'Medicijnprijzen tot 1995 met 15 procent omlaag'

DEN HAAG, 21 mei - De prijzen voor geneesmiddelen zullen tot en met 1995 met ten minste vijftien procent zijn verlaagd. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) spreekt die verwachting uit in antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer over het geneesmiddelenbeleid.

De prijsdaling kan volgens hem worden bereikt door op 1 januari 1991 een nieuw systeem voor de vergoeding van geneesmiddelen in te voeren.

Het kabinet wil de totale kosten voor geneesmiddelen jaarlijks met niet meer dan vier procent laten stijgen. Als de overheid nu niet ingrijpt, zullen de kosten voor geneesmiddelen in de nabije toekomst jaarlijks met zeker negen procent en mogelijk zelfs met twaalf procent per jaar stijgen, aldus Simons. Als het nieuwe systeem werkt, heeft de overheid volgens berekeningen van WVC in 1994 op de uitgaven voor medicijnen tussen de 700 miljoen en 1,1 miljard gulden bespaard.

Het zogenoemde geneesmiddelen vergoedingensysteem vervangt het bezuinigingsakkoord dat anderhalf jaar geleden op initiatief van nagenoeg alle partijen op de geneesmiddelenmarkt (zoals ziekenfondsen, verzekeraars, apothekers, groothandel en industrie) werd gesloten. Doel van dit 'omnipartijenakkkoord' was de stijging van de kosten van medicijnen van 1988 tot en met dit jaar te beperken tot gemiddeld 2,6 procent per jaar. De stijging van kosten over 1990 bedroeg in maart al ruim 7 procent. Het verschil met de doelstelling kwam mede daardoor uit op 294 miljoen gulden voor de gehele periode. Nog diezelfde maand ging het kabinet akkoord met het plan van de staatssecretarissen Simons en Bukman (economische zaken) om op 1 januari 1991 een nieuw vergoedingensysteem in te voeren. De bewindslieden zullen zich maandag in de Tweede Kamer verantwoorden voor het geneesmiddelenbeleid.

In het nieuwe systeem mogen de ziekenfondsen niet meer de kosten van alle geneesmiddelen vergoeden, zoals nu nog wel het geval is. Het is de bedoeling dat er een lijst komt met medicijnen waarvan de kosten volledig zullen worden vergoed. Volgens WVC gaat het daarbij om een volwaardig pakket dat alle soorten geneesmiddelen bevat. De consument die een duurder geneesmiddel wil kan dat krijgen maar moet daarvoor wel het verschil tussen de vastgestelde maximale vergoeding en de prijs van het duurdere middel bijbetalen. In principe is bijbetaling niet nodig.

De geneesmiddelenindustrie behoudt in de toekomst de vrijheid om de prijzen van medicijnen vast te stellen. Prijsverhoging is echter niet aantrekkelijk voor de fabrikant, omdat de kans daarmee wordt vergroot dat de prijs (verder) boven de maximale vergoeding uitkomt en de patient daardoor (meer) moet bijbetalen.

Behalve een verstandiger gebruik van geneesmiddelen - jaarlijks verdwijnt voor honderd miljoen gulden aan geneesmiddelen bij de Afvalverwerking Rijnmond - staat het kabinet met het nieuwe vergoedingensysteem een beperking van de kosten voor medicijnen voor ogen. De invoering van het systeem zal tot een onmiddellijke prijsverlaging van 5 a 6 procent liggen, verwacht Simons. Deze prijsdaling zal worden gevolgd door het opnieuw op gang komen van de vervanging van dure door goedkopere geneesmiddelen. Dat levert volgens Simons tot en met 1994 een een aanvullende prijsverlaging van ten minste tien procent op. Daarmee komt de verwachte prijsdaling voor 1994 op minstens vijftien procent.