Malaise bij de VVD

DE PARTIJBESTUREN van CDA en PvdA hadden het afgelopen weekeinde wijselijk niemand afgevaardigd naar de congresserende VVD. Het was alsof men wist wat de nazaten van Thorbecke in diens geboortestad Zwolle zouden aanrichten. Met politiek had de drieenveertigste jaarlijkse algemene ledenvergadering van de VVD niets te maken, met ordinaire ruzie des te meer. De nasleep van de affaire Voorhoeve heeft weer eens aangetoond hoe doodziek de VVD in feite is.

Het was een weinig verheffende vertoning die de liberalen afgelopen vrijdag en zaterdag ten beste gaven. Want hoe diep is een partij gezonken als men elkaar beoordeeld met termen als hypocrisie, lafheid, rancune, absolute smakeloosheid en arrogantie? De al jaren in alle geledingen van de VVD slepende discussie over personen heeft zich nu eens in de volle openbaarheid afgespeeld. In confessionele kring zou men dan zeggen dat het louterend heeft gewerkt. Maar bij de VVD wijst niets er op dat de strijd na dit weekeinde ook ten einde is. Alle moties die tegen het bestuur waren gericht zijn weliswaar ingetrokken dan wel verworpen, maar dit betekent niet dat nu ook de discussie over de voorzitter ten einde is.

Het geroezemoes over de voorzitter zal door blijven gaan, want een belangrijk deel van de partij vindt dat Ginjaar medeverantwoordelijk is voor de malaise waarin de partij verkeert. De eerste gelegenheid die zich aandient voor een hernieuwde discussie is dit najaar als de kandidaatstelling voor de Eerste Kamer aan de orde komt. Dan krijgen de afdelingen weer uitgebreid de kans over de positie van Ginjaar als senator te praten.

Dat de VVD over twee jaar een nieuwe voorzitter krijgt is duidelijk. De partij besloot dit weekeinde dat het voorzitterschap van de VVD gedeeltelijk zal moeten worden betaald. Ginjaar heeft al voor de vergadering van dit weekeinde laten weten dat hij daarvoor niet beschikbaar is. Er is afgesproken dat de partij alvast op zoek gaat naar een kandidaat. Het is voor de VVD te hopen dat die persoon op zeer korte termijn wordt gevonden, zodat voorzitter Ginjaar een alibi heeft eerder te vertrekken.

EN DAN WAS er dit weekeinde nog het eerste grote optreden ten overstaan van de achterban van F. Bolkestein als nieuwe partijleider. Een koersverandering was van hem niet te verwachten, want de koers is goed, zo is de afgelopen weken steeds bij hoog en bij laag beweerd. Het ging louter om de presentatie, die 'wervender' moest. Op dit punt is er inderdaad sprake van een verandering. De toon van Bolkestein is ontegenzeggelijk populistischer dan die van Voorhoeve. Het aantal 'one liners' en open doekjes was meer dan Voorhoeve ooit heeft gehaald. Bolkestein schuwt het straatvechten niet en is bereid ver te gaan, zo bleek. Zijn verwijt aan het adres van premier Lubbers dat deze tijdens de herdenking van de Duitse inval in de Tweede Kamer het partijpolitieke begrip sociale vernieuwing had gebezigd ging echter over de rand. AAN HET SLOT van zijn toespraak vroeg Bolkestein een duidelijk regeringsbeleid, want tegen dagdromen en luchtkastelen kon de VVD niet strijden. Maar op dat moment zal de VVD ook duidelijkheid moeten verschaffen. Wat is dan het antwoord van de VVD op de vraagstukken van deze tijd? De VVD zou als liberale partij een voorsprong moeten hebben vergeleken bij de op dit punt 'belaste' coalitiepartners. Daarbij staat de VVD voor de onvermijdelijke afweging of dat antwoord sociaal-liberaal dan wel conservatief-liberaal is getoonzet. Deze echt interessante discussie moet de VVD nog voeren. Maar betwijfeld kan worden of de partij daartoe onder de huidige omstandigheden in staat is.