen, vooral omdat daarin zou worden aangegeven waar de grote bouwlokaties in de Randstad komen te liggen. Het provinciaal bestuur van Zuid-Holland vindt vooralsnog dat het AVBB niet duidelijk genoeg heeft kunnen aantonen dat bouwen in zee goedkoper zou zijn dat op het vasteland, bijvoorbeeld in het de tussen Den Haag en Rotterdam geplande Parkstad-tussen-hof-en-haven. Ook menen commissaris Patijn en gedeputeerde Stolker-Nanninga (ruimtelijke ordening) dat de voorgestelde lokatie waarover het rijk en de provincie volgens het AVBB zo bijzonder snel zouden moeten beslissen, in feite maar voor een heel klein deel bijdraagt aan oplossing van de vraag hoe Zuid-Holland zijn aandeel kan leveren aan de bouw van circa 600.000 woningen in de Randstad. Om die reden zien zij het plan dan ook slechts als iets voor de zeer verre toekomst en mag het geen strobreed in de weg leggen van andere Haagse bouwplannen.